ISK/Persoonsvorm (pvtt)

Geplaatst op door in de categorie Taal, Taal - A0/Basiskennis, Taal - A1 niveau

Heel veel mensen hebben moeite met het spellen van werkwoorden. Werkwoordspelling is echter het belangrijkste onderdeel van spelling. In elke zin staat namelijk een werkwoord.

De persoonsvorm van een zin is altijd een werkwoord, iets wat je kunt doen, zoals lopen, voetballen, kopen, kijken. Hieraan kun je zien in welke tijd een zin staat en of deze in enkelvoud of meervoud staat. Als je een zin wilt ontleden, moet je eerst weten wat de persoonsvorm is. Dan kun je daarna ook de andere zinsdelen, zoals het onderwerp en lijdend voorwerp, benoemen.

De persoonsvorm in een zin kun je op drie manieren vinden: 

1. Verander van tijd   

Wanneer je de zin in een andere tijd zet, verandert de persoonsvorm mee.

Voorbeeld: 

  • Ik loop naar de stad. – Ik liep naar de stad.
    • loop wordt liep
    • loop is dus de persoonsvorm

2. Verander van aantal

Wanneer je de zin verandert van aantal, verandert de persoonsvorm mee.

Voorbeeld:

  • Ik fiets naar de stad. – Wij fietsen naar de stad.
    • fiets wordt fietsen
    • fiets is de persoonsvorm

3. Maak de zin vragend

Wanneer je de zin vragend maakt, is de persoonsvorm het eerste werkwoord.

Voorbeeld:

  • Ik drink een kop koffie. – Drink ik een kop koffie?
    • drink is het eerste werkwoord
    • drink is de persoonsvorm

Persoonsvorm tegenwoordige tijd vervoegen:

Ikstam
Jij/zij/hij/het/ustam + t
Wij/jullie/zijhele werkwoord
Bron: https://leeronlinenederlands.nl/

Voorbeelden vervoegingen pvtt

Ikword morgen een jaar ouder.
Jij/zij/hij/het/uwordt morgen een jaar ouder.
Wij/jullie/zijworden morgen een jaar ouder.
BronL https://leeronlinenederlands.nl/


Handig

Typ of plak je tekst in het onderstaande veld, selecteer de taal van je tekst en klik op Controleer spelling om je tekst te controleren.

Terug naar het overzicht

Geef een reactie