A1 TaalCompleet Thema 7 Reizen
Ter ondersteuning van de taallessen
De informatie die wij delen is bedoeld ter ondersteuning van de professionele (online) taallessen. Het eerste deel van de taalblogs bestaat uit aanvullende informatie over het thema. Het geeft inzicht in de cultuur van Nederland en kan daarmee dienen als gespreksonderwerp. Gevolgd door de onderwerpen (onder andere spelling en grammatica) die in het boek TaalCompleet worden behandeld bij het thema ‘Reizen’.
Tip. Klik eerst op vertalen, zodat je weet waar het thema over gaat. Met name omdat hieronder veel aanvullende informatie wordt gegeven om het thema te verduidelijken. Daarna keer je weer terug naar het Nederlands.
(de antwoorden tref je onderaan deze pagina aan)
Reizen
Nederlanders reizen vaak en gaan regelmatig op vakantie. Gemiddeld maken ze 1 tot 2 vakanties per jaar, vaak met het gezin. Daarnaast zijn er veel korte weekendtrips en daguitstapjes. De zomervakantie is de meest populaire periode voor langere vakanties van 1 tot 3 weken. Ook stedentrips en natuurvakanties zijn in trek.
Binnen Nederland zijn de Waddeneilanden en de Veluwe populaire bestemmingen. In het buitenland reizen Nederlanders veel naar Zuid-Europa, met Frankrijk, Spanje, Italië en Griekenland als favoriete landen. Steden zoals Berlijn, Brugge en Londen zijn populair voor korte trips.
Exotische bestemmingen zoals Thailand en Bali worden ook steeds vaker bezocht, hoewel deze vaak per vliegtuig worden bereikt, wat de ecologische impact verhoogt. Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in de reiskeuzes van Nederlanders. Veel mensen zoeken naar eco-vriendelijke accommodaties en proberen hun ecologische voetafdruk te verkleinen door langer op één plek te blijven of vakanties dichter bij huis te plannen.
In het kader van initiatieven zoals C40 Cities en Smart City-concepten ligt er meer nadruk op duurzaamheid en lokaal reizen. Deze initiatieven moedigen inwoners aan om meer ‘in de buurt’ te blijven, wat niet alleen de ecologische voetafdruk vermindert, maar ook de lokale economie ondersteunt. Het bevorderen van duurzaam vervoer, zoals fietsen en openbaar vervoer, draagt bij aan een betere levenskwaliteit en versterkt de gemeenschapsbanden.
Al met al blijft reizen een integraal onderdeel van de Nederlandse cultuur, terwijl er steeds meer aandacht is voor duurzame opties.
Ik ga op reis
Op vakantie
Veelvoorkomende vraagwoorden
WAT; vraagt naar een niet-persoon:
WIE: vraagt naar een persoon of groep:
WAAR: vraagt naar een plaats of een omstandigheid:
WANNEER: vraagt naar een tijd(stip):
WAARHEEN: vraagt naar een richting:
WAAROM: vraagt naar een reden:
WELK of WELKE: vraagt naar een soort:
HOE: vraagt naar een manier, een middel:
| Nederlands | Engels | Arabisch |
|---|---|---|
| Hoe ga je naar je werk? | How do you go to work? | كيف تذهب إلى عملك؟ (Kayfa Tadhhab Ila ‘Amalik?) |
| Hoe laat kom je thuis? | What time do you come home? | في أي وقت تعود إلى المنزل؟ (Fi Ayi Waqt Ta’ud Ila Al-Manzil?) |
| Hoe heet je? | What is your name? | ما اسمك؟ (Ma Ismuk?) |
| Hoe voel je je? | How do you feel? | كيف تشعر؟ (Kayfa Tash’ur?) |
| Hoe lang is de reis? | How long is the journey? | كم يستغرق السفر؟ (Kam Yastaghriq Al-Safar?) |
| Hoe ver is het naar het station? | How far is it to the station? | كم هو بعيد إلى المحطة؟ (Kam Hu Ba’id Ila Al-Miḥaṭṭah?) |
| Hoe vaak gebruik je de bus? | How often do you use the bus? | كم مرة تستخدم الحافلة؟ (Kam Marrat Tasta’ḥdim Al-Ḥāfilah?) |
| Hoe laat begint de les? | What time does the class start? | في أي وقت تبدأ الحصة؟ (Fi Ayi Waqt Tabda’ Al-Ḥiṣṣah?) |
| Hoe kan ik je helpen? | How can I help you? | كيف يمكنني مساعدتك؟ (Kayfa Yumkinuni Musā’adatak?) |
| Hoe gaat het met je? | How are you? | كيف حالك؟ (Kayfa ḥāluk?) |
| Hoe werkt dit? | How does this work? | كيف يعمل هذا؟ (Kayfa Ya’mal Hatha?) |
| Hoe lang duurt het? | How long does it take? | كم من الوقت يستغرق؟ (Kam Min Al-Waqt Yastaghriq?) |
| Hoe ziet het eruit? | What does it look like? | كيف يبدو؟ (Kayfa Yabdu?) |
| Hoe kan ik daar komen? | How can I get there? | كيف يمكنني الوصول إلى هناك؟ (Kayfa Yumkinuni Al-Wuṣūl Ila Hunaak?) |
| Hoe spreek je dat uit? | How do you pronounce that? | كيف تنطق ذلك؟ (Kayfa Tanṭiq Thalika?) |
De regels in het verkeer
Nederlandse modale werkwoorden
Een modaal is een type hulpwerkwoord dat wordt gebruikt om bekwaamheid, mogelijkheid, toestemming of verplichting uit te drukken.
Dit zijn de modale werkwoorden:
De kaart van Nederland
Provincies van Nederland
- Drenthe – Drenthe – درينثي (Dreenṭi)
- Flevoland – Flevoland – فليفولاند (Flevoland)
- Friesland – Friesland – فريزلاند (Frīzlīnd)
- Gelderland – Gelderland – غيلدرلاند (Ghaylderlānd)
- Groningen – Groningen – خرونينغن (Khuroonīngin)
- Limburg – Limburg – ليمبورغ (Līmbūrgh)
- Noord-Brabant – North Brabant – شمال برابانت (Shamāl Barābānt)
- Noord-Holland – North Holland – شمال هولندا (Shamāl Hūlandā)
- Overijssel – Overijssel – أوفرآيسل (Ūfrāyisal)
- Utrecht – Utrecht – يوترخت (Yūtrikht)
- Zuid-Holland – South Holland – جنوب هولندا (Janūb Hūlandā)
- Zeeland – Zeeland – زيلاند (Zīlānd)
Hoofdsteden van de provincies
- Assen – Assen – أسن (Asn)
- Lelystad – Lelystad – ليليستاد (Līlīstād)
- Leeuwarden – Leeuwarden – ليواردن (Līwārden)
- Arnhem – Arnhem – أرنيم (Arnīm)
- Groningen – Groningen – خرونينغن (Khuroonīngin)
- Maastricht – Maastricht – ماستريخت (Māstrīkh)
- ‘s-Hertogenbosch – Den Bosch – هيرتوجنبوش (Hīrtūjanbosh)
- Haarlem – Haarlem – هارلم (Hārlīm)
- Zwolle – Zwolle – زفوله (Zafūlah)
- Utrecht – Utrecht – يوترخت (Yūtrikht)
- Den Haag – The Hague – لاهاي (Lāhāy)
- Middelburg – Middelburg – ميدلبورغ (Mīdlabūrgh)
Gemeenten
Gemeenten variëren per provincie. Hier zijn enkele voorbeelden:
- Amsterdam – Amsterdam – أمستردام (Amstirdām)
- Rotterdam – Rotterdam – روتردام (Rūtridām)
- Den Haag – The Hague – لاهاي (Lāhāy)
- Utrecht – Utrecht – يوترخت (Yūtrikht)
- Eindhoven – Eindhoven – أيندهوفن (Ainḍhofen)
Eilanden
- Texel – Texel – تكسل (Taksal)
- Terschelling – Terschelling – تيرشيلينغ (Tīrshīlīnḡ)
- Ameland – Ameland – أميلا ند (Amīlānd)
- Schiermonnikoog – Schiermonnikoog – شيري مونيكوج (Shīrī Mūnīkūj)
- Vlieland – Vlieland – فليفلاند (Fleeflānd)
Windrichtingen
| Nederlands | Engels | Arabisch |
|---|---|---|
| Noorden | North | الشمال (Al-Shamal) |
| Oost | East | الشرق (Al-Sharq) |
| Zuid | South | الجنوب (Al-Janub) |
| West | West | الغرب (Al-Gharb) |
| Noordoost | Northeast | الشمال الشرقي (Al-Shamal Al-Sharqi) |
| Noordwest | Northwest | الشمال الغربي (Al-Shamal Al-Gharbi) |
| Zuidoost | Southeast | الجنوب الشرقي (Al-Janub Al-Sharqi) |
| Zuidwest | Southwest | الجنوب الغربي (Al-Janub Al-Gharbi) |
Voorzetsels
Voorzetsels van plaats:
| Nederlands | Engels | Arabisch | Voorbeeldzin (Nederlands) | Voorbeeldzin (Engels) | Voorbeeldzin (Arabisch) |
|---|---|---|---|---|---|
| Op | On | على (ʿalā) | Het boek ligt op de tafel. | The book is on the table. | الكتاب على الطاولة. (Al-Kitāb ʿalā Al-Ṭāwilah.) |
| Onder | Under | تحت (taḥt) | De hond ligt onder de stoel. | The dog is lying under the chair. | الكلب تحت الكرسي. (Al-Kalb Taḥt Al-Kursī.) |
| Boven | Above | فوق (fawq) | De lamp hangt boven de tafel. | The lamp hangs above the table. | المصباح فوق الطاولة. (Al-Miṣbāḥ Fawq Al-Ṭāwilah.) |
| Tussen | Between | بين (bayna) | De stoel staat tussen de tafel en de bank. | The chair is between the table and the couch. | الكرسي بين الطاولة والأريكة. (Al-Kursī Bayna Al-Ṭāwilah Wal-Arīkah.) |
| Voor | In front of | أمام (amām) | De auto staat voor het huis. | The car is in front of the house. | السيارة أمام المنزل. (Al-Sayyārah Amām Al-Manzil.) |
| Achter | Behind | خلف (khalaf) | De tuin is achter het huis. | The garden is behind the house. | الحديقة خلف المنزل. (Al-Ḥadīqah Khalaf Al-Manzil.) |
| Naast | Next to | بجانب (bijānib) | De winkel is naast het café. | The store is next to the café. | المتجر بجانب المقهى. (Al-Mutajir Bijānib Al-Maqhā.) |
| In | In | في (fī) | De appels zijn in de mand. | The apples are in the basket. | التفاح في السلة. (Al-Tuffāḥ Fī Al-Sillah.) |
| Uit | Out of | خارج (khārij) | Hij komt uit de kamer. | He comes out of the room. | هو يخرج من الغرفة. (Hu Yakhruj Min Al-Ghurfah.) |
| Op … af | Towards | نحو (naḥw) | Ik loop op de school af. | I am walking towards the school. | أنا أمشي نحو المدرسة. (Ana Amshī Naḥw Al-Madrasa.) |
| Rond | Around | حول (ḥawla) | We lopen rond het meer. | We are walking around the lake. | نحن نمشي حول البحيرة. (Naḥnu Namshī Ḥawla Al-Baḥīrah.) |
| Over | Over | فوق (fawq) | De vogel vliegt over het huis. | The bird flies over the house. | الطائر يطير فوق المنزل. (Al-Ṭā’ir Yaṭīr Fawq Al-Manzil.) |
In de file
Als je in de file staat ….
Het station
Handige zinnen
| Nederlands | Engels | Arabisch |
|---|---|---|
| Ik wil graag naar het station, maar ik ken de weg er naartoe niet. Kunt u mij helpen? | I would like to go to the station, but I don’t know the way there. Can you help me? | أود الذهاب إلى المحطة، لكنني لا أعرف الطريق إليها. هل يمكنك مساعدتي؟ |
| Weet u de weg naar het station? | Do you know the way to the station? | هل تعرف الطريق إلى المحطة؟ |
| Hoelang is het lopen? | How long does it take to walk? | كم يستغرق المشي؟ |
| Hoelang is het fietsen? | How long does it take to bike? | كم يستغرق ركوب الدراجة؟ |
| Kunt u mij vertellen hoe ik kan inchecken op het station? | Can you tell me how to check in at the station? | هل يمكنك إخباري كيف أسجل الوصول في المحطة؟ |
| Kunt u mij vertellen hoe laat de trein naar ….. komt? | Can you tell me what time the train to ….. arrives? | هل يمكنك إخباري في أي وقت تصل فيه القطار إلى …..؟ |
| Kunt u mij vertellen op welk perron ik moet zijn voor de trein naar …….? | Can you tell me which platform I need to be on for the train to …….? | هل يمكنك إخباري على أي رصيف يجب أن أكون من أجل القطار إلى …….؟ |
| Als u aan het eind van deze straat naar rechts gaat, komt u bij het station. | If you turn right at the end of this street, you will arrive at the station. | إذا كنت تدير لليمين في نهاية هذا الشارع، ستصل إلى المحطة. |
| Als u bij het kruispunt linksaf slaat, neemt u vervolgens de eerste weg rechts. Dan komt u bij het station. | If you turn left at the intersection, then take the first road to the right. You will reach the station. | إذا كنت تدير لليسار عند التقاطع، ثم تأخذ أول طريق إلى اليمين. ستصل إلى المحطة. |
| Als u bij het kruispunt rechtsaf slaat, neemt u vervolgens de eerste weg links. Dan ziet u het station. | If you turn right at the intersection, then take the first road to the left. You will see the station. | إذا كنت تدير لليمين عند التقاطع، ثم تأخذ أول طريق إلى اليسار. سترى المحطة. |
| Het is ongeveer 5 minuten fietsen naar het station. | It takes about 5 minutes to bike to the station. | يستغرق الأمر حوالي 5 دقائق لركوب الدراجة إلى المحطة. |
| Het is ongeveer 30 minuten lopen naar het station. U kunt ook met de bus gaan. Iets verderop in deze straat is een bushalte. | It takes about 30 minutes to walk to the station. You can also take the bus. A bit further down this street is a bus stop. | يستغرق الأمر حوالي 30 دقيقة للمشي إلى المحطة. يمكنك أيضًا الذهاب بالحافلة. يوجد محطة حافلات في نهاية هذا الشارع. |
| Hoe laat de trein komt, kunt u zien op dit informatiebord. | You can see what time the train arrives on this information board. | يمكنك أن ترى في أي وقت يصل القطار على لوحة المعلومات هذه. |
| Op welk perron de trein aankomt, kunt u zien op dit informatiebord. | You can see on this information board which platform the train arrives at. | يمكنك أن ترى على لوحة المعلومات هذه على أي رصيف يصل القطار. |
| Op welk perron uw trein vertrekt, kunt u zien op dit informatiebord. | You can see on this information board which platform your train departs from. | يمكنك أن ترى على لوحة المعلومات هذه على أي رصيف يغادر قطارك. |
| U heeft nog 2 minuten om over te stappen van het ene perron naar het andere perron. | You have 2 minutes to transfer from one platform to another. | لديك دقيقتان للانتقال من رصيف إلى آخر. |
| Om over te stappen moet u met de trap of lift naar boven, vervolgens gaat u naar rechts, bij perron 3 gaat u naar beneden. Daar komt uw trein aan. | To transfer, you need to go up the stairs or elevator, then turn right; at platform 3, you go down. Your train will arrive there. | للانتقال، تحتاج إلى الصعود عبر الدرج أو المصعد، ثم تلتف إلى اليمين؛ عند الرصيف 3، تذهب للأسفل. سيصل قطارك هناك. |
| Dank u wel! | Thank you! | شكرًا لك! |
| Graag gedaan! | You’re welcome! | على الرحب والسعة! |
| Ik wens u een goede reis. | I wish you a good trip. | أتمنى لك رحلة سعيدة. |
| Ik wens u hetzelfde. | I wish you the same. | أتمنى لك الشيء نفسه. |
Overzicht van richtingen:
| Nederlands | Engels | Arabisch |
|---|---|---|
| Rechts | Right | يمين (Yameen) |
| Links | Left | يسار (Yasar) |
| Vooruit | Forward | للأمام (Lil’amam) |
| Achteruit | Backward | للخلف (Lil’khalaf) |
| Rechtdoor | Straight ahead | مباشرة (Mubashara) |
| Rechtsaf | Turn right | التوجه لليمين (Al-Tawajjuh Lil-Yameen) |
| Linksaf | Turn left | التوجه لليسار (Al-Tawajjuh Lil-Yasar) |
| Omhoog | Up | لأعلى (Li’Ala) |
| Beneden | Down | لأسفل (Li-Asfal) |
| Dichtbij | Near | قريب (Qareeb) |
| Ver weg | Far | بعيد (Ba’eed) |
Woorden opzoeken
| TIP: Wil je een woord opzoeken op internet? Gebruik dan niet Google of een andere zoekmachine, want daar staan veel fouten in. Surf naar een echte woordenlijst, zoals https://woordenlijst.org/ . |
Voorzetsels van tijd
| Voorzetsels van tijd | Voorbeeld |
|---|---|
| Op | Hij komt op tijd. Ik moet op woensdagmiddag naar de huisarts. |
| Om | We gaan onze lunch eten om 12:00. De trein komt om 16:00. |
| In | In de ochtend eet ik ontbijt. Ik kom in de avond bij jullie mee-eten. |
| Sinds | Ik werk hier al sinds 2022. Sinds gisteren eet ik geen vlees meer. |
| Voor | Ze gaan voor 3 weken op vakantie. Je moet hier voor 09 uur zijn. |
| Na | Na 2 jaar zijn we eindelijk klaar. Na 15.00 moeten we aan het verslag werken. |
| Van – tot | Hij werkt van 9:00 tot 16:30. Ik moet van maandag tot zaterdag naar school. |
| Tijdens | Tijdens de winter is het buiten heel koud. Tijdens de zomer gaat iedereen graag zwemmen. |
| Binnen | Binnen 3 minuten komt de trein aan. De opdracht moet binnen 1 dag af zijn. |
| Gedurende | Gedurende het eerste half uur betaal ik jou € 10. Gedurende de examens moet je stil zijn. |
| Omstreeks | Omstreeks 17 uur gaat de bel. Hij komt omstreeks 08 uur aan. |
Tijdsaanduidingen
Tijdsaanduidingen in het Nederlands zijn woorden en uitdrukkingen die een bepaalde tijd aangeven. Hieronder vind je een overzicht van enkele veelgebruikte tijdsaanduidingen met voorbeelden:
- Deze (deze week, deze maand, dit jaar): Verwijst naar de huidige tijdsperiode.
- Voorbeeld: Deze week heb ik het erg druk.
- Vorige (de vorige week, de vorige maand, het vorige jaar): Verwijst naar de tijdsperiode direct vóór de huidige.
- Voorbeeld: De vorige week was het erg koud.
- Komend(e) (het komend weekend, de komende maand, het komende jaar): Verwijst naar de tijdsperiode die direct na de huidige komt.
- Voorbeeld: Het komend weekend zijn we thuis.
- Laatste (de laatste week, de laatste maand, het laatste jaar): Verwijst naar de meest recente tijdsperiode die voorbij is.
- Voorbeeld: De laatste maand heb ik veel gereisd.
- Volgend(e) (de volgende week, de volgende maand, het volgende jaar): Verwijst naar de tijdsperiode die na de komende tijdsperiode komt.
- Voorbeeld: Volgende maand beginnen we met de renovatie.
- Afgelopen (de afgelopen week, de afgelopen maand, het afgelopen jaar): Verwijst naar de tijdsperiode die net voorbij is.
- Voorbeeld: De afgelopen week was erg hectisch.
- Eerder (eerder deze week, eerder dit jaar): Verwijst naar een tijdstip dat voor een ander tijdstip ligt binnen dezelfde tijdsperiode.
- Voorbeeld: Eerder deze week had ik een belangrijke vergadering.
- Later (later deze week, later dit jaar): Verwijst naar een tijdstip dat na een ander tijdstip ligt binnen dezelfde tijdsperiode.
- Voorbeeld: Later deze week ga ik op vakantie.
- Vroeger: Verwijst naar een tijdstip dat ver in het verleden ligt, vaak in de context van herinneringen of historische gebeurtenissen.
- Voorbeeld: Vroeger speelde ik vaak buiten.
- Straks: Verwijst naar een tijdstip kort na nu, meestal binnen enkele uren.
- Voorbeeld: Straks ga ik boodschappen doen.
- Zojuist: Verwijst naar een tijdstip net vóór nu.
- Voorbeeld: Ik heb zojuist een e-mail ontvangen.
- Binnenkort: Verwijst naar een tijdstip dat niet ver in de toekomst ligt.
- Voorbeeld: Binnenkort start de nieuwe cursus.
- Tegenwoordig: Verwijst naar de huidige tijd.
- Voorbeeld: Tegenwoordig werken veel mensen vanuit huis.
- Inmiddels: Verwijst naar een tijdstip dat al verstreken is sinds een eerder genoemd tijdstip.
- Voorbeeld: Het is inmiddels drie jaar geleden dat we verhuisd zijn.
Klokkijken
Afspraak maken
| Nederlands | Engels | Arabisch |
|---|---|---|
| Datum | Date | تاريخ (Tarikh) |
| Tijd | Time | وقت (Waqt) |
| Week | Week | أسبوع (Usbu’) |
| Maand | Month | شهر (Shahr) |
| Jaar | Year | سنة (Sana) |
| Wanneer | When | متى (Mata) |
| Hoe laat | What time | في أي وقت (Fi Ayi Waqt) |
| Is dit een goed moment? | Is this a good time? | هل هذا وقت جيد؟ (Hal Hatha Waqt Jayyid?) |
| Kunt u een afspraak maken? | Can you make an appointment? | هل يمكنك تحديد موعد؟ (Hal Yumkinuka Takhdeer Maw’id?) |
| Ik wil graag een afspraak maken. | I would like to make an appointment. | أود تحديد موعد. (Awd Takhdeer Maw’id.) |
| Bent u beschikbaar op…? | Are you available on…? | هل أنت متاح في …؟ (Hal Anta Mutah Fi …?) |
| Ik ben beschikbaar op… | I am available on… | أنا متاح في … (Ana Mutah Fi … ) |
| Laten we het afspreken op… | Let’s schedule it for… | دعنا نحددها في … (Da’na Nuhadid Fi … ) |
| Wat dacht u van …? | What do you think of …? | ماذا رأيت في …؟ (Mada Ra’ayt Fi …?) |
| Het lijkt me een goed idee. | That seems like a good idea. | يبدو أن هذه فكرة جيدة. (Yabdu Ann Hatha Fikr Jayyid.) |
| Ik kan niet op die dag. | I can’t do that day. | لا أستطيع في ذلك اليوم. (La Asta’tee Fi Thalika Alyawm.) |
| Kunt u een andere dag voorstellen? | Can you suggest another day? | هل يمكنك اقتراح يوم آخر؟ (Hal Yumkinuka Iqtirah Yawm Akhar?) |
| Hoe zit het met …? | How about …? | ماذا عن …؟ (Mada An …?) |
| Kunnen we het later bespreken? | Can we discuss it later? | هل يمكننا مناقشتها لاحقًا؟ (Hal Yumkinuna Munakasha Ha Lahiqan?) |
| Is dat goed voor u? | Is that good for you? | هل هذا جيد بالنسبة لك؟ (Hal Hatha Jayyid Li-Nisbat Lak?) |
| Voor het eten | Before eating | قبل الأكل (Qabl Al-Akl) |
| Na het eten | After eating | بعد الأكل (Ba’d Al-Akl) |
| Vanavond | This evening | هذا المساء (Hatha Al-Masa’) |
| Morgen | Tomorrow | غدًا (Ghad’an) |
| Maandag | Monday | الإثنين (Al-Ithnayn) |
| Dinsdag | Tuesday | الثلاثاء (Al-Thulatha’) |
| Woensdag | Wednesday | الأربعاء (Al-Arba’a’) |
| Donderdag | Thursday | الخميس (Al-Khamis) |
| Vrijdag | Friday | الجمعة (Al-Jum’a) |
| Zaterdag | Saturday | السبت (Al-Sabt) |
| Zondag | Sunday | الأحد (Al-Ahad) |
| Vertrektijden | Departure times | أوقات المغادرة (Awqat Al-Mughaderah) |
| Vertrekhal | Departure hall | قاعة المغادرة (Qā’at Al-Mughaderah) |
| Aankomsthal | Arrival hall | قاعة الوصول (Qā’at Al-Wusool) |
| Perron | Platform | رصيف (Rasif) |
| De trein halen | Catch the train | اللحاق بالقطار (Al-Lahaq Bil-Qitar) |
| De trein missen | Miss the train | فقدان القطار (Fuqdan Al-Qitar) |
| Rennen | Run | الركض (Al-Rakd) |
| Zoeken | Search | البحث (Al-Bahth) |
| Het spoor | The track | السكة الحديدية (Al-Sikka Al-Hadidiya) |
| Wachten | Wait | الانتظار (Al-Intidar) |
| Het bord (met tijden) | The board (with times) | اللوحة (مع الأوقات) (Al-Lawha (Ma’a Al-Awqat)) |
| De weg niet weten | Not knowing the way | عدم معرفة الطريق (Adam Ma’rifat Al-Tariq) |
| Weinig tijd hebben | Have little time | لا يوجد وقت كافٍ (La Yujad Waqt Kafi) |
| De trein naar ….. | The train to ….. | القطار إلى ….. (Al-Qitar Ila ….) |
| Afscheid nemen | Say goodbye | وداعًا (Wada’an) |
| Naar de bus rennen | Run to the bus | الركض نحو الحافلة (Al-Rakd Nahwa Al-Hafilah) |
| De bus nemen | Take the bus | أخذ الحافلة (Akhadh Al-Hafilah) |
| De trein op tijd halen | Catch the train on time | اللحاق بالقطار في الوقت المحدد (Al-Lahaq Bil-Qitar Fi Al-Waqt Al-Muhaddad) |
| Het vliegtuig | The airplane | الطائرة (Al-Tayara) |
| De lift | The elevator | المصعد (Al-Mas |
Bezittelijk voornaamwoord
Voorbeelden
mijn auto
jouw appel
zijn idee
onze vakantie
hun werkstuk
Die auto is van mij.
Die appel is van jou.
Het idee is van hem.
De vakantie is van ons.
Het werkstuk is van hen.
Let op!
Neem de term bezit niet altijd te letterlijk: Het is jouw vakantie.
Jouw is hier wel een bezittelijk voornaamwoord, ook al is vakantie niet echt een bezit.
| Regel | Fout | Goed |
|---|---|---|
| Zijn of haar | Het bestuur heeft haar plannen gewijzigd. | Het bestuur heeft zijn plannen gewijzigd. |
| Hun of hen | Aan hen mening werd waarde gehecht. | Aan hun mening werd waarde gehecht. |
| Mijn, m’n of me | Tot slot wil ik me begeleiders bedanken. | Tot slot wil ik mijn begeleiders bedanken. |
| Jou of jouw | “Jou rechten zijn van belang,” zei de advocaat. | “Jouw rechten zijn van belang,” zei de advocaat. |
Met de trein (of bus)
Woordenschat
- Bestemming (وجهة)
- A1: Wij gaan naar een mooie bestemming.
- A2: Onze bestemming is een warm land met veel stranden.
- B1: We kozen deze bestemming omdat het veel cultuur en natuur biedt.
- B2: Deze exotische bestemming staat bekend om haar indrukwekkende landschappen en rijke geschiedenis.
- Avontuurlijk (مغامر)
- A1: Mijn broer is avontuurlijk.
- A2: Hij kiest altijd voor een avontuurlijke reis.
- B1: Ze houdt van avontuurlijke activiteiten zoals bergbeklimmen.
- B2: Door zijn avontuurlijke geest durft hij onbekende paden te verkennen en nieuwe ervaringen op te doen.
Bezienswaardigheid (معلم سياحي)
- A1: Wij bezoeken een bezienswaardigheid.
- A2: De stad heeft veel mooie bezienswaardigheden.
- B1: De bekendste bezienswaardigheid is het oude kasteel.
- B2: Deze bezienswaardigheid trekt jaarlijks duizenden toeristen vanwege zijn historische waarde en unieke architectuur.
Excursie (رحلة استكشافية)
- A1: Wij maken een excursie.
- A2: De excursie gaat naar de bergen.
- B1: Tijdens de excursie leren we veel over de natuur.
- B2: De excursie omvat een uitgebreide rondleiding met een gids die boeiende verhalen over de regio vertelt.
Cultuur (ثقافة)
- A1: Ik leer over cultuur.
- A2: In dit land is de cultuur anders.
- B1: De cultuur van dit volk is erg interessant en divers.
- B2: Door te reizen ontdek je hoe cultuur invloed heeft op tradities, kunst en sociale gewoonten.
Gezelligheid (الدفء الاجتماعي)
- A1: Wij houden van gezelligheid.
- A2: De gezelligheid op vakantie maakt het leuk.
- B1: Gezelligheid is belangrijk tijdens familievakanties.
- B2: De sfeer van gezelligheid en saamhorigheid maakt deze vakantiebestemming extra bijzonder.
Reisgids (دليل سفر)
- A1: Ik lees een reisgids.
- A2: De reisgids heeft veel tips over de stad.
- B1: Volgens de reisgids moet je dit museum zeker bezoeken.
- B2: Een goede reisgids biedt diepgaande informatie over lokale tradities, verborgen parels en culinaire hoogstandjes.
Ervaring (تجربة)
- A1: Dit is een leuke ervaring.
- A2: Mijn vakantie was een mooie ervaring.
- B1: De ervaring van het duiken in tropische wateren was geweldig.
- B2: Een ervaring als solo-reizen verrijkt je perspectief en laat je groeien als persoon.
Natuurgebied (منطقة طبيعية)
- A1: Wij wandelen in een natuurgebied.
- A2: Het natuurgebied heeft veel dieren.
- B1: In dit natuurgebied leven zeldzame vogels en planten.
- B2: Dit beschermde natuurgebied is een paradijs voor natuurliefhebbers en fotografen.
Rugzak (حقيبة ظهر)
- A1: Mijn rugzak is blauw.
- A2: Ik neem een rugzak mee op reis.
- B1: In mijn rugzak zit alles wat ik nodig heb voor de hike.
- B2: Een goed gevulde rugzak met de juiste uitrusting is essentieel voor een geslaagde trektocht.
Vreemd (غريب)
- A1: Dit eten is vreemd.
- A2: In een vreemd land voel ik me soms onzeker.
- B1: Het is interessant om vreemde culturen te ontdekken.
- B2: Het kan verrijkend zijn om vreemde gewoonten te omarmen en je perspectief te verbreden.
Bagage (أمتعة)
- A1: Mijn bagage is zwaar.
- A2: De bagage staat klaar voor de reis.
- B1: Je moet je bagage goed inpakken om ruimte te besparen.
- B2: Het minimaliseren van je bagage zorgt voor een flexibelere en comfortabelere reiservaring.
Vervoermiddel (وسيلة نقل)
- A1: De auto is een vervoermiddel.
- A2: Treinen zijn snelle vervoermiddelen.
- B1: Ik kies mijn vervoermiddel afhankelijk van de afstand en kosten.
- B2: Duurzame vervoermiddelen zoals de trein dragen bij aan milieuvriendelijk reizen.
Reisverzekering (تأمين السفر)
- A1: Wij hebben een reisverzekering.
- A2: Een reisverzekering is belangrijk bij ongelukken.
- B1: Mijn reisverzekering dekt verlies van bagage en medische kosten.
- B2: Een uitgebreide reisverzekering biedt gemoedsrust en bescherming tegen onverwachte situaties tijdens je reis.
Gastvrijheid (ضيافة)
- A1: De mensen zijn gastvrij.
- A2: Wij genoten van de gastvrijheid in het hotel.
- B1: In dit land staat gastvrijheid hoog in het vaandel.
- B2: De hartelijke gastvrijheid van de lokale bevolking maakt elke reis onvergetelijk.
Reisbudget (ميزانية السفر)
- A1: Mijn reisbudget is klein.
- A2: Wij maken een plan voor ons reisbudget.
- B1: Een goed reisbudget helpt om onverwachte kosten te voorkomen.
- B2: Door slim te plannen en aanbiedingen te zoeken, kun je je reisbudget optimaal benutten.
Lokale keuken (المطبخ المحلي)
- A1: De lokale keuken is lekker.
- A2: Wij proberen de lokale keuken op vakantie.
- B1: De lokale keuken biedt veel nieuwe smaken en gerechten.
- B2: Het ontdekken van de lokale keuken is een essentieel onderdeel van culturele onderdompeling tijdens het reizen.
Zonsondergang (غروب الشمس)
- A1: Ik zie de zonsondergang.
- A2: De zonsondergang aan zee is prachtig.
- B1: Wij genoten van een romantische zonsondergang op het strand.
- B2: De kleurenpracht van een zonsondergang in de bergen is een adembenemend schouwspel.
Onvergetelijk (لا يُنسى)
- A1: Mijn reis was onvergetelijk.
- A2: Dit uitzicht is echt onvergetelijk.
- B1: De avonturen die we beleefden, maakten de vakantie onvergetelijk.
- B2: Een reis wordt pas echt onvergetelijk door de bijzondere ontmoetingen en ervaringen die je opdoet.
Reisgenoot (رفيق السفر)
- A1: Mijn reisgenoot is mijn vriend.
- A2: Ik kies een leuke reisgenoot.
- B1: Een goede reisgenoot maakt de vakantie nog gezelliger.
- B2: De juiste reisgenoot delen dezelfde reisinteresses en versterkt de ervaring op een positieve manier.
Tip
| Wil je een woord opzoeken op internet? Gebruik dan niet Google of een andere zoekmachine, want daar staan veel fouten in. Surf naar een echte woordenlijst, zoals https://woordenlijst.org/ . |
Hulp nodig bij de uitspraak van een woord of zin?
Goede voorbereiding voor je examen
In onderstaande video’s worden alle onderwerpen die belangrijk zijn voor het examen duidelijk uitgelegd.
Woordenschat
Een anderstalige moet op A1-niveau zo’n 1000 woorden kennen, op A2 al 2000 en op B1 zelfs 5000.
Nederlandse woordenschat, deels uitgelegd in het Engels

Introductie
https://youtu.be/k7t5HDxchqQ

Imigratie
https://youtu.be/KRHUhcnYdRE

Vragen
https://youtu.be/G2NQcv8-vv8
Nederlandse grammatica, deels uitgelegd in het Engels

Seizoen 1
https://youtu.be/_IW7zvMlRcc

Seizoen 1 - les 2
https://youtu.be/Rt_WHDXNATk

Supermarkt
https://www.youtube.com/watch?v=jj7bzM2oac8

Scheidbaar werkwoord
https://youtu.be/XUwPb92Tjt0

Seizoen 2
https://youtu.be/3GTmnMczTX0

Gebiedende wijs
https://youtu.be/o6r_VLCdZFU

Modale werkwoorden
https://youtu.be/GoznPvOu82E

Uitnodigen
https://youtu.be/RgV-VVtCsSE

Seizoen 3
https://youtu.be/COBlJ3CPS6o

Kennismaking met ouders
https://youtu.be/htr0mDyF97A

Aanwijzend vnw
https://youtu.be/SE7bsBKadUw

Salarisonderhandeling
https://youtu.be/8r8lq4uhnSc
Voorbeeldexamens

Luisteren
https://youtu.be/Z0iOzLatpz4

Luisteren
https://youtu.be/oAcYTBuHhT8

Luisteren
https://youtu.be/lb0q-sk82TA

Spreken
https://youtu.be/YdMZNxJna2s

Spreken
https://youtu.be/09egrn3Nj9I

Spreken
https://youtu.be/9ECVCy8cPHg
Meer spreekvaardigheid oefenen?
Zoek op ‘spreken examen A2’

lezen examen A2
https://youtu.be/h_9qxbaSGfo

lezen examen oefenen
https://youtu.be/c_H_YgieZ34

lezen examen oefenen
https://youtu.be/sxAlVRaukIU

lezen examen oefenen
https://youtu.be/AoiQZYnP5yE
Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)
Diverse onderwerpen worden hier besproken (Arabisch/Nederlands):
1) https://youtu.be/780rnjV8rb8 (الأعياد و المناسبات في هولندا | Feestdagen in Nederland)
2) https://youtu.be/Xd-TjeQeLh0 (Belasting, Subside, en Uitkering | الضرائب في هولندا)
3) https://youtu.be/x8dI_tnJmoQ (الدرس الأول : العمل | Les 1 : Werk)
4) https://youtu.be/K3g80Qg5vBU (الرعاية الصحية في هولندا | Zorg)
5) https://youtu.be/caluLv0OPOc (التربية| De opvoeding)
6) https://youtu.be/B2X4pvrqvbs (تاريخ هولندا | De geschiedenis van Nederland)
7) https://youtu.be/Qva8axNapPs (خريطة هولندا والمياه | Holland kaart en water)
8) https://youtu.be/cF3WzRHmJTE (De Tweede Wereldoorlog | الحرب العالمية الثانية)
9) https://youtu.be/9Yznz3l-tb8 (الهيئات | ج2 |instantie)
10) https://youtu.be/RVPkobNpjU8 (الهيئات | ج1 |Instantie)
11) https://youtu.be/5yKsTnmcO0w (التعليم في هولندا | ج١| het onderwijssysteem)
12) https://youtu.be/BRay5SFyLFA ( العمل في هولندا| ج2 | Het werk)
Voorbeeld examens Ad Appel Taaltrainingen A1 en A2

Examenvragen
https://youtu.be/2l7hCyh-29U

Examenvagen
https://youtu.be/7-wTWpDIX20

Examenvragen KNS
https://youtu.be/Zke_1j1Lkcs

Inburgeringsexamen A1 (1)
https://youtu.be/gNZyORg7Lig

Inburgeringsexamen A1 (2)
https://youtu.be/g_hUGdu_2MI
Voor diverse video’s over examen A2: zoek op ‘ad appel A2’

Oefenexamen A2
https://youtu.be/_tkoK4nhpVU

Oefenexamen A2
https://youtu.be/cqzgh_uaT0w



















































