B2 – Spreken

Het leren van de Nederlandse taal vereist consistente oefening om vaardigheid te ontwikkelen in lezen, schrijven, spreken en luisteren.
Wat moet je kunnen?
Monoloog
Je kunt eenvoudige zinnen aan elkaar koppelen om je ervaringen, plannen, dromen of ambities te beschrijven. Je kunt kort uitleggen waarom je iets vindt of van plan bent. Daarnaast vertel je begrijpelijk wat er gebeurt in een verhaal, film of boek en geef je je mening hierover.
Gesprek voeren
Je redt je in de meeste situaties tijdens een verblijf in een Nederlandstalig gebied. Je kunt spontaan praten over onderwerpen die je goed kent of die aansluiten bij je interesses, zoals familie, hobby’s, werk of actuele gebeurtenissen.
Wat betekent spreken op B2-niveau?
Spreken op B2-niveau betekent dat je je in het Nederlands goed kunt uitdrukken in veel verschillende situaties. Je kunt vlot en duidelijk spreken over uiteenlopende onderwerpen, ook als het niet alleen over je eigen leven gaat.
Je maakt misschien af en toe nog fouten, maar je spreekt meestal vloeiend en grammaticaal redelijk correct. Je kunt ook deelnemen aan langere gesprekken en je mening uitleggen en onderbouwen.
Wat kun je op B2-niveau?
- Je kunt je standpunt geven en toelichten, bijvoorbeeld in een discussie.
- Je kunt een ervaring of gebeurtenis helder beschrijven.
- Je kunt informatie samenvatten of uitleg geven over een onderwerp.
- Je kunt je mening geven en argumenten gebruiken.
- Je kunt actief deelnemen aan gesprekken in werk-, studie- of privésituaties.
Waarom is spreken op B2-niveau belangrijk?
Als je op B2-niveau spreekt, kun je in de meeste situaties zelfstandig communiceren. Dit is belangrijk voor:
- het volgen van een opleiding of cursus;
- vergaderen of overleggen op je werk;
- deelnemen aan vrijwilligerswerk of een stage;
- gesprekken voeren met instanties zoals de gemeente, huisarts of school.
Met B2-niveau voel je je vaak zelfverzekerder in gesprekken. Je kunt makkelijker uitleggen wat je bedoelt en je voelt je meer verbonden met de mensen om je heen.
Wat als spreken op B2-niveau lastig blijft?
Niet iedereen bereikt zomaar het B2-niveau. Het kan zijn dat je nog oefening nodig hebt of dat er een andere oorzaak is, zoals dyslexie of een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Dyslexie en spreken
Dyslexie heeft vooral invloed op lezen en schrijven, maar kan ook effect hebben op spreken. Bijvoorbeeld als je moeite hebt met het vinden van woorden of als je langzamer spreekt.
Dyslexie zegt niets over je intelligentie. Het betekent dat je hersenen taal anders verwerken.
Hoe kun je beter leren spreken?
Er zijn veel manieren om je spreekvaardigheid te verbeteren:
- Logopedie (professionele hulp bij spraak en taal);
- Spreekgroepen of conversatielessen;
- Taalmaatjes of taalcoaches;
- Podcasts en luisterboeken om je uitspraak en woordenschat te verbeteren;
- Apps en online oefeningen voor spreken;
- Taalcafés in de bibliotheek of het buurthuis.
Vraag hulp aan je docent, de gemeente of de bibliotheek als je niet weet waar je moet beginnen. Zij kunnen je de weg wijzen naar geschikte ondersteuning.
Hulp bij uitspraak
Forvo is gratis te gebruiken voor de meeste functionaliteit:
- Luister naar uitspraken: helemaal gratis op de website en in de app api.forvo.com+8mezzoguild.com+8ling-app.com+8. Je kunt onbeperkt Nederlandse woorden opzoeken en beluisteren.
- Registratie is optioneel, maar nodig als je opnamebestanden wilt downloaden of zelf uitspraken wilt toevoegen .
- App: de mobiele app (iOS en Android) kost meestal eenmalig zo’n €2,99, maar zodra je die hebt aangeschaft, kun je alle normale functionaliteit gebruiken zonder verborgen kosten .
- Premium-optie: er is een betaalde abonnementsvorm (~€2,99/mnd of €29,99/jaar) die extra functies biedt zoals favorieten opslaan, advertentievrij gebruik en e‑learning .
- API voor ontwikkelaars: betalende plannen vanaf $2 per maand voor niet-commerciële toegang .
- Type een Nederlands woord of zin in, kies “Nederlands” en klik op het luidsprekericoon.
- De uitspraak is synthetisch, maar nuttig voor algemene oefening.
- Beschikbaar op iOS, Android en desktop.
- Leert Nederlandse uitspraak door luisteren en herhalen.
- Feedback op uitspraak met microfoonfunctie.
- Typ een Nederlands woord en hoor het in context via YouTube-fragmenten.
- Heel handig voor natuurlijke uitspraak en intonatie.
Acapela Group’s Text-to-Speech Demo
- Kies een Nederlandse stem en luister naar hoe een zin wordt uitgesproken.
- Goed voor oefenen van langere zinnen.
Spreken en het Europees Referentiekader
Het niveau B2 komt uit het Europees Referentiekader voor Talen (ERK). Dit systeem geeft aan hoe goed je een taal kunt gebruiken. Voor spreken zijn er zes niveaus:
- A1 (beginner)
- A2
- B1 (redelijk zelfstandig)
- B2
- C1
- C2 (bijna als een moedertaalspreker)
Bij B2-spreken kun je je in de meeste situaties goed redden. Je spreekt vrij vlot over uiteenlopende onderwerpen, ook als het gesprek wat ingewikkelder wordt. Soms heb je nog moeite met specialistische termen of abstracte onderwerpen, maar over het algemeen kun je jezelf duidelijk en zelfstandig uitdrukken.
Tijdens het spreekexamen op B2-niveau (zoals het Staatsexamen NT2 Programma II) wordt van je verwacht dat je je helder en gestructureerd kunt uitdrukken over uiteenlopende en minder voorspelbare onderwerpen. Je hoeft niet foutloos te spreken, maar je boodschap moet duidelijk en goed te volgen zijn.
Hieronder staan de belangrijkste thema’s waarover je tijdens een B2-examen moet kunnen spreken:
Voorbeelden van thema’s en onderwerpen op B2-niveau
1. Werk en loopbaan
- Verschillen tussen werkculturen (bijvoorbeeld Nederland vs. je geboorteland)
- Voor- en nadelen van thuiswerken
- Wat maakt een goede leidinggevende?
- Hoe belangrijk is werk voor je identiteit?
2. Opleiding en persoonlijke ontwikkeling
- Het belang van levenslang leren
- Verschillen tussen onderwijssystemen
- Zelfstudie vs. klassikaal leren
- Studiekeuze en carrièremogelijkheden
3. Gezondheid en zorg
- De rol van preventie in de gezondheidszorg
- Gezond leven: verantwoordelijkheid van het individu of van de overheid?
- Vergelijking van gezondheidszorgsystemen
- Mentaal welzijn op de werkvloer of op school
4. Wonen en samenleving
- Woningnood en oplossingen voor betaalbaar wonen
- Leven in een multiculturele samenleving
- Hoe belangrijk is privacy in je buurt of woonomgeving?
- Voor- en nadelen van wonen in de stad versus op het platteland
5. Media en communicatie
- De invloed van sociale media op jongeren
- Nepnieuws: hoe herken je het en wat kun je ermee?
- Traditionele media versus online nieuwsbronnen
- Vrijheid van meningsuiting: grenzen en verantwoordelijkheid
6. Milieu en duurzaamheid
- Wat kun je als individu doen voor een beter milieu?
- Duurzaam consumeren: makkelijk of juist lastig?
- Vervoer en klimaat: elektrische auto’s, fietsen of vliegen?
- De rol van de overheid in milieubeleid
7. Vrije tijd en cultuur
- Waarom is kunst en cultuur belangrijk voor een samenleving?
- Verschillen in vrijetijdsbesteding tussen landen
- De invloed van technologie op vrije tijd
- Sport en gezondheid: hobby of noodzaak?
Voorbeeldvragen per thema (B2-niveau)
🎓 Opleiding en persoonlijke ontwikkeling
Situatie: Je collega wil stoppen met studeren omdat hij vindt dat leren niets meer toevoegt.
Vraag: Wat vind jij van zijn keuze? Denk je dat leren na je opleiding nog steeds belangrijk is? Waarom wel of niet?
👩⚕️ Gezondheid en zorg
Situatie: In jouw gemeente wordt overwogen om sportlessen verplicht te maken voor mensen met overgewicht.
Vraag: Wat vind jij van dit voorstel? Wie is er verantwoordelijk voor een gezonde levensstijl?
💼 Werk en loopbaan
Situatie: Je krijgt een aanbod voor een goedbetaalde baan, maar je vindt het werk niet leuk.
Vraag: Wat zou jij doen? Kies je voor geld of voor werk dat je interessant vindt? Leg uit waarom.
🌍 Milieu en duurzaamheid
Situatie: Je buurman vindt klimaatverandering overdreven en zegt dat kleine acties geen verschil maken.
Vraag: Hoe kijk jij daar tegenaan? Denk je dat individuele acties echt impact hebben? Waarom wel of niet?
🏠 Wonen en samenleving
Situatie: De gemeente wil meer tijdelijke woningen bouwen voor statushouders in jouw wijk.
Vraag: Wat vind jij daarvan? Vind je het een goede oplossing? En waarom?
📱 Media en communicatie
Situatie: Sommige mensen vinden dat sociale media verslavend zijn en slecht voor de mentale gezondheid.
Vraag: Ben je het daarmee eens? Wat zijn volgens jou de voordelen en nadelen van sociale media?
🎭 Vrije tijd en cultuur
Situatie: De overheid wil minder geld uitgeven aan kunst en cultuur.
Vraag: Vind jij dat een goed idee? Waarom wel of niet?
Hoe wordt je spreekvaardigheid getest op B2-niveau?
Tijdens het spreekexamen op B2-niveau (zoals bij het Staatsexamen NT2 Programma II) wordt je vaardigheid getest via opdrachten op de computer. Je spreekt dus tegen een scherm, en je antwoorden worden opgenomen en later beoordeeld.
Het examen bestaat uit verschillende soorten taken, zoals:
- Korte spreekoefeningen: je reageert op een situatie of vraag in 20 tot 30 seconden;
- Langere opdrachten: je geeft een uitgebreid antwoord, bijvoorbeeld door iets uit te leggen, te beschrijven of je mening te geven;
- Rollenspelsituaties: je speelt een korte situatie na, bijvoorbeeld een telefoongesprek, een overleg op het werk of een gesprek bij een instantie.
Je moet laten zien dat je:
- een duidelijke mening kunt geven en uitleggen waarom je dat vindt;
- logisch en gestructureerd kunt spreken;
- goed kunt reageren op een situatie, ook als je verrast wordt;
- je taalgebruik kunt aanpassen aan de situatie.
Voorbeelden van opdrachten op B2-niveau:
- Je leidinggevende vraagt of je vaker over wilt werken. Je bent het daar niet mee eens. Wat zeg je, en hoe leg je het uit?
- Je hebt een klacht over de service van een bedrijf. Je belt om dit uit te leggen. Wat zeg je?
- Een vriend vraagt advies over studiekeuze. Hij twijfelt tussen twee opleidingen. Wat zou jij hem adviseren en waarom?
- Je hebt een idee om iets op je werk of op school te verbeteren. Hoe leg je dat idee uit aan je collega of docent?
Tips voor het spreken op B2-niveau
- Geef altijd een duidelijke mening en leg uit waarom je dat vindt.
- Gebruik signaalwoorden zoals: ten eerste, bovendien, aan de andere kant, bijvoorbeeld, daarom, samenvattend.
- Probeer je mening te onderbouwen met een voorbeeld of ervaring.
- Let op je uitspraak en spreek rustig, zelfs als je een foutje maakt.
Oefendialogen – B2-niveau
Jezelf voorstellen
A: Kun je iets meer over jezelf vertellen, bijvoorbeeld over je achtergrond en je plannen hier?
B: Natuurlijk. Ik ben Sara, 32 jaar oud, en ik kom oorspronkelijk uit Syrië. Ik woon nu iets meer dan twee jaar in Nederland, in Utrecht. Ik werk parttime als kapster en daarnaast volg ik een opleiding tot schoonheidsspecialist. Mijn doel is om op termijn een eigen salon te beginnen.
Wonen
A: Hoe woon je op dit moment? Ben je tevreden over je woonruimte?
B: Ik woon in een klein appartement op drie hoog in een drukke wijk. Het is niet groot, maar wel praktisch ingericht. Ik mis soms wat rust, want de buren zijn regelmatig luidruchtig. Op termijn hoop ik te verhuizen naar een rustigere buurt met wat meer groen.
Werk en beroep
A: Wat voor werk doe je, en hoe bevalt dat?
B: Ik werk als schoonmaker in een ziekenhuis. Het is fysiek best zwaar, maar ik vind het belangrijk werk. Het geeft voldoening om te weten dat ik bijdraag aan een schone en veilige omgeving. Ik hoop in de toekomst intern door te kunnen groeien, bijvoorbeeld naar een functie als facilitair medewerker.
Opleiding en taal leren
A: Volg je nog een opleiding naast je werk?
B: Ja, ik volg een cursus Nederlands op B2-niveau. De lessen zijn drie avonden per week en we werken aan alle vaardigheden: spreken, luisteren, lezen en schrijven. Daarnaast gebruik ik taalapps om extra te oefenen. Mijn doel is om het Staatsexamen NT2 II te halen, zodat ik kan gaan studeren.
Gezin en familie
A: Kun je iets vertellen over je gezin en hoe je dat combineert met werk en studie?
B: Ik heb samen met mijn vrouw vier kinderen, waarvan de jongste pas twee is. Dat maakt het soms best uitdagend om alles te combineren. Gelukkig hebben we een goede planning en helpen we elkaar waar nodig. De kinderen gaan naar school of opvang, zodat ik tijd heb om te werken en te studeren.
Gezondheid en zorg
A: Goedemorgen, wat zijn je klachten precies?
B: Ik heb al een paar dagen last van hevige hoofdpijn en ik slaap erg slecht. Daarnaast voel ik me constant moe, zelfs als ik rust neem.
A: Heb je stress of spanningen de laatste tijd?
B: Ja, ik denk dat dat meespeelt. Er is veel druk door mijn werk, studie en gezin.
A: Dan raad ik aan om even gas terug te nemen en misschien met een psycholoog te praten.
Winkelen en boodschappen doen
A: Kan ik u ergens mee helpen?
B: Ja, ik ben op zoek naar een warme, waterdichte winterjas. Ik fiets veel, dus hij moet goed tegen de regen kunnen.
A: Dan raad ik deze jas aan. Hij is gevoerd en heeft een afneembare capuchon.
B: Ziet er goed uit. Zit er ook garantie op?
Eten en drinken
A: Wat kook je vanavond? Iets speciaals?
B: Ja, ik ga shakshuka maken. Dat is een gerecht met gepocheerde eieren in een saus van tomaten, paprika en kruiden. Het is voedzaam en ook vegetarisch, wat ik belangrijk vind.
A: Klinkt heerlijk! Is dat een familierecept?
B: Niet precies, maar het is wel iets wat we thuis vaak aten.
Vervoer en reizen
A: Hoe reis jij meestal naar je werk of school?
B: Meestal neem ik de fiets, tenzij het heel slecht weer is. Dan pak ik de bus. Ik vind fietsen prettig, het is gezond en milieuvriendelijk. Alleen het verkeer in de ochtendspits is soms stressvol.
A: Heb je overwogen om een elektrische fiets te nemen?
B: Ja, dat lijkt me ideaal voor langere afstanden. Misschien iets voor volgend jaar.
Dagindeling en vrije tijd
A: Hoe ziet jouw week er ongeveer uit? Heb je nog tijd voor ontspanning?
B: Het is druk, maar ik probeer wel balans te houden. Doordeweeks werk ik en ga ik naar school. In het weekend sport ik en breng ik tijd door met mijn gezin. We maken graag wandelingen of kijken samen een film.
A: Dat klinkt als een goede balans tussen verplichtingen en ontspanning.
Telefoon- of baliegesprek
A: Goedemiddag, tandartspraktijk De Glimlach. Waarmee kan ik u helpen?
B: Goedemiddag. Ik wil graag een afspraak maken, want ik heb pijn aan een kies die al eerder is behandeld.
A: Heeft u voorkeur voor een dag of tijdstip?
B: Het liefst in de ochtend, op een maandag of woensdag.
A: Dan kan ik u volgende week maandag om 9.30 uur inplannen.
B: Perfect, dank u wel.
Mening geven of iets uitleggen
A: Wat vind jij van het openbaar vervoer in Nederland?
B: Over het algemeen ben ik tevreden. De bussen en treinen zijn meestal op tijd en goed verzorgd. Maar ik vind het wel duur, vooral voor mensen met een laag inkomen. Ook is het in landelijke gebieden minder goed geregeld.
A: Hoe zou dat volgens jou beter kunnen?
B: Ik denk dat het belangrijk is om investeren in goedkopere abonnementen en betere verbindingen buiten de stad.eb geen auto.
Opleiding en persoonlijke ontwikkeling
A: Mijn collega denkt eraan te stoppen met studeren. Hij vindt dat hij alles al weet voor zijn werk. Wat vind jij daarvan?
B: Ik begrijp zijn gevoel, maar ik denk dat leren niet stopt zodra je je diploma hebt. De wereld verandert snel, zeker in veel beroepen. Door bij te leren blijf je flexibel en kun je makkelijker inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om persoonlijke groei.
Gezondheid en zorg
A: In onze gemeente wordt besproken om sportlessen verplicht te maken voor mensen met overgewicht. Wat vind jij van dat idee?
B: Ik snap dat de gemeente iets wil doen om gezondheid te verbeteren, maar verplichte sportlessen vind ik te ver gaan. Mensen moeten gemotiveerd zijn om te bewegen, anders werkt het averechts. Bovendien is gezondheid een gedeelde verantwoordelijkheid: de overheid moet goede voorzieningen bieden, maar uiteindelijk maakt ieder individu z’n eigen keuzes.
Werk en loopbaan
A: Stel, je krijgt een goedbetaalde baan aangeboden, maar het werk spreekt je totaal niet aan. Wat zou jij doen?
B: Dat is lastig. Voor mij weegt werkplezier zwaarder dan alleen het salaris. Je brengt veel tijd door op je werk, dus als je het niet leuk vindt, raak je snel uitgeput. Natuurlijk speelt geld ook een rol, maar ik zou eerder kiezen voor een baan die me uitdaagt en energie geeft, zelfs als dat iets minder betaalt.
Milieu en duurzaamheid
A: Mijn buurman zegt dat klimaatverandering overdreven is en dat individuele acties geen zin hebben. Wat vind jij daarvan?
B: Ik ben het daar totaal niet mee eens. Grote veranderingen beginnen vaak bij kleine acties. Als iedereen denkt ‘het maakt toch geen verschil’, gebeurt er juist niets. Natuurlijk zijn overheden en bedrijven verantwoordelijk voor grote stappen, maar ons gedrag – zoals minder vlees eten of zuinig omgaan met energie – telt echt mee.
Wonen en samenleving
A: De gemeente wil tijdelijke woningen plaatsen voor statushouders in onze buurt. Wat vind jij daarvan?
B: Ik denk dat het een goede oplossing kan zijn, mits het goed georganiseerd wordt. Iedereen verdient een veilige plek om te wonen. Het is wel belangrijk dat er aandacht is voor integratie, voorzieningen en draagvlak in de wijk. Als je mensen goed informeert en betrekt, kan het juist voor meer begrip zorgen.
Media en communicatie
A: Sommige mensen vinden dat sociale media verslavend zijn en slecht voor je mentale gezondheid. Ben je het daarmee eens?
B: In zekere zin wel. Sociale media kunnen verslavend zijn, vooral als je voortdurend bevestiging zoekt of jezelf vergelijkt met anderen. Tegelijkertijd hebben ze ook voordelen: je blijft makkelijk in contact met mensen en hebt snel toegang tot informatie. Het draait allemaal om balans en bewust gebruik.
Vrije tijd en cultuur
A: De overheid wil minder geld besteden aan kunst en cultuur. Vind jij dat terecht?
B: Nee, ik vind dat een slechte ontwikkeling. Kunst en cultuur zijn geen luxe, maar een essentieel onderdeel van een samenleving. Ze helpen mensen nadenken, verbinden verschillende groepen en stimuleren creativiteit. Juist in moeilijke tijden hebben we cultuur nodig om te reflecteren en samen te komen.
KNM
Veel onderwerpen uit de Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) komen terug op zowel B1- als B2-niveau. Denk aan thema’s zoals werk, wonen, gezondheid, onderwijs, en maatschappij.
Het verschil zit vooral in:
- De diepgang en complexiteit van de gesprekken:
Op B1-niveau spreek je over herkenbare, dagelijkse situaties en geef je vooral eenvoudige meningen of informatie.
Op B2-niveau gaat het om uitgebreidere gesprekken, met meer argumentatie, uitleg en abstractere onderwerpen. - De taalvaardigheid:
B2 vraagt om een grotere woordenschat, correctere grammatica en een vloeiendere, gestructureerde manier van spreken.
Kortom, de thema’s blijven vergelijkbaar, maar de manier waarop je erover spreekt en de taal die je gebruikt, worden steeds uitdagender naarmate je hoger komt.
Examenoefeningen
1. Voegwoorden:
https://youtu.be/uWzOvWmVfD4
2. SPREKEN – uitleg:
2.1 https://youtu.be/ys1nikLjZ4k
2.2 https://youtu.be/GEP5cVbnvqA
3. Oefeningen B2 spreken:
3.1 https://youtu.be/j-XrBU7v_wo
3.2 https://youtu.be/nVURi-Bw_O4
3.3 https://youtu.be/uSDuNoPe82w
3.4 https://youtu.be/ZR1JXPCB3kU
3.5 https://youtu.be/VTxWjhyswC0
3.6 https://youtu.be/XI–ttRqa14
3.7 https://youtu.be/iv8t617HDZk
3.8 https://youtu.be/nUrrKhbWPjc
3.9 https://youtu.be/icsHWdkzTM8
3.10 https://youtu.be/UzuK_a4Mgeo
3.11 https://youtu.be/AIC-03BMvj8
3.12 https://youtu.be/qCgOznEPrIg
3.13 https://youtu.be/NRgnqjOBpF0
3.14 https://youtu.be/zY564x2IDxk
3.15 https://www.youtube.com/shorts/WJ_xzL3RBfQ?feature=share
3.16 https://youtu.be/RxaMT683aTI
3.17 https://youtu.be/2Nq5UQPxsgY
3.18 https://youtu.be/zeWZOPItiZ8
3.19 https://youtu.be/VP_SIFYVFS4
3.20 https://youtu.be/qHRi5i29ivw