ISK/Persoonsvorm (pvtt)

Heel veel mensen hebben moeite met het spellen van werkwoorden. Werkwoordspelling is echter het belangrijkste onderdeel van spelling. In elke zin staat namelijk een werkwoord.
De persoonsvorm van een zin is altijd een werkwoord, iets wat je kunt doen, zoals lopen, voetballen, kopen, kijken. Hieraan kun je zien in welke tijd een zin staat en of deze in enkelvoud of meervoud staat. Als je een zin wilt ontleden, moet je eerst weten wat de persoonsvorm is. Dan kun je daarna ook de andere zinsdelen, zoals het onderwerp en lijdend voorwerp, benoemen.
De persoonsvorm in een zin kun je op drie manieren vinden:
1. Verander van tijd
Wanneer je de zin in een andere tijd zet, verandert de persoonsvorm mee.
Voorbeeld:
- Ik loop naar de stad. – Ik liep naar de stad.
- loop wordt liep
- loop is dus de persoonsvorm
2. Verander van aantal
Wanneer je de zin verandert van aantal, verandert de persoonsvorm mee.
Voorbeeld:
- Ik fiets naar de stad. – Wij fietsen naar de stad.
- fiets wordt fietsen
- fiets is de persoonsvorm
3. Maak de zin vragend
Wanneer je de zin vragend maakt, is de persoonsvorm het eerste werkwoord.
Voorbeeld:
- Ik drink een kop koffie. – Drink ik een kop koffie?
- drink is het eerste werkwoord
- drink is de persoonsvorm
Persoonsvorm tegenwoordige tijd vervoegen:
| Ik | stam |
| Jij/zij/hij/het/u | stam + t |
| Wij/jullie/zij | hele werkwoord |
Voorbeelden vervoegingen pvtt
| Ik | word morgen een jaar ouder. |
| Jij/zij/hij/het/u | wordt morgen een jaar ouder. |
| Wij/jullie/zij | worden morgen een jaar ouder. |
Handig
Typ of plak je tekst in het onderstaande veld, selecteer de taal van je tekst en klik op Controleer spelling om je tekst te controleren.