A2 TaalCompleet Thema 1 – Verhuizen

Geplaatst op door in de categorie Taal, Taal - A2 niveau, Wonen

Voorbereiding

Als je een andere taal op A2-niveau beheerst, kun je:

  • zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk of opleiding);
  • communiceren tijdens simpele en alledaagse taken en een korte boodschap, zoals een bedankbriefje schrijven;
  • in eenvoudige bewoordingen aspecten van je eigen achtergrond en omgeving beschrijven.

Goed om te weten: ALLE blogs op deze website ondersteunen bij de inburgering en integratie (en de examens), dus de datum waarop ze zijn gemaakt is niet relevant.

De informatie die wij delen is bedoeld ter aanvulling op de professionele (online) taallessen. Het eerste deel van de taalblogs bestaat uit aanvullende informatie over het thema (in dit geval ‘verhuizen’). Gevolgd door de onderwerpen die in het boek TaalCompleet worden behandeld bij dit thema.


TIP: luister dagelijks naar gesproken tekst in de Nederlandse taal

Het regelmatig luisteren naar gesproken tekst in de taal die je wilt leren is een zeer effectieve manier om een taal onder de knie te krijgen. Luisteren naar een nieuwe taal helpt je hersenen om de klanken, ritmes, en intonaties van die taal te herkennen en te verwerken, waardoor je deze sneller en natuurlijker kunt leren begrijpen en uiteindelijk spreken.

Waarom luisteren zo effectief is:

  1. Klanken en intonatie: Door elke dag te luisteren, wen je aan de specifieke klanken en intonaties die eigen zijn aan de nieuwe taal. Je hersenen trainen zich in het herkennen van deze geluiden, wat essentieel is voor zowel begrip als uitspraak.
  2. Woorden en zinnen in context: Luisteren helpt je om woorden en zinnen in hun natuurlijke context te horen. Dit bevordert niet alleen je woordenschat, maar ook je inzicht in grammaticale structuren en gangbare uitdrukkingen.
  3. Onderbewuste taalopname: Wanneer je naar een nieuwe taal luistert, ook al versta je nog niet alles, ben je je hersenen aan het “onderdompelen” in de taal. Dit bevordert passieve kennis die uiteindelijk actief kan worden als je de taal zelf probeert te spreken.

Hoe vaak?

De precieze tijd kan verschillen per persoon en per doel. Twee uur per dag is een goede hoeveelheid om voldoende herhaling en variatie te hebben zonder te overweldigen. Het luisteren kan bijvoorbeeld bestaan uit podcasts, films, series, of muziek in die taal.

Als je consistent blijft, zul je merken dat je vermogen om te begrijpen snel vooruitgaat en dat het steeds makkelijker wordt om nieuwe woorden en uitdrukkingen op te pikken.

Hieronder tref je twee luisterboeken aan. Nogmaals, het gaat er niet om of je begrijpt wat er wordt voorgelezen, dus je kunt het prima beluisteren terwijl je kookt of iets anders aan het doen bent. Het gaat erom dat je iemand de taal hoort spreken.


Verhuizen

Goede luisteroefening:

https://youtu.be/dOhTgxq7ZJo

Woordenschat

Het huis: klik op de flashcards, dan zie je het plaatje dat bij het woord hoort. 65 oefeningen.


Nieuwe buren (en/of nieuwe familie)

(zie ook de blog Nieuwe Buren)

Wanneer je kennis wilt maken met je nieuwe buren, kun je verschillende vriendelijke en gastvrije zinnen gebruiken. Onderstaande zinnen helpen je om een gesprek te beginnen en een goede band op te bouwen met je nieuwe buren.

  1. Bij de eerste ontmoeting:
    • “Hallo, ik ben [jouw naam], uw nieuwe buurman/buurvrouw.”
    • “Goedendag, ik ben net hier komen wonen. Aangenaam kennis te maken!”
  2. Voor het voorstellen:
    • “Hallo, ik wilde me even voorstellen. Ik ben [jouw naam] en woon hiernaast.”
    • “Hoi, ik ben uw nieuwe buurman/buurvrouw. Hoe gaat het?”
  3. Als je iets nodig hebt of wilt aanbieden:
    • “Ik heb net iets lekkers gebakken en dacht dat het leuk zou zijn om wat te delen.”
    • “Heeft u misschien een moment om me te helpen met [specifiek verzoek]?”
  4. Voor het opbouwen van een relatie:
    • “Hoe lang woont u hier al?”
    • “Heeft u nog tips voor leuke plekken in de buurt?”
  5. Om interesse te tonen:
    • “Wat een mooie tuin/huis/hond, hoe lang heeft u die al?”
    • “Wat doet u voor werk als ik vragen mag?”
  6. Om een activiteit voor te stellen:
    • “Zou u het leuk vinden om een keer samen koffie te drinken?”
    • “Weet u of er buurtactiviteiten zijn waar we aan mee kunnen doen?”

Hoe maak je kennis met iemand?

LET OP: De link staat onder de betreffende afbeelding. De afbeelding zelf is géén link.


Gespreksonderwerpen

Bij het kennismaken en gesprekken voeren met je buren, zijn er diverse geschikte en interessante gespreksonderwerpen die kunnen helpen om een goede band op te bouwen. Hier zijn enkele ideeën:

  1. Woonomgeving:
    • “Hoe bevalt de buurt u?”
    • “Wat zijn uw favoriete plekken in de buurt?”
    • “Zijn er goede restaurants of winkels die u kunt aanraden?”
  2. Buurtactiviteiten:
    • “Zijn er leuke buurtactiviteiten of evenementen waar u aan deelneemt?”
    • “Zijn er buurtgroepen of verenigingen waar ik me bij aan kan sluiten?”
  3. Weer:
    • “Wat een prachtig weer vandaag, vindt u niet?”
    • “Hoe ervaart u de seizoenen hier in de buurt?”
  4. Huis en tuin:
    • “Uw tuin ziet er prachtig uit, hoe onderhoudt u die?”
    • “Heeft u onlangs verbouwd of iets nieuws toegevoegd aan uw huis?”
  5. Gezin en huisdieren:
    • “Heeft u kinderen? Zo ja, hoe oud zijn ze?”
    • “Wat een mooie hond, hoe heet hij/zij?”
  6. Werk en hobby’s:
    • “Wat doet u voor werk?”
    • “Heeft u leuke hobby’s of interesses waar u graag mee bezig bent?”
  7. Verhuizing:
    • “Hoe lang woont u hier al?”
    • “Bent u hierheen verhuisd vanuit een andere stad of land?”
  8. Vakantie en reizen:
    • “Heeft u nog leuke vakanties gepland?”
    • “Wat is de mooiste plek waar u ooit bent geweest?”
  9. Cultuur en entertainment:
    • “Heeft u onlangs een goede film of serie gezien die u kunt aanbevelen?”
    • “Leest u graag boeken? Zo ja, wat is uw favoriete boek?”
  10. Gemeenschappelijke interesses:
    • “Speelt u toevallig een instrument of sport?”
    • “Doet u mee aan enige vrijwilligerswerk in de buurt?”

Deze onderwerpen zijn breed en toegankelijk, waardoor je een gesprek op gang kunt brengen en je buren beter kunt leren kennen:

Het weer

Het maken van opmerkingen over het weer als gespreksstarter is heel gebruikelijk en heeft verschillende redenen:

  1. Algemene ervaring: Het weer is iets waar iedereen ervaring mee heeft. Het is een neutraal onderwerp dat de meeste mensen aanspreekt en waarover ze kunnen praten zonder dat er diepere persoonlijke onderwerpen aan de orde komen.
  2. Veiligheid: Het weer is een onschuldig onderwerp. Mensen voelen zich vaak meer op hun gemak om over iets algemeens te praten dan over persoonlijke of controversiële zaken.
  3. Culturele gewoonte: In veel culturen, waaronder de Nederlandse, is het gebruikelijk om over het weer te praten. Het wordt gezien als een manier om een gesprek op gang te brengen of om een ongemakkelijke stilte te doorbreken.
  4. Variabiliteit: Het weer verandert constant, wat het een onuitputtelijke bron van gesprek maakt. Er zijn altijd nieuwe dingen te zeggen, of het nu gaat om de temperatuur, de luchtvochtigheid, of een aanstaande storm.
  5. Toegankelijkheid: Het weer is gemakkelijk te observeren en te beschrijven. Iedereen kan een mening of ervaring delen, wat het voor veel mensen een toegankelijke gespreksstarter maakt.
  6. Gemeenschappelijke basis: Praten over het weer kan helpen om een gevoel van gemeenschappelijkheid te creëren. Het geeft mensen de kans om hun gedachten en gevoelens te delen over een onderwerp dat hen allemaal beïnvloedt.

Het huis/het wonen

Hobby en vrije tijd

Vervoer

In de stad


Diverse onderwerpen

In Nederland is alles bespreekbaar: van alledaagse zaken tot dieper liggende onderwerpen. De directe communicatiestijl en openheid zijn kenmerkend voor de Nederlandse cultuur, waar geen onderwerp taboe is.


Zinnen maken


Hoofdzinnen

Hoofdzin Een hoofdzin is een zelfstandige zin die onafhankelijk kan bestaan in een tekst. De persoonsvorm staat meestal vooraan, als eerste of tweede zinsdeel, naast het onderwerp.

Voorbeeld: “Maria plukt peren van een boom.”

  • Persoonsvorm: plukt
  • Onderwerp: Maria

Bijzin Een bijzin is afhankelijk van een hoofdzin en kan niet zelfstandig staan. De persoonsvorm in een bijzin staat vaak verder naar achteren.

Voorbeeld: “Maria plukt peren van een boom, omdat ze een taart wil bakken.”

  • Hoofdzin: Maria plukt peren van een boom.
  • Bijzin: omdat ze een taart wil bakken.
  • Persoonsvorm bijzin: wil

Onderschikkende voegwoorden Bijzinnen worden verbonden met hoofdzinnen door onderschikkende voegwoorden zoals “dat”, “omdat”, “doordat”, “zodat”, “voordat”, “nadat”, “terwijl”, “zodra”, “hoewel”, en “tenzij”. Een komma kan tussen de hoofdzin en bijzin staan, maar dit is niet altijd noodzakelijk.

Voorbeeld: “Ahmed traint veel, zodat hij later profvoetballer kan worden.”

  • Hoofdzin: Ahmed traint veel.
  • Bijzin: zodat hij later profvoetballer kan worden.

Familie

NederlandsEngelsArabisch (عربي)
VaderFatherأب (ab)
MoederMotherأم (umm)
ZoonSonابن (ibn)
DochterDaughterابنة (bint)
BroerBrotherأخ (akh)
ZusSisterأخت (ukht)
OpaGrandfatherجد (jadd)
OmaGrandmotherجدة (jadda)
Neef (zoon van broer/zus)Nephewابن الأخ/ابن الأخت (ibn al-akh/ibn al-ukht)
Nicht (dochter van broer/zus)Nieceابنة الأخ/ابنة الأخت (bint al-akh/bint al-ukht)
Neef (zoon van oom/tante)Cousin (male)ابن العم/ابن الخال (ibn al-‘amm/ibn al-khāl)
Nicht (dochter van oom/tante)Cousin (female)ابنة العم/ابنة الخال (bint al-‘amm/bint al-khāl)
Oom (broer van vader/moeder)Uncleعم/خال (‘amm/khāl)
Tante (zus van vader/moeder)Auntعمة/خالة (‘amma/khāla)
SchoonvaderFather-in-lawحمو (ḥamū)
SchoonmoederMother-in-lawحماة (ḥamā)
SchoonzoonSon-in-lawزوج الابنة (zawj al-bint)
SchoondochterDaughter-in-lawزوجة الابن (zawjat al-ibn)
StiefvaderStepfatherزوج الأم (zawj al-umm)
StiefmoederStepmotherزوجة الأب (zawjat al-ab)
StiefbroerStepbrotherأخ غير شقيق (akh ghayr shaqīq)
StiefzusStepsisterأخت غير شقيقة (ukht ghayr shaqīqa)
AchterneefSecond cousin (male)ابن العم الثاني (ibn al-‘amm al-thānī)
AchternichtSecond cousin (female)ابنة العم الثانية (bint al-‘amm al-thānī)
PleegvaderFoster fatherالأب بالتبني (al-ab bi-l-tabannī)
PleegmoederFoster motherالأم بالتبني (al-umm bi-l-tabannī)
PleegzoonFoster sonالابن بالتبني (al-ibn bi-l-tabannī)
PleegdochterFoster daughterالابنة بالتبني (al-bint bi-l-tabannī)

Genderneutraal overzicht gezinsleden en familieleden

NederlandsEngelsArabisch (عربي)
OuderParentوالد (wālid)
KindChildطفل (ṭifl)
Sibling (Broer/Zus)Siblingأخ/أخت (akh/ukht) (maar niet genderneutraal in Arabisch)
GrootouderGrandparentجد/جدة (jadd/jadda) (geen genderneutraal woord)
KleinkindGrandchildحفيد (ḥafīd)
Ouder van partnerParent-in-lawوالد الزوج/الزوجة (wālid al-zawj/al-zawja)
PleegouderFoster parentوالد بالتبني (wālid bi-l-tabannī)
StiefouderStepparentزوج الأم/زوجة الأب (geen genderneutraal woord in Arabisch)
Oom/TanteUncle/Auntعم/خال (geen genderneutraal woord)
Neef/NichtCousinابن العم/ابنة العم (ibn al-‘amm / bint al-‘amm) (geen neutraal woord)

Rangtelwoorden

NederlandsEngelsArabisch (عربي)
OudsteOldestالأكبر (al-akbar) (mannelijk) / الكبرى (al-kubrā) (vrouwelijk)
JongsteYoungestالأصغر (al-aṣghar) (mannelijk) / الصغرى (al-ṣughrā) (vrouwelijk)
EersteFirstالأول (al-awwal) (mannelijk) / الأولى (al-ūlā) (vrouwelijk)
TweedeSecondالثاني (al-thānī) (mannelijk) / الثانية (al-thāniya) (vrouwelijk)
DerdeThirdالثالث (al-thālith) (mannelijk) / الثالثة (al-thālitha) (vrouwelijk)
VierdeFourthالرابع (al-rābi‘) (mannelijk) / الرابعة (al-rābi‘a) (vrouwelijk)
VijfdeFifthالخامس (al-khāmis) (mannelijk) / الخامسة (al-khāmisa) (vrouwelijk)
ZesdeSixthالسادس (al-sādis) (mannelijk) / السادسة (al-sādisa) (vrouwelijk)
ZevendeSeventhالسابع (al-sābi‘) (mannelijk) / السابعة (al-sābi‘a) (vrouwelijk)
AchtsteEighthالثامن (al-thāmin) (mannelijk) / الثامنة (al-thāmina) (vrouwelijk)
NegendeNinthالتاسع (al-tāsi‘) (mannelijk) / التاسعة (al-tāsi‘a) (vrouwelijk)
TiendeTenthالعاشر (al-‘āshir) (mannelijk) / العاشرة (al-‘āshira) (vrouwelijk)
LaatsteLastالأخير (al-akhīr) (mannelijk) / الأخيرة (al-akhīra) (vrouwelijk)

Aanwijzende voornaamwoorden

Een aanwijzend voornaamwoord is een woord dat je gebruikt om aan te geven welk specifiek persoon, ding of idee je bedoelt. Het wijst iets aan in een zin. In het Nederlands zijn de belangrijkste aanwijzende voornaamwoorden: “dit,” “dat,” “deze,” en “die.”

Hier is een simpele uitleg:

  1. Dit en dat gebruik je voor het-woorden (de-woorden zonder “de”).
    • Dit gebruik je als iets dichtbij is.
      Voorbeeld: Dit boek is interessant. (Het boek is dichtbij.)
    • Dat gebruik je als iets verder weg is.
      Voorbeeld: Dat huis is groot. (Het huis is verder weg.)
  2. Deze en die gebruik je voor de-woorden (de-woorden met “de”).
    • Deze gebruik je als iets dichtbij is.
      Voorbeeld: Deze man is aardig. (De man is dichtbij.)
    • Die gebruik je als iets verder weg is.
      Voorbeeld: Die auto is rood. (De auto is verder weg.)

In het kort:

  • “Dit” en “deze” voor dingen dichtbij.
  • “Dat” en “die” voor dingen verder weg.

(zie blog Aanwijzende voornaamwoorden)


Huiswerk maken

Hier zijn enkele praktische tips om je te helpen bij het effectief maken van huiswerk:

1. Maak een planning

  • Plan je tijd: Stel een tijdschema op voor je huiswerk. Begin met het lastigste vak, zodat je dit doet wanneer je nog fris bent.
  • Stel prioriteiten: Begin met de opdrachten die het snelst af moeten of het meeste tijd kosten.
  • Gebruik een timer: Werk in blokken van 25-30 minuten (Pomodoro-techniek) en neem korte pauzes van 5 minuten tussen de blokken om gefocust te blijven.

2. Creëer een goede werkplek

  • Rustige omgeving: Zoek een stille plek zonder afleidingen zoals je telefoon of tv.
  • Goede verlichting en ergonomie: Zorg voor voldoende licht en een comfortabele stoel om rugpijn te voorkomen.

3. Stel vragen als je vastloopt

  • Vraag om hulp: Als je iets niet begrijpt, aarzel dan niet om je leraar, medestudenten of ouders om uitleg te vragen. Het is beter om te vragen dan tijd te verspillen aan iets wat je niet begrijpt.
  • Maak aantekeningen: Noteer vragen die opkomen terwijl je werkt, zodat je deze later kunt stellen.

4. Breek grote taken op

  • Splits grote projecten: Als je bijvoorbeeld een groot verslag of een onderzoeksopdracht hebt, verdeel dit in kleinere taken (bijv. inleiding schrijven, informatie zoeken, bronnen vermelden).
  • Stel haalbare doelen: Werk in kleine stappen, en zorg ervoor dat je de voortgang bijhoudt, zodat het niet overweldigend wordt.

5. Gebruik hulpmiddelen

  • Digitale tools: Maak gebruik van apps zoals Google Keep, Todoist of Trello om je taken te organiseren.
  • Zoek op het internet: Als je vastzit op een opdracht, kun je online uitlegvideo’s bekijken (bijv. via YouTube of Khan Academy).
  • Flashcards en quizzes: Tools zoals Quizlet zijn geweldig om dingen zoals woordenschat of data te onthouden.

6. Werk gestructureerd

  • Controleer je werk: Nadat je een taak hebt afgerond, neem een paar minuten om je werk na te lezen en eventuele fouten te verbeteren.
  • Houd overzicht: Bewaar je aantekeningen en afgeronde opdrachten netjes zodat je ze later gemakkelijk kunt terugvinden voor bijvoorbeeld tentamens.

7. Wees realistisch en blijf gemotiveerd

  • Zorg voor afwisseling: Wissel moeilijke taken af met makkelijke of leuke onderwerpen om de motivatie hoog te houden.
  • Beloon jezelf: Geef jezelf een beloning na het afronden van een lastige opdracht (bijv. een korte pauze, een snack, of een favoriete activiteit).

8. Werk samen waar mogelijk

  • Groepswerk: Als je samen huiswerk kunt maken, doe dat! Je kunt ideeën delen en elkaar helpen wanneer iemand vastloopt.
  • Uitleg aan anderen: Leg de stof uit aan een vriend of familielid. Door het uit te leggen, begrijp je het zelf ook beter.

Overzicht van benodigdheden

  1. Pen (Engels: Pen, Arabisch: قلم)
  2. Potlood (Engels: Pencil, Arabisch: قلم رصاص)
  3. Gom (Engels: Eraser, Arabisch: ممحاة)
  4. Lineaal (Engels: Ruler, Arabisch: مسطرة)
  5. Schaar (Engels: Scissors, Arabisch: مقص)
  6. Schriften (Engels: Notebooks, Arabisch: دفاتر)
  7. Map of ringband (Engels: Folder or binder, Arabisch: ملف أو مجلد)
  8. Kleurenpotloden (Engels: Colored pencils, Arabisch: أقلام تلوين)
  9. Rekenmachine (Engels: Calculator, Arabisch: آلة حاسبة)
  10. Laptop of computer (Engels: Laptop or computer, Arabisch: حاسوب محمول أو حاسوب)
  11. Boeken (Engels: Books, Arabisch: كتب)
  12. Markeerstiften (Engels: Highlighters, Arabisch: أقلام تمييز)
  13. Agenda (Engels: Planner, Arabisch: مفكرة)
  14. Post-its (plakbriefjes) (Engels: Post-it notes, Arabisch: ملاحظات لاصقة)
  15. Bureau of werktafel (Engels: Desk or worktable, Arabisch: مكتب أو طاولة عمل)

Hoe gaat het?


Er is / er zijn

Deze “er” betekent: op deze plek of daar.

Er zijn veel bloemen. = Op deze plek zijn veel bloemen.
Op maandag is er niemand. = Op maandag is daar niemand.
Er is steeds meer plastic in de oceanen. = In de wereld is steeds meer plastic in de oceanen.

Je kan zijn, positiewerkwoorden en werkwoorden van beweging gebruiken.

Er zit een kind op mijn bank. = Hier (bijv. in het park) zit een kind op mijn bank.
In de zomer rijden er veel minder bussen. = In de zomer rijden hier (of in Nederland, in Europa, …) veel minder bussen.
Er staan drie vrouwen bij de ingang. = Daar staan drie vrouwen bij de ingang.


Voegwoorden

1. En

Betekenis: Voegt twee of meer zinnen of woorden samen.
Voorbeeld: Ik houd van koffie en thee.

2. Of

Betekenis: Geeft een keuze aan.
Voorbeeld: Wil je een appel of een banaan?

3. Maar

Betekenis: Geeft een tegenstelling aan.
Voorbeeld: Ik ben moe, maar ik ga toch sporten.

4. Want

Betekenis: Geeft een reden aan.
Voorbeeld: Ik blijf thuis, want het regent.

5. Dus

Betekenis: Geeft een gevolg aan.
Voorbeeld: Het is laat, dus ik ga naar bed.

6. Omdat

Betekenis: Geeft een reden aan (subordinatie).
Voorbeeld: Ik ga niet naar het feest, omdat ik moet werken.

7. Als

Betekenis: Geeft een voorwaarde aan.
Voorbeeld: Als het morgen mooi weer is, ga ik naar het strand.

8. Terwijl

Betekenis: Geeft gelijktijdigheid aan.
Voorbeeld: Ik luister naar muziek terwijl ik studeer.

9. Toen

Betekenis: Geeft een tijd aan in het verleden.
Voorbeeld: Ik was blij toen ik het nieuws hoorde.

10. Wanneer

Betekenis: Geeft een tijd aan, kan ook een voorwaarde zijn.
Voorbeeld: Je kunt komen wanneer je wilt.

11. Hoewel

Betekenis: Geeft een tegenstelling aan.
Voorbeeld: Hoewel het koud was, gingen we wandelen.

12. Zodat

Betekenis: Geeft een doel aan.
Voorbeeld: Ik studeer hard, zodat ik mijn examen kan halen.

13. Ofwel

Betekenis: Geeft een alternatieve formulering of verduidelijking aan.
Voorbeeld: Hij is een expert in zijn vakgebied, ofwel een specialist.

14. Bovendien

Betekenis: Geeft een toevoeging aan.
Voorbeeld: Het weer was mooi; bovendien was het weekend.

15. Echter

Betekenis: Geeft een tegenstelling aan.
Voorbeeld: Ik wilde gaan wandelen; echter begon het te regenen.

16. Daarom

Betekenis: Geeft een reden of gevolg aan.
Voorbeeld: Het was koud, daarom droeg ik een jas.

17. Alsook

Betekenis: Geeft een toevoeging aan, vergelijkbaar met “ook”.
Voorbeeld: Hij studeert biologie, alsook scheikunde.

18. Tenzij

Betekenis: Geeft een uitzondering aan.
Voorbeeld: Ik ga niet naar het feestje, tenzij jij ook gaat.

19. Bijvoorbeeld

Betekenis: Geeft een voorbeeld aan.
Voorbeeld: Er zijn veel dieren in de zoo, bijvoorbeeld leeuwen en tijgers.

20. Aangezien

Betekenis: Geeft een reden aan.
Voorbeeld: Aangezien het regent, blijf ik binnen.

21. Inmiddels

Betekenis: Geeft aan dat iets in de tussentijd is gebeurd.
Voorbeeld: Ik heb hard gestudeerd; inmiddels ben ik klaar voor het examen.

22. Nadat

Betekenis: Geeft een tijd aan (na een gebeurtenis).
Voorbeeld: Nadat we gegeten hadden, gingen we wandelen.

23. Voordat

Betekenis: Geeft een tijd aan (voor een gebeurtenis).
Voorbeeld: Voordat je naar school gaat, moet je ontbijten.

24. Als…dan

Betekenis: Geeft een voorwaarde aan.
Voorbeeld: Als het regent, dan blijven we binnen.

25. Wanneer

Betekenis: Geeft een tijd aan, kan ook een voorwaarde zijn.
Voorbeeld: Wanneer je klaar bent, kunnen we vertrekken.


Marktplaats

Marktplaats.nl is een drukbezochte Nederlandse advertentiewebsite/online marktplaats.

Groepen

Bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Het geeft een eigenschap, kenmerk of toestand aan van een zelfstandig naamwoord.

1. Mooi

Betekenis: Aangenaam om te zien.
Voorbeeld: Het is een mooie dag vandaag.

2. Groot

Betekenis: Van aanzienlijke afmeting.
Voorbeeld: Dat is een grote boom.

3. Klein

Betekenis: Van bescheiden afmeting.
Voorbeeld: Ze heeft een klein huisje.

4. Snel

Betekenis: Met hoge snelheid.
Voorbeeld: De auto rijdt snel.

5. Langzaam

Betekenis: Met lage snelheid.
Voorbeeld: De trein gaat langzaam.

6. Zacht

Betekenis: Niet hard of ruw.
Voorbeeld: Het kussen is zacht.

7. Hard

Betekenis: Vast, stevig of luid.
Voorbeeld: Hij slaat hard op de tafel.

8. Licht

Betekenis: Niet zwaar of helder.
Voorbeeld: Dit boek is licht.

9. Donker

Betekenis: Zonder licht of met weinig licht.
Voorbeeld: Het is donker in de kamer.

10. Warm

Betekenis: Met een hoge temperatuur.
Voorbeeld: Het water is warm.

11. Koud

Betekenis: Met een lage temperatuur.
Voorbeeld: Het ijs is koud.

12. Zwaar

Betekenis: Van aanzienlijke massa.
Voorbeeld: Deze doos is zwaar.

13. Schoon

Betekenis: Vrij van vuil of stof.
Voorbeeld: De vloer is schoon.

14. Vies

Betekenis: Niet schoon.
Voorbeeld: De handen zijn vies.

15. Gelukkig

Betekenis: Tevreden of blij.
Voorbeeld: Hij is gelukkig met zijn leven.

16. Verdrietig

Betekenis: Ongerust of treurig.
Voorbeeld: Zij is verdrietig omdat haar vriend is verhuisd.

17. Nieuw

Betekenis: Recent gemaakt of gekocht.
Voorbeeld: Ik heb een nieuwe auto.

18. Oud

Betekenis: Niet meer nieuw, van lange tijd geleden.
Voorbeeld: Dat boek is heel oud.

19. Duur

Betekenis: Hoge prijs, kost veel geld.
Voorbeeld: Deze ring is duur.

20. Goed

Betekenis: Van hoge kwaliteit of positief.
Voorbeeld: Dat is een goede beslissing.

21. Slecht

Betekenis: Van lage kwaliteit of negatief.
Voorbeeld: Hij heeft slechte cijfers gehaald.

22. Vriendelijk

Betekenis: Aardig of behulpzaam.
Voorbeeld: De medewerker is altijd vriendelijk.

23. Boos

Betekenis: Ongelukkig of kwaad.
Voorbeeld: Ze is boos omdat hij te laat is.

24. Creatief

Betekenis: Vindingrijk of origineel.
Voorbeeld: Hij heeft een creatieve oplossing bedacht.

25. Interessant

Betekenis: Aandacht trekkend, boeiend.
Voorbeeld: Dit boek is heel interessant.


Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord vertelt je van welk materiaal iets gemaakt is.

1. Materiaal: Hout

Bijvoeglijk naamwoord: Houten
Betekenis: Van hout gemaakt.
Voorbeeld: Ik heb een houten tafel.

2. Materiaal: Staal

Bijvoeglijk naamwoord: Stalen
Betekenis: Van staal gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een stalen pen.

3. Materiaal: Zilver

Bijvoeglijk naamwoord: Zilveren
Betekenis: Van zilver gemaakt.
Voorbeeld: Ze draagt een zilveren ring.

4. Materiaal: Goud

Bijvoeglijk naamwoord: Gouden
Betekenis: Van goud gemaakt.
Voorbeeld: Hij geeft haar een gouden kettinkje.

5. Materiaal: Brons

Bijvoeglijk naamwoord: Bronzen
Betekenis: Van brons gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een bronzen speld.

6. Materiaal: Eiken

Bijvoeglijk naamwoord: Eiken
Betekenis: Van eikenhout gemaakt.
Voorbeeld: De meubels zijn van eiken hout.

7. Materiaal: Riet

Bijvoeglijk naamwoord: Rieten
Betekenis: Van riet gemaakt.
Voorbeeld: Het huis heeft een rieten dak.

8. Materiaal: Zijde

Bijvoeglijk naamwoord: Zijden
Betekenis: Van zijde gemaakt.
Voorbeeld: Ze draagt een zijden jurk.

9. Materiaal: Katoen

Bijvoeglijk naamwoord: Katoenen
Betekenis: Van katoen gemaakt.
Voorbeeld: Hij heeft een katoenen blouse aan.

10. Materiaal: Chocolade

Bijvoeglijk naamwoord: Chocoladen
Betekenis: Van chocolade gemaakt.
Voorbeeld: Ze kreeg een chocoladen paashaas.

11. Materiaal: Marsepein

Bijvoeglijk naamwoord: Marsepeinen
Betekenis: Van marsepein gemaakt.
Voorbeeld: De taart is versierd met een marsepeinen varken.

12. Materiaal: Kristal

Bijvoeglijk naamwoord: Kristallen
Betekenis: Van kristal gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een kristallen bol.

13. Materiaal: Leer

Bijvoeglijk naamwoord: Leren
Betekenis: Van leer gemaakt.
Voorbeeld: Hij heeft een leren bank.

14. Materiaal: Plastic

Bijvoeglijk naamwoord: Plastic
Betekenis: Van plastic gemaakt.
Voorbeeld: Ze heeft een plastic tas bij zich.

15. Materiaal: Suède

Bijvoeglijk naamwoord: Suéde
Betekenis: Van suède gemaakt.
Voorbeeld: Ze draagt een suéde tas.

16. Materiaal: Aluminium

Bijvoeglijk naamwoord: Aluminium
Betekenis: Van aluminium gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een aluminium buis.

17. Materiaal: Nylon

Bijvoeglijk naamwoord: Nylon
Betekenis: Van nylon gemaakt.
Voorbeeld: Ze heeft een nylon tent.

18. Materiaal: Glas

Bijvoeglijk naamwoord: Glazen
Betekenis: Van glas gemaakt.
Voorbeeld: De kamer heeft een glazen deur.

19. Materiaal: Wol

Bijvoeglijk naamwoord: Wollen
Betekenis: Van wol gemaakt.
Voorbeeld: Hij draagt een wollen trui.

Weet je niet zeker of het een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is? Kijk dan of je het woord VAN voor het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord kunt zetten (voorbeeld: het is VAN glas gemaakt)


Op het station

NederlandsEngelsArabisch
TreinTrainقطار
StationStationمحطة
VertrekDepartureمغادرة
AankomstArrivalوصول
ReisJourneyرحلة
KaartjeTicketتذكرة
IncheckenCheck-inتسجيل الدخول
ZitplaatsSeatمقعد
KlasseClassدرجة
Eerste klasFirst classالدرجة الأولى
Tweede klasSecond classالدرجة الثانية
VertragingDelayتأخير
TreinvervoerderTrain operatorمشغل القطار
SpoorTrackسكة حديدية
PerronPlatformرصيف
OmroepAnnouncementإعلان
TijdschemaTimetableجدول زمني
BagageLuggageأمتعة
VeiligheidSafetyسلامة
OverstappenTransferتحويل
BusBusحافلة
MetroMetroمترو
ControleControlتفتيش
OpstappenBoardingصعود
AfstappenAlightingنزول

Praten, luisteren en begrijpen

Geld op je OV pas zetten

Instructie film OV chipkaart
https://youtu.be/MejAuuQPqBo
Geld op de OV pas zetten
https://youtu.be/CaNh_PtJy4k

Woorden die eindigen op -lijk

en de woorden gelukkig, nuttig, toevallig, en aardig:

NederlandsEngelsArabisch (عربي)
MogelijkPossibleممكن (mumkin)
EerlijkHonestصادق (ṣādiq)
VriendelijkFriendlyودود (wadūd)
VreselijkTerribleرهيب (rahīb)
WaarschijnlijkLikely/Probableمحتمل (muḥtamal)
GemeenschappelijkCommonمشترك (mushtarak)
DuidelijkClearواضح (wāḍiḥ)
MannelijkMale/Masculineمذكر (mudhakkar)
LichamelijkPhysicalجسدي (jasadī)
PersoonlijkPersonalشخصي (shaḫṣī)

Contact met je buren

Over het algemeen gaan Nederlanders vriendelijk en beleefd om met hun buren, waarbij een gevoel van gemeenschapszin en respect voor elkaars privacy centraal staat. Hier zijn enkele veelvoorkomende manieren waarop Nederlanders met hun buren omgaan:

  1. Begroeten en kennismaken: Nederlanders begroeten hun buren vaak met een vriendelijke glimlach en een kort praatje, vooral wanneer ze elkaar tegenkomen bij de voordeur, in de tuin, of in de buurtwinkel.
  2. Buurtinitiatieven: Veel Nederlanders nemen deel aan buurtinitiatieven zoals buurtbarbecues, straatfeesten, of gemeenschappelijke tuinprojecten om de banden met hun buren te versterken en een gevoel van gemeenschap te creëren.
  3. Hulpvaardigheid: Nederlanders zijn over het algemeen bereid om elkaar te helpen wanneer dat nodig is, of het nu gaat om het lenen van gereedschap, het oppassen op elkaars huisdieren, of het ondersteunen bij kleine klusjes.
  4. Respect voor privacy: Hoewel Nederlanders over het algemeen vriendelijk en behulpzaam zijn, respecteren ze ook de privacy van hun buren. Ze vermijden bijvoorbeeld onnodige bemoeienis en respecteren de grenzen van elkaars eigendommen.
  5. Communicatie: Open communicatie is belangrijk in de omgang met buren. Als er bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden of feestjes gepland zijn, is het gebruikelijk om dit van tevoren met de buren te bespreken om eventuele overlast te minimaliseren.
  6. Gezamenlijke belangen: Nederlanders delen vaak gezamenlijke belangen met hun buren, zoals het onderhoud van de buurt, veiligheid, en het organiseren van gezamenlijke activiteiten.

Kortom, Nederlanders streven naar een vriendelijke en ondersteunende relatie met hun buren, waarbij respect, gemeenschapszin, en een gevoel van saamhorigheid centraal staan.


Drie trappen van vergelijking

TrapUitlegVoorbeeldVoorbeeldzinnen
1. Stellende trapHeeft geen uitgangmooi, leuk, klein1. Deze bloem is mooi.
2. Het huis is leuk.
3. Dat kind is klein.
4. De zee is blauw.
5. Dat boek is interessant.
2. Vergrotende trapKrijgt -er erbijmooier, leuker, kleiner1. Deze bloem is mooier dan die.
2. Dit huis is leuker dan het vorige.
3. Dat kind is kleiner dan zijn broer.
4. De lucht is helderder op deze dag.
5. Dit boek is interessanter dan dat andere.
3. Overtreffende trapKrijgt -st erbijmooist, leukst, kleinst1. Deze bloem is de mooiste van allemaal.
2. Dit is het leukste feestje ooit.
3. Dat kind is de kleinste in de klas.
4. Dit is de helderste ster aan de hemel.
5. Dit boek is het interessantste dat ik ooit heb gelezen.

Voorbeeld bijvoeglijk naamwoord: mooi

TrapVormVoorbeeldzinnen
Stellende trapmooi1. De tuin is mooi ingericht.
2. Het schilderij is mooi.
3. Haar jurk is mooi.
4. De bergen zijn mooi in de lente.
5. Het uitzicht is mooi bij zonsondergang.
Vergrotende trapmooier1. Deze tuin is mooier dan de vorige.
2. Dat schilderij is mooier dan de andere.
3. Haar nieuwe jurk is mooier dan de oude.
4. De bergen zijn mooier in de winter.
5. Het uitzicht hier is mooier dan ik had verwacht.
Overtreffende trapmooist1. Deze tuin is de mooiste in de stad.
2. Dit schilderij is het mooiste dat ik ooit heb gezien.
3. Haar jurk is de mooiste van het feestje.
4. De bergen hier zijn de mooiste van het land.
5. Dit uitzicht is het mooiste dat ik ooit heb ervaren.

Bijzondere regels

Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op f of s, dan verandert deze letter in de vergrotende trap vaak in de v of z.

Als een bijvoeglijk naamwoord eindigt op f of s, verandert de f vaak in v en de s in z in de vergrotende trap.

VoorbeeldStellende trapVergrotende trapOvertreffende trap
1. viesviesviezer (de s → z)viest
2. doofdoofdover (de f → v)doofst
3. grofgrofgrover (de f → v)grofst
4. zachtzachtzachter (de ch → g)zachtst
5. rafrafrafker (de f → v)rafst
6. armarmarmer (de m → r)armst

Voorbeeldzinnen

  1. Grof:
    • Stellende: Het tapijt is grof.
    • Vergrotende: Dit tapijt is grover dan het oude.
    • Overtreffende: Dit is het grofste tapijt dat ik ooit heb gezien.
  2. Zacht:
    • Stellende: Het kussen is zacht.
    • Vergrotende: Dit kussen is zachter dan de vorige.
    • Overtreffende: Dit is het zachtste kussen van allemaal.
  3. Raf:
    • Stellende: De stof is raf.
    • Vergrotende: Deze stof is rafker dan de andere.
    • Overtreffende: Dit is de rafste stof in de winkel.
  4. Arm:
    • Stellende: Hij is arm.
    • Vergrotende: Hij is armer dan zijn broer.
    • Overtreffende: Hij is de armste van de klas.

Oefeningen


Hulp nodig bij de uitspraak van een woord of zin?


Extra: Nederlandstalig nieuws, programma’s, films



Goede voorbereiding voor je examen

In onderstaande video’s worden alle onderwerpen die belangrijk zijn voor het examen duidelijk uitgelegd.


Woordenschat

Een anderstalige moet op A1-niveau zo’n 1000 woorden kennen, op A2 al 2000 en op B1 zelfs 5000.


Nederlandse woordenschat, deels uitgelegd in het Engels


Nederlandse grammatica, deels uitgelegd in het Engels

Kennismaking met ouders
https://youtu.be/htr0mDyF97A
Salarisonderhandeling
https://youtu.be/8r8lq4uhnSc

Voorbeeldexamens

Meer spreekvaardigheid oefenen?

Zoek op ‘spreken examen A2’

lezen examen oefenen
https://youtu.be/c_H_YgieZ34
lezen examen oefenen
https://youtu.be/sxAlVRaukIU
lezen examen oefenen
https://youtu.be/AoiQZYnP5yE

Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)

Diverse onderwerpen worden hier besproken (Arabisch/Nederlands):

1)        https://youtu.be/780rnjV8rb8 (الأعياد و المناسبات في هولندا | Feestdagen in Nederland)

2)        https://youtu.be/Xd-TjeQeLh0 (Belasting, Subside, en Uitkering | الضرائب في هولندا)

3)        https://youtu.be/x8dI_tnJmoQ (الدرس الأول : العمل | Les 1 : Werk)

4)        https://youtu.be/K3g80Qg5vBU (الرعاية الصحية في هولندا | Zorg)

5)        https://youtu.be/caluLv0OPOc (التربية| De opvoeding)

6)        https://youtu.be/B2X4pvrqvbs (تاريخ هولندا | De geschiedenis van Nederland)

7)        https://youtu.be/Qva8axNapPs (خريطة هولندا والمياه | Holland kaart en water)

8)        https://youtu.be/cF3WzRHmJTE (De Tweede Wereldoorlog | الحرب العالمية الثانية)

9)        https://youtu.be/9Yznz3l-tb8 (الهيئات | ج2 |instantie)

10)     https://youtu.be/RVPkobNpjU8 (الهيئات | ج1 |Instantie)

11)     https://youtu.be/5yKsTnmcO0w (التعليم في هولندا | ج١| het onderwijssysteem)

12)     https://youtu.be/BRay5SFyLFA ( العمل في هولندا| ج2 | Het werk)


Voorbeeld examens Ad Appel Taaltrainingen A1 en A2

Inburgeringsexamen A1 (1)
https://youtu.be/gNZyORg7Lig
Inburgeringsexamen A1 (2)
https://youtu.be/g_hUGdu_2MI

Voor diverse video’s over examen A2: zoek op ‘ad appel A2’


Spelenderwijs je spreekvaardigheid oefenen


Oefeningen


Terug naar het overzicht

Geef een reactie