De Gemeente (1)
Lokaal bestuur
Als nieuwkomer in Nederland kun je bij de gemeente of het stadhuis terecht voor verschillende diensten en regelingen. Hier is een overzicht van de belangrijkste zaken waarvoor je naar de gemeente kunt gaan:
1. Inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP)
- Doel: Registratie van je verblijf in Nederland.
- Wat je nodig hebt: Geldig paspoort of identiteitskaart, bewijs van verblijfsvergunning (indien van toepassing), huurcontract of bewijs van verblijf.
2. Aanvragen van een Burgerservicenummer (BSN)
- Doel: Uniek persoonlijk identificatienummer voor contact met de overheid.
- Wat je nodig hebt: Wordt meestal verstrekt na inschrijving in de BRP.
3. Aanvragen van een identiteitskaart of paspoort
- Doel: Officieel identiteitsbewijs voor gebruik in binnen- en buitenland.
- Wat je nodig hebt: Geldig identiteitsbewijs, pasfoto, bewijs van inschrijving in de BRP.
4. Verblijfsvergunningen en Naturalisatie
- Doel: Aanvragen van verblijfsvergunningen of de Nederlandse nationaliteit.
- Wat je nodig hebt: Afhankelijk van de aanvraag, meestal diverse documenten zoals paspoort, bewijs van inburgering, werk- of studiecontracten.
5. Huwelijken en Partnerschappen
- Doel: Officiële registratie van een huwelijk of geregistreerd partnerschap.
- Wat je nodig hebt: Identiteitsbewijzen, akten van geboorte, eventueel eerdere echtscheidingspapieren.
6. Geboorteaangifte
- Doel: Registratie van de geboorte van een kind.
- Wat je nodig hebt: Identiteitsbewijzen van de ouders, geboortebewijs van het ziekenhuis.
7. Uittreksels en Verklaringen
- Doel: Aanvragen van officiële documenten zoals uittreksel uit de BRP, verklaring omtrent het gedrag (VOG).
- Wat je nodig hebt: Geldig identiteitsbewijs, aanvraagformulier.
8. Woonvoorzieningen
- Doel: Aanvragen van gemeentelijke voorzieningen zoals een huisvestingsvergunning, afvalinzameling.
- Wat je nodig hebt: Afhankelijk van de voorziening, vaak bewijs van verblijf en inschrijving in de BRP.
9. Verkiezingen
- Doel: Registratie als kiezer voor gemeentelijke, provinciale en landelijke verkiezingen.
- Wat je nodig hebt: BSN, inschrijving in de BRP.
10. Gemeentelijke Belastingen
- Doel: Informatie en betaling van lokale belastingen zoals onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing.
- Wat je nodig hebt: BSN, inschrijving in de BRP.
11. Zorg en Welzijn
- Doel: Aanvragen van zorgtoeslag, kinderbijslag, bijzondere bijstand.
- Wat je nodig hebt: Afhankelijk van de toeslag, vaak bewijs van inkomen, huurcontract, zorgpolis.
12. Werk en Inkomen
- Doel: Aanvragen van bijstandsuitkering, informatie over werk en opleiding.
- Wat je nodig hebt: Identiteitsbewijzen, bewijs van inschrijving in de BRP, eventueel werk- of studiecontracten.
13. Inburgering
- Doel: Aanmelden voor inburgeringscursussen en -examens.
- Wat je nodig hebt: Identiteitsbewijs, inschrijving in de BRP, verblijfsvergunning.
Bij je eerste bezoek aan de gemeente is het vaak handig om een afspraak te maken en alle benodigde documenten mee te nemen om het proces soepel te laten verlopen.
Verschillen tussen gemeenten

Er zijn aanzienlijke verschillen tussen gemeenten. Een grote stad, met dichte bevolking, staat voor andere uitdagingen en voert ander beleid dan een dunbevolkte plattelandsgemeente met verspreide kleine kernen. Ambtenaren, gemeenteraadsleden, wethouders en de burgemeester dragen samen verantwoordelijkheid voor een goed functionerende gemeente.
Deze verschillen worden mede bepaald door de diverse voorkeuren van de bevolking, die via gekozen vertegenwoordigers (gemeenteraadsleden) worden vertegenwoordigd. Terwijl de ene gemeente kiest voor investeringen in bijvoorbeeld cultuur zoals een theater, geeft een naburige gemeente mogelijk de voorkeur aan verbetering van de leefbaarheid in oude wijken. Het maken van dergelijke keuzes is de kernverantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Als inwoner van een Nederlandse gemeente heeft u directe invloed hierop, niet alleen tijdens gemeenteraadsverkiezingen maar ook daarbuiten door inspraakmogelijkheden.
Politiek gezien stemmen gemeenten op het platteland vaak rechtser en conservatiever vergeleken met steden, waar stemgedrag vaak linkser en progressiever is. Noordoost-Nederland, met name Groningen, en Limburg stemmen ook linkser dan andere delen van het land. Rijkere gemeenten neigen vaak naar liberalere politieke voorkeuren.
Taken en bevoegdheden

Hieronder worden enkele taakgebieden beschreven. De opsomming is niet uitputtend.
Stadsontwikkeling
Een van de belangrijkste taken van de gemeente is de zorg voor voldoende woonruimte. Om de aanleg van nieuwe woonwijken mogelijk te maken en de ontwikkelingen in bestaande wijken en het buitengebied in de hand te houden maakt het gemeentebestuur structuurplannen en bestemmingsplannen. Voor de inwoners van de gemeente zijn bestemmingsplannen van groot belang, daarin ligt vast wat er met de grond mag gebeuren. Mogen deze inwoners een schuur bij hun huis bouwen, kunnen zij een klein bedrijfje aan huis beginnen, dat zijn zaken die in het bestemmingsplan vastliggen.
Verkeer en vervoer
Een ander belangrijk werkterrein voor de gemeente is verkeer. De gemeente maakt plannen voor een goede doorstroming van het verkeer en beslist over de aanleg van wegen, parkeerterreinen, woonerven, voetgangerstunnels en fietspaden. Dankzij de Wet milieubeheer heeft de gemeente ook invloed op het milieu. Ze kan bijvoorbeeld vervuilende bedrijven weren uit woonwijken en de milieupolitie kan optreden tegen mensen die op onjuiste wijze groot vuil aanbieden of gevaarlijke stoffen afvoeren.
Onderwijs
De gemeente heeft ook een breed scala aan taken op het gebied van onderwijs. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het bestuur van het plaatselijk openbaar onderwijs. Daarnaast draagt de gemeente zorg voor voldoende schoolruimte voor het bijzonder onderwijs. Ambtenaren die toezien op de naleving van de leerplichtwet zijn in dienst van de gemeente.
In toenemende mate behoren ook gezondheidszorg, welzijn, cultuur, sport en recreatie tot de verantwoordelijkheden van de gemeente. Besluiten over zaken zoals uitbreiding van naschoolse opvang en het beheer van culturele centra of sportparken worden genomen door de gemeenteraad.
Welzijn en sociale zaken
De gemeente heeft ook de verantwoordelijkheid voor het welzijn en sociale zaken van haar inwoners, waaronder de uitvoering van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Deze dienst wordt vaak aangeduid als de sociale dienst, Dienst Werk en Inkomen, of Servicepunt Werk en Inkomen.
Het UWV en gemeentelijke sociale diensten worden gezien als ketenpartners in de sociale zekerheid en voeren het Algemeen Keten Overleg (AKO). Voor werklozen is er samenwerking, vaak met gezamenlijke huisvesting in grotere gemeenten, ook wel bekend als Werkplein.
Gemeenten voeren vaak ook een minimabeleid, wat inhoudt dat mensen met een laag inkomen bepaalde vergoedingen of kortingen krijgen. Naast wettelijk toegestane categoriale inkomensondersteunende voorzieningen, kunnen er aanvullende tegemoetkomingen zijn, bijvoorbeeld voor mensen met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Deze tegemoetkomingen kunnen bestaan uit declaratieregelingen voor specifieke uitgaven, tot een bepaald maximum per jaar.
Afvalinzameling en -verwerking
Volgens artikel 10.21 van de Wet milieubeheer hebben gemeenten een wettelijke zorgplicht om ten minste eenmaal per week huishoudelijk afval in te zamelen bij elk perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. De zorgplicht voor gemeenten is evenwel niet beperkt tot de inzameling van het huishoudelijk afval, maar strekt zich ook uit over de verwerking daarvan, inclusief de verwerking op duurzame wijze.
Belastingheffing
Gemeenten ontvangen meer dan 90 procent van hun geld van de rijksoverheid. Een belangrijk deel hiervan komt uit het Gemeentefonds, waarin het Rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt onder de gemeenten. Deze inkomsten mogen gemeenten vrij besteden. Daarnaast ontvangen gemeenten doeluitkeringen van het Rijk, specifiek voor taken zoals openbaar vervoer en jeugdhulpverlening. De hoogte van deze uitkeringen hangt af van het aantal inwoners en lokale omstandigheden.
Naast de inkomsten uit het Gemeentefonds en doeluitkeringen, hebben gemeenten de bevoegdheid om belastingen te heffen. De belangrijkste eigen inkomstenbron is de onroerendezaakbelasting voor woningen en bedrijfspanden. Andere bronnen van inkomsten zijn toeristenbelasting, hondenbelasting en parkeergelden. De gemeenteraad stelt zowel de hoogte van belastingen als tarieven voor diensten zoals leges en reinigingsrechten vast.
Bestuur
De gemeente is een openbaar lichaam. Hiermee wordt een overheidsorganisatie aangeduid die rechtspersoonlijkheid bezit. Het openbaar lichaam wordt bestuurd door bestuursorganen. De raad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de commissies zijn bestuursorganen. Elk van deze organen heeft zijn eigen bevoegdheden en taken.
Raad
Volgens de Grondwet is de gemeenteraad het hoogste orgaan in een gemeente. De samenstelling van de gemeenteraad wordt eens per vier jaar bepaald op grond van de gemeenteraadsverkiezingen. Het aantal raadsleden is afhankelijk van het aantal inwoners. De kleinste gemeenten (onder de 3.000 inwoners) hebben 9 raadsleden, de grootste gemeenten (meer dan 200.000 inwoners) hebben 45 raadsleden. In principe kan iedere inwoner van 18 jaar of ouder lid worden van de gemeenteraad. Het zijn de politieke partijen die een lijst van kandidaten opstellen, waaruit de kiezers een keuze maken. Het raadslidmaatschap vergt, wanneer men het goed wil doen, behoorlijk wat tijd. Afhankelijk van de grootte van een gemeente gaat er per maand 30 tot 100 uur werk in het raadslidmaatschap zitten. En dat gebeurt doorgaans in de vrije tijd. Een raadslid krijgt een vergoeding voor de bezigheden. Het raadslidmaatschap wordt meestal uitgevoerd naast een andere baan of functie. De functie van de gemeenteraad is te vergelijken met die van een algemeen bestuur van een organisatie, instelling of vereniging.
Hoofdtaken van de gemeenteraad zijn het vaststellen van de hoofdlijnen van beleid, het toezien op de uitvoering daarvan en het vertegenwoordigen van de burgers. Ook stelt de gemeenteraad de begroting vast en benoemt en ontslaat wethouders. Als de post van burgemeester vacant is, doet de gemeenteraad een voordracht aan de Kroon. In de gemeenteraad heeft ieder lid een even zware stem. Beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen. De gemeenteraad wordt ondersteund door de griffier.
De griffier staat de raad en de door de raad ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde.
College van B en W
Het College van burgemeester en wethouders (kortweg ook vaak ‘B en W’ genoemd) is het dagelijks bestuur van de gemeente. Ook zorgt het college voor het uitvoeren van landelijke regelingen (het medebewind). Voorbeelden daarvan zijn het uitvoeren van de Participatiewet en de Wet milieubeheer. Als dagelijks bestuur is het college van B en W de eerst verantwoordelijke instantie voor de financiën van de gemeente. Het college voert het personeelsbeleid van de gemeentelijke organisatie.
Het college heeft voor de uitvoering van zijn taken tal van wettelijke bevoegdheden. Een voorbeeld daarvan is het aan- en verkopen van gemeentelijke eigendommen. In het college heeft iedere wethouder zijn eigen taakgebied of portefeuille, maar over het gebruiken van bepaalde bevoegdheden moet door het college als geheel besloten worden. B en W beslissen bij meerderheid van stemmen, waarbij de stem van de burgemeester doorslaggevend is als de stemmen staken.
Het college is over het gevoerde beleid verantwoording schuldig aan de gemeenteraad en kan door de gemeenteraad ter verantwoording worden geroepen. Als de gemeenteraad het niet eens is met een collegebesluit, kan de raad dit besluit echter niet herroepen. Wel kan de raad er bij het college op aandringen een ander besluit te nemen; in het uiterste geval kunnen één of meerdere wethouders naar huis worden gestuurd.
Wethouder
Wethouders worden door de raad benoemd. Als een van de raadsleden tot wethouder wordt benoemd verliest hij zijn raadslidmaatschap. Als raadslid wordt hij dan opgevolgd door een andere vertegenwoordiger van zijn partij. Ook is het mogelijk dat de raad iemand van buiten de eigen kring of zelfs van buiten de eigen gemeente tot wethouder benoemt. Wel geldt in dat laatste geval de eis dat de wethouder uiterlijk binnen een jaar na benoeming binnen de gemeentegrenzen komt wonen.
Elke wethouder heeft zijn eigen taakgebied of portefeuille, zoals onderwijs, openbare werken, financiën, huisvesting, sport en cultuur. Een gemeente moet minimaal twee wethouders hebben, maar mag er niet meer hebben dan 20% van het aantal raadsleden (of niet meer dan 25% als een of meer wethouders in deeltijd werken). Daarnaast maken de politieke partijen die het college vormen afspraken over het aantal wethouders en de specifieke inhoud van de portefeuilles. Het wethouderschap is in de meeste gemeenten een meer dan volledige dagtaak, al komen in sommige gemeenten zowel deeltijd- als voltijdwethouders voor en is het in het slinkend aantal kleine gemeenten een deeltijdbaan. De wethouder krijgt, afhankelijk van de grootte van de gemeente, een salaris. Tussen raad en wethouder geldt, net als tussen Tweede Kamer en minister, de vertrouwensregel. Verliest de wethouder het vertrouwen, dan moet hij aftreden.
Burgemeester
In tegenstelling tot raadsleden en (indirect) wethouders wordt de burgemeester niet gekozen, maar benoemd door de Kroon, dat wil zeggen bij koninklijk besluit op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Wanneer ergens een vacature ontstaat, worden sollicitanten opgeroepen via een advertentie in de Staatscourant. Intussen maakt de gemeenteraad meestal een lijstje met eigenschappen waaraan de nieuwe burgemeester zou moeten voldoen, een profielschets. De meeste gemeenteraden stellen ook een vertrouwenscommissie in die een voorkeursvolgorde van kandidaten mag aangeven. De gemeenteraad besluit uiteindelijk over de selectie van kandidaten en stuurt een lijstje met minstens twee namen naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Meestal volgt deze de aanbeveling van de gemeenteraad op. Voorafgaand aan de aanbeveling kunnen gemeenten een zogenaamd burgemeestersreferendum organiseren. Alle kiesgerechtigde inwoners mogen daarbij een voorkeur uitspreken voor een van de twee door de raad geselecteerde kandidaten.
De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad en voorzitter van het college van B en W. Van het college is hij wel lid, van de gemeenteraad niet. De burgemeester heeft een aantal eigen wettelijke taken en bevoegdheden. Hij is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in de gemeente en in menige gemeente houdt de burgemeester zich ook bezig met het promotiebeleid of de voorlichting c.q. de overheidscommunicatie. Als benoemd bestuurder heeft de burgemeester ook een beetje de functie van opzichter. De wet spreekt over zijn ‘zorgplicht’ ten aanzien van bijvoorbeeld de tijdige voorbereiding van beleid en de goede samenwerking met andere overheden. Hij moet besluiten van de gemeenteraad en het college uitvoeren, maar als hij die in strijd met de wet of het algemeen belang acht, dan kan hij zo’n besluit voor vernietiging voordragen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De benoeming van de burgemeester geldt steeds voor een periode van zes jaar. Na advisering door de gemeenteraad wordt een burgemeester meestal automatisch herbenoemd. Alleen de Kroon, de Koning en de ministers, kunnen de burgemeester ontslaan, de gemeenteraad dus niet. Hierbij geldt echter dat de burgemeester meestal de eer aan zichzelf houdt op het moment dat de raad het vertrouwen in de burgemeester opzegt. Formeel gezien hoeft dit dus echter niet.
