A2 TaalCompleet Thema 1 – Verhuizen
Voorbereiding
Goed om te weten: ALLE blogs op deze website ondersteunen bij de inburgering en integratie (en de examens), dus de datum waarop ze zijn gemaakt is niet relevant.
De informatie die wij delen is bedoeld ter aanvulling op de professionele (online) taallessen. Het eerste deel van de taalblogs bestaat uit aanvullende informatie over het thema (in dit geval ‘verhuizen’). Gevolgd door de onderwerpen die in het boek TaalCompleet worden behandeld bij dit thema.
TIP: luister dagelijks naar gesproken tekst in de Nederlandse taal
Het regelmatig luisteren naar gesproken tekst in de taal die je wilt leren is een zeer effectieve manier om een taal onder de knie te krijgen. Luisteren naar een nieuwe taal helpt je hersenen om de klanken, ritmes, en intonaties van die taal te herkennen en te verwerken, waardoor je deze sneller en natuurlijker kunt leren begrijpen en uiteindelijk spreken.
Waarom luisteren zo effectief is:
- Klanken en intonatie: Door elke dag te luisteren, wen je aan de specifieke klanken en intonaties die eigen zijn aan de nieuwe taal. Je hersenen trainen zich in het herkennen van deze geluiden, wat essentieel is voor zowel begrip als uitspraak.
- Woorden en zinnen in context: Luisteren helpt je om woorden en zinnen in hun natuurlijke context te horen. Dit bevordert niet alleen je woordenschat, maar ook je inzicht in grammaticale structuren en gangbare uitdrukkingen.
- Onderbewuste taalopname: Wanneer je naar een nieuwe taal luistert, ook al versta je nog niet alles, ben je je hersenen aan het “onderdompelen” in de taal. Dit bevordert passieve kennis die uiteindelijk actief kan worden als je de taal zelf probeert te spreken.
Hoe vaak?
De precieze tijd kan verschillen per persoon en per doel. Twee uur per dag is een goede hoeveelheid om voldoende herhaling en variatie te hebben zonder te overweldigen. Het luisteren kan bijvoorbeeld bestaan uit podcasts, films, series, of muziek in die taal.
Als je consistent blijft, zul je merken dat je vermogen om te begrijpen snel vooruitgaat en dat het steeds makkelijker wordt om nieuwe woorden en uitdrukkingen op te pikken.
Hieronder tref je twee luisterboeken aan. Nogmaals, het gaat er niet om of je begrijpt wat er wordt voorgelezen, dus je kunt het prima beluisteren terwijl je kookt of iets anders aan het doen bent. Het gaat erom dat je iemand de taal hoort spreken.

Luisterboek
https://youtu.be/ml3H7qTdJt0

Luisterboek
https://youtu.be/NIC_A1VPfmM
Verhuizen

Goede luisteroefening:
https://youtu.be/dOhTgxq7ZJo
Woordenschat
Het huis: klik op de flashcards, dan zie je het plaatje dat bij het woord hoort. 65 oefeningen.
Nieuwe buren (en/of nieuwe familie)
(zie ook de blog Nieuwe Buren)
Wanneer je kennis wilt maken met je nieuwe buren, kun je verschillende vriendelijke en gastvrije zinnen gebruiken. Onderstaande zinnen helpen je om een gesprek te beginnen en een goede band op te bouwen met je nieuwe buren.
- Bij de eerste ontmoeting:
- “Hallo, ik ben [jouw naam], uw nieuwe buurman/buurvrouw.”
- “Goedendag, ik ben net hier komen wonen. Aangenaam kennis te maken!”
- Voor het voorstellen:
- “Hallo, ik wilde me even voorstellen. Ik ben [jouw naam] en woon hiernaast.”
- “Hoi, ik ben uw nieuwe buurman/buurvrouw. Hoe gaat het?”
- Als je iets nodig hebt of wilt aanbieden:
- “Ik heb net iets lekkers gebakken en dacht dat het leuk zou zijn om wat te delen.”
- “Heeft u misschien een moment om me te helpen met [specifiek verzoek]?”
- Voor het opbouwen van een relatie:
- “Hoe lang woont u hier al?”
- “Heeft u nog tips voor leuke plekken in de buurt?”
- Om interesse te tonen:
- “Wat een mooie tuin/huis/hond, hoe lang heeft u die al?”
- “Wat doet u voor werk als ik vragen mag?”
- Om een activiteit voor te stellen:
- “Zou u het leuk vinden om een keer samen koffie te drinken?”
- “Weet u of er buurtactiviteiten zijn waar we aan mee kunnen doen?”
Hoe maak je kennis met iemand?
LET OP: De link staat onder de betreffende afbeelding. De afbeelding zelf is géén link.

Groeten
https://youtu.be/VBTUFPkYsGo

Wie ben jij?
https://youtu.be/o5JH8XeTvtk

Communicatie
https://youtu.be/L-35Vas6aoQ?t=4

Visite krijgen
https://youtu.be/Hak-B983lYI

Op visite gaan
https://youtu.be/K28k9xx4k-E

Hallo, hoe gaat het?
https://youtu.be/toVozSBBSiw

Hoe gaat het?
https://youtu.be/Y_igtPvlgaM

Iemand uitnodigen
https://youtu.be/mobOhAgYvT0

Iemand uitnodigen
https://youtu.be/mIy4nI67U-s

Afscheid
https://youtu.be/UJ5eHCLT0ic
Gespreksonderwerpen
Bij het kennismaken en gesprekken voeren met je buren, zijn er diverse geschikte en interessante gespreksonderwerpen die kunnen helpen om een goede band op te bouwen. Hier zijn enkele ideeën:
- Woonomgeving:
- “Hoe bevalt de buurt u?”
- “Wat zijn uw favoriete plekken in de buurt?”
- “Zijn er goede restaurants of winkels die u kunt aanraden?”
- Buurtactiviteiten:
- “Zijn er leuke buurtactiviteiten of evenementen waar u aan deelneemt?”
- “Zijn er buurtgroepen of verenigingen waar ik me bij aan kan sluiten?”
- Weer:
- “Wat een prachtig weer vandaag, vindt u niet?”
- “Hoe ervaart u de seizoenen hier in de buurt?”
- Huis en tuin:
- “Uw tuin ziet er prachtig uit, hoe onderhoudt u die?”
- “Heeft u onlangs verbouwd of iets nieuws toegevoegd aan uw huis?”
- Gezin en huisdieren:
- “Heeft u kinderen? Zo ja, hoe oud zijn ze?”
- “Wat een mooie hond, hoe heet hij/zij?”
- Werk en hobby’s:
- “Wat doet u voor werk?”
- “Heeft u leuke hobby’s of interesses waar u graag mee bezig bent?”
- Verhuizing:
- “Hoe lang woont u hier al?”
- “Bent u hierheen verhuisd vanuit een andere stad of land?”
- Vakantie en reizen:
- “Heeft u nog leuke vakanties gepland?”
- “Wat is de mooiste plek waar u ooit bent geweest?”
- Cultuur en entertainment:
- “Heeft u onlangs een goede film of serie gezien die u kunt aanbevelen?”
- “Leest u graag boeken? Zo ja, wat is uw favoriete boek?”
- Gemeenschappelijke interesses:
- “Speelt u toevallig een instrument of sport?”
- “Doet u mee aan enige vrijwilligerswerk in de buurt?”
Deze onderwerpen zijn breed en toegankelijk, waardoor je een gesprek op gang kunt brengen en je buren beter kunt leren kennen:
Het weer
Het maken van opmerkingen over het weer als gespreksstarter is heel gebruikelijk en heeft verschillende redenen:
- Algemene ervaring: Het weer is iets waar iedereen ervaring mee heeft. Het is een neutraal onderwerp dat de meeste mensen aanspreekt en waarover ze kunnen praten zonder dat er diepere persoonlijke onderwerpen aan de orde komen.
- Veiligheid: Het weer is een onschuldig onderwerp. Mensen voelen zich vaak meer op hun gemak om over iets algemeens te praten dan over persoonlijke of controversiële zaken.
- Culturele gewoonte: In veel culturen, waaronder de Nederlandse, is het gebruikelijk om over het weer te praten. Het wordt gezien als een manier om een gesprek op gang te brengen of om een ongemakkelijke stilte te doorbreken.
- Variabiliteit: Het weer verandert constant, wat het een onuitputtelijke bron van gesprek maakt. Er zijn altijd nieuwe dingen te zeggen, of het nu gaat om de temperatuur, de luchtvochtigheid, of een aanstaande storm.
- Toegankelijkheid: Het weer is gemakkelijk te observeren en te beschrijven. Iedereen kan een mening of ervaring delen, wat het voor veel mensen een toegankelijke gespreksstarter maakt.
- Gemeenschappelijke basis: Praten over het weer kan helpen om een gevoel van gemeenschappelijkheid te creëren. Het geeft mensen de kans om hun gedachten en gevoelens te delen over een onderwerp dat hen allemaal beïnvloedt.
Het huis/het wonen
Hobby en vrije tijd
Vervoer
In de stad
Diverse onderwerpen
In Nederland is alles bespreekbaar: van alledaagse zaken tot dieper liggende onderwerpen. De directe communicatiestijl en openheid zijn kenmerkend voor de Nederlandse cultuur, waar geen onderwerp taboe is.
Zinnen maken
Hoofdzinnen
Hoofdzin Een hoofdzin is een zelfstandige zin die onafhankelijk kan bestaan in een tekst. De persoonsvorm staat meestal vooraan, als eerste of tweede zinsdeel, naast het onderwerp.
Voorbeeld: “Maria plukt peren van een boom.”
- Persoonsvorm: plukt
- Onderwerp: Maria
Bijzin Een bijzin is afhankelijk van een hoofdzin en kan niet zelfstandig staan. De persoonsvorm in een bijzin staat vaak verder naar achteren.
Voorbeeld: “Maria plukt peren van een boom, omdat ze een taart wil bakken.”
- Hoofdzin: Maria plukt peren van een boom.
- Bijzin: omdat ze een taart wil bakken.
- Persoonsvorm bijzin: wil
Onderschikkende voegwoorden Bijzinnen worden verbonden met hoofdzinnen door onderschikkende voegwoorden zoals “dat”, “omdat”, “doordat”, “zodat”, “voordat”, “nadat”, “terwijl”, “zodra”, “hoewel”, en “tenzij”. Een komma kan tussen de hoofdzin en bijzin staan, maar dit is niet altijd noodzakelijk.
Voorbeeld: “Ahmed traint veel, zodat hij later profvoetballer kan worden.”
- Hoofdzin: Ahmed traint veel.
- Bijzin: zodat hij later profvoetballer kan worden.
Familie
| Nederlands | Engels | Arabisch (عربي) |
|---|---|---|
| Vader | Father | أب (ab) |
| Moeder | Mother | أم (umm) |
| Zoon | Son | ابن (ibn) |
| Dochter | Daughter | ابنة (bint) |
| Broer | Brother | أخ (akh) |
| Zus | Sister | أخت (ukht) |
| Opa | Grandfather | جد (jadd) |
| Oma | Grandmother | جدة (jadda) |
| Neef (zoon van broer/zus) | Nephew | ابن الأخ/ابن الأخت (ibn al-akh/ibn al-ukht) |
| Nicht (dochter van broer/zus) | Niece | ابنة الأخ/ابنة الأخت (bint al-akh/bint al-ukht) |
| Neef (zoon van oom/tante) | Cousin (male) | ابن العم/ابن الخال (ibn al-‘amm/ibn al-khāl) |
| Nicht (dochter van oom/tante) | Cousin (female) | ابنة العم/ابنة الخال (bint al-‘amm/bint al-khāl) |
| Oom (broer van vader/moeder) | Uncle | عم/خال (‘amm/khāl) |
| Tante (zus van vader/moeder) | Aunt | عمة/خالة (‘amma/khāla) |
| Schoonvader | Father-in-law | حمو (ḥamū) |
| Schoonmoeder | Mother-in-law | حماة (ḥamā) |
| Schoonzoon | Son-in-law | زوج الابنة (zawj al-bint) |
| Schoondochter | Daughter-in-law | زوجة الابن (zawjat al-ibn) |
| Stiefvader | Stepfather | زوج الأم (zawj al-umm) |
| Stiefmoeder | Stepmother | زوجة الأب (zawjat al-ab) |
| Stiefbroer | Stepbrother | أخ غير شقيق (akh ghayr shaqīq) |
| Stiefzus | Stepsister | أخت غير شقيقة (ukht ghayr shaqīqa) |
| Achterneef | Second cousin (male) | ابن العم الثاني (ibn al-‘amm al-thānī) |
| Achternicht | Second cousin (female) | ابنة العم الثانية (bint al-‘amm al-thānī) |
| Pleegvader | Foster father | الأب بالتبني (al-ab bi-l-tabannī) |
| Pleegmoeder | Foster mother | الأم بالتبني (al-umm bi-l-tabannī) |
| Pleegzoon | Foster son | الابن بالتبني (al-ibn bi-l-tabannī) |
| Pleegdochter | Foster daughter | الابنة بالتبني (al-bint bi-l-tabannī) |
Genderneutraal overzicht gezinsleden en familieleden
| Nederlands | Engels | Arabisch (عربي) |
|---|---|---|
| Ouder | Parent | والد (wālid) |
| Kind | Child | طفل (ṭifl) |
| Sibling (Broer/Zus) | Sibling | أخ/أخت (akh/ukht) (maar niet genderneutraal in Arabisch) |
| Grootouder | Grandparent | جد/جدة (jadd/jadda) (geen genderneutraal woord) |
| Kleinkind | Grandchild | حفيد (ḥafīd) |
| Ouder van partner | Parent-in-law | والد الزوج/الزوجة (wālid al-zawj/al-zawja) |
| Pleegouder | Foster parent | والد بالتبني (wālid bi-l-tabannī) |
| Stiefouder | Stepparent | زوج الأم/زوجة الأب (geen genderneutraal woord in Arabisch) |
| Oom/Tante | Uncle/Aunt | عم/خال (geen genderneutraal woord) |
| Neef/Nicht | Cousin | ابن العم/ابنة العم (ibn al-‘amm / bint al-‘amm) (geen neutraal woord) |
Rangtelwoorden
| Nederlands | Engels | Arabisch (عربي) |
|---|---|---|
| Oudste | Oldest | الأكبر (al-akbar) (mannelijk) / الكبرى (al-kubrā) (vrouwelijk) |
| Jongste | Youngest | الأصغر (al-aṣghar) (mannelijk) / الصغرى (al-ṣughrā) (vrouwelijk) |
| Eerste | First | الأول (al-awwal) (mannelijk) / الأولى (al-ūlā) (vrouwelijk) |
| Tweede | Second | الثاني (al-thānī) (mannelijk) / الثانية (al-thāniya) (vrouwelijk) |
| Derde | Third | الثالث (al-thālith) (mannelijk) / الثالثة (al-thālitha) (vrouwelijk) |
| Vierde | Fourth | الرابع (al-rābi‘) (mannelijk) / الرابعة (al-rābi‘a) (vrouwelijk) |
| Vijfde | Fifth | الخامس (al-khāmis) (mannelijk) / الخامسة (al-khāmisa) (vrouwelijk) |
| Zesde | Sixth | السادس (al-sādis) (mannelijk) / السادسة (al-sādisa) (vrouwelijk) |
| Zevende | Seventh | السابع (al-sābi‘) (mannelijk) / السابعة (al-sābi‘a) (vrouwelijk) |
| Achtste | Eighth | الثامن (al-thāmin) (mannelijk) / الثامنة (al-thāmina) (vrouwelijk) |
| Negende | Ninth | التاسع (al-tāsi‘) (mannelijk) / التاسعة (al-tāsi‘a) (vrouwelijk) |
| Tiende | Tenth | العاشر (al-‘āshir) (mannelijk) / العاشرة (al-‘āshira) (vrouwelijk) |
| Laatste | Last | الأخير (al-akhīr) (mannelijk) / الأخيرة (al-akhīra) (vrouwelijk) |
Aanwijzende voornaamwoorden
Een aanwijzend voornaamwoord is een woord dat je gebruikt om aan te geven welk specifiek persoon, ding of idee je bedoelt. Het wijst iets aan in een zin. In het Nederlands zijn de belangrijkste aanwijzende voornaamwoorden: “dit,” “dat,” “deze,” en “die.”
Hier is een simpele uitleg:
- Dit en dat gebruik je voor het-woorden (de-woorden zonder “de”).
- Dit gebruik je als iets dichtbij is.
Voorbeeld: Dit boek is interessant. (Het boek is dichtbij.) - Dat gebruik je als iets verder weg is.
Voorbeeld: Dat huis is groot. (Het huis is verder weg.)
- Dit gebruik je als iets dichtbij is.
- Deze en die gebruik je voor de-woorden (de-woorden met “de”).
- Deze gebruik je als iets dichtbij is.
Voorbeeld: Deze man is aardig. (De man is dichtbij.) - Die gebruik je als iets verder weg is.
Voorbeeld: Die auto is rood. (De auto is verder weg.)
- Deze gebruik je als iets dichtbij is.
In het kort:
- “Dit” en “deze” voor dingen dichtbij.
- “Dat” en “die” voor dingen verder weg.
(zie blog Aanwijzende voornaamwoorden)
Huiswerk maken
Hier zijn enkele praktische tips om je te helpen bij het effectief maken van huiswerk:
1. Maak een planning
- Plan je tijd: Stel een tijdschema op voor je huiswerk. Begin met het lastigste vak, zodat je dit doet wanneer je nog fris bent.
- Stel prioriteiten: Begin met de opdrachten die het snelst af moeten of het meeste tijd kosten.
- Gebruik een timer: Werk in blokken van 25-30 minuten (Pomodoro-techniek) en neem korte pauzes van 5 minuten tussen de blokken om gefocust te blijven.
2. Creëer een goede werkplek
- Rustige omgeving: Zoek een stille plek zonder afleidingen zoals je telefoon of tv.
- Goede verlichting en ergonomie: Zorg voor voldoende licht en een comfortabele stoel om rugpijn te voorkomen.
3. Stel vragen als je vastloopt
- Vraag om hulp: Als je iets niet begrijpt, aarzel dan niet om je leraar, medestudenten of ouders om uitleg te vragen. Het is beter om te vragen dan tijd te verspillen aan iets wat je niet begrijpt.
- Maak aantekeningen: Noteer vragen die opkomen terwijl je werkt, zodat je deze later kunt stellen.
4. Breek grote taken op
- Splits grote projecten: Als je bijvoorbeeld een groot verslag of een onderzoeksopdracht hebt, verdeel dit in kleinere taken (bijv. inleiding schrijven, informatie zoeken, bronnen vermelden).
- Stel haalbare doelen: Werk in kleine stappen, en zorg ervoor dat je de voortgang bijhoudt, zodat het niet overweldigend wordt.
5. Gebruik hulpmiddelen
- Digitale tools: Maak gebruik van apps zoals Google Keep, Todoist of Trello om je taken te organiseren.
- Zoek op het internet: Als je vastzit op een opdracht, kun je online uitlegvideo’s bekijken (bijv. via YouTube of Khan Academy).
- Flashcards en quizzes: Tools zoals Quizlet zijn geweldig om dingen zoals woordenschat of data te onthouden.
6. Werk gestructureerd
- Controleer je werk: Nadat je een taak hebt afgerond, neem een paar minuten om je werk na te lezen en eventuele fouten te verbeteren.
- Houd overzicht: Bewaar je aantekeningen en afgeronde opdrachten netjes zodat je ze later gemakkelijk kunt terugvinden voor bijvoorbeeld tentamens.
7. Wees realistisch en blijf gemotiveerd
- Zorg voor afwisseling: Wissel moeilijke taken af met makkelijke of leuke onderwerpen om de motivatie hoog te houden.
- Beloon jezelf: Geef jezelf een beloning na het afronden van een lastige opdracht (bijv. een korte pauze, een snack, of een favoriete activiteit).
8. Werk samen waar mogelijk
- Groepswerk: Als je samen huiswerk kunt maken, doe dat! Je kunt ideeën delen en elkaar helpen wanneer iemand vastloopt.
- Uitleg aan anderen: Leg de stof uit aan een vriend of familielid. Door het uit te leggen, begrijp je het zelf ook beter.
Overzicht van benodigdheden
- Pen (Engels: Pen, Arabisch: قلم)
- Potlood (Engels: Pencil, Arabisch: قلم رصاص)
- Gom (Engels: Eraser, Arabisch: ممحاة)
- Lineaal (Engels: Ruler, Arabisch: مسطرة)
- Schaar (Engels: Scissors, Arabisch: مقص)
- Schriften (Engels: Notebooks, Arabisch: دفاتر)
- Map of ringband (Engels: Folder or binder, Arabisch: ملف أو مجلد)
- Kleurenpotloden (Engels: Colored pencils, Arabisch: أقلام تلوين)
- Rekenmachine (Engels: Calculator, Arabisch: آلة حاسبة)
- Laptop of computer (Engels: Laptop or computer, Arabisch: حاسوب محمول أو حاسوب)
- Boeken (Engels: Books, Arabisch: كتب)
- Markeerstiften (Engels: Highlighters, Arabisch: أقلام تمييز)
- Agenda (Engels: Planner, Arabisch: مفكرة)
- Post-its (plakbriefjes) (Engels: Post-it notes, Arabisch: ملاحظات لاصقة)
- Bureau of werktafel (Engels: Desk or worktable, Arabisch: مكتب أو طاولة عمل)
Hoe gaat het?
Er is / er zijn
Deze “er” betekent: op deze plek of daar.
Er zijn veel bloemen. = Op deze plek zijn veel bloemen.
Op maandag is er niemand. = Op maandag is daar niemand.
Er is steeds meer plastic in de oceanen. = In de wereld is steeds meer plastic in de oceanen.
Je kan zijn, positiewerkwoorden en werkwoorden van beweging gebruiken.
Er zit een kind op mijn bank. = Hier (bijv. in het park) zit een kind op mijn bank.
In de zomer rijden er veel minder bussen. = In de zomer rijden hier (of in Nederland, in Europa, …) veel minder bussen.
Er staan drie vrouwen bij de ingang. = Daar staan drie vrouwen bij de ingang.
Voegwoorden
1. En
Betekenis: Voegt twee of meer zinnen of woorden samen.
Voorbeeld: Ik houd van koffie en thee.
2. Of
Betekenis: Geeft een keuze aan.
Voorbeeld: Wil je een appel of een banaan?
3. Maar
Betekenis: Geeft een tegenstelling aan.
Voorbeeld: Ik ben moe, maar ik ga toch sporten.
4. Want
Betekenis: Geeft een reden aan.
Voorbeeld: Ik blijf thuis, want het regent.
5. Dus
Betekenis: Geeft een gevolg aan.
Voorbeeld: Het is laat, dus ik ga naar bed.
6. Omdat
Betekenis: Geeft een reden aan (subordinatie).
Voorbeeld: Ik ga niet naar het feest, omdat ik moet werken.
7. Als
Betekenis: Geeft een voorwaarde aan.
Voorbeeld: Als het morgen mooi weer is, ga ik naar het strand.
8. Terwijl
Betekenis: Geeft gelijktijdigheid aan.
Voorbeeld: Ik luister naar muziek terwijl ik studeer.
9. Toen
Betekenis: Geeft een tijd aan in het verleden.
Voorbeeld: Ik was blij toen ik het nieuws hoorde.
10. Wanneer
Betekenis: Geeft een tijd aan, kan ook een voorwaarde zijn.
Voorbeeld: Je kunt komen wanneer je wilt.
11. Hoewel
Betekenis: Geeft een tegenstelling aan.
Voorbeeld: Hoewel het koud was, gingen we wandelen.
12. Zodat
Betekenis: Geeft een doel aan.
Voorbeeld: Ik studeer hard, zodat ik mijn examen kan halen.
13. Ofwel
Betekenis: Geeft een alternatieve formulering of verduidelijking aan.
Voorbeeld: Hij is een expert in zijn vakgebied, ofwel een specialist.
14. Bovendien
Betekenis: Geeft een toevoeging aan.
Voorbeeld: Het weer was mooi; bovendien was het weekend.
15. Echter
Betekenis: Geeft een tegenstelling aan.
Voorbeeld: Ik wilde gaan wandelen; echter begon het te regenen.
16. Daarom
Betekenis: Geeft een reden of gevolg aan.
Voorbeeld: Het was koud, daarom droeg ik een jas.
17. Alsook
Betekenis: Geeft een toevoeging aan, vergelijkbaar met “ook”.
Voorbeeld: Hij studeert biologie, alsook scheikunde.
18. Tenzij
Betekenis: Geeft een uitzondering aan.
Voorbeeld: Ik ga niet naar het feestje, tenzij jij ook gaat.
19. Bijvoorbeeld
Betekenis: Geeft een voorbeeld aan.
Voorbeeld: Er zijn veel dieren in de zoo, bijvoorbeeld leeuwen en tijgers.
20. Aangezien
Betekenis: Geeft een reden aan.
Voorbeeld: Aangezien het regent, blijf ik binnen.
21. Inmiddels
Betekenis: Geeft aan dat iets in de tussentijd is gebeurd.
Voorbeeld: Ik heb hard gestudeerd; inmiddels ben ik klaar voor het examen.
22. Nadat
Betekenis: Geeft een tijd aan (na een gebeurtenis).
Voorbeeld: Nadat we gegeten hadden, gingen we wandelen.
23. Voordat
Betekenis: Geeft een tijd aan (voor een gebeurtenis).
Voorbeeld: Voordat je naar school gaat, moet je ontbijten.
24. Als…dan
Betekenis: Geeft een voorwaarde aan.
Voorbeeld: Als het regent, dan blijven we binnen.
25. Wanneer
Betekenis: Geeft een tijd aan, kan ook een voorwaarde zijn.
Voorbeeld: Wanneer je klaar bent, kunnen we vertrekken.
Marktplaats
Marktplaats.nl is een drukbezochte Nederlandse advertentiewebsite/online marktplaats.
Groepen
- Antiek en Kunst
- Audio, Tv en Foto
- Auto’s
- Auto-onderdelen
- Auto diversen
- Boeken
- Caravans en Kamperen
- Cd’s en Dvd’s
- Computers en Software
- Contacten en Berichten
- Diensten en Vakmensen
- Dieren en Toebehoren
- Doe-het-zelf en Verbouw
- Fietsen en Brommers
- Hobby en Vrije tijd
- Huis en Inrichting
- Huizen en Kamers
- Kinderen en Baby’s
- Kleding | Dames
- Kleding | Heren
- Motoren
- Muziek en Instrumenten
- Postzegels en Munten
- Sieraden, Tassen en Uiterlijk
- Spelcomputers en Games
- Sport en Fitness
- Telecommunicatie
- Tickets en Kaartjes
- Tuin en Terras
- Vacatures
- Vakantie
- Verzamelen
- Watersport en Boten
- Witgoed en Apparatuur
- Zakelijke goederen
- Diversen
Bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Het geeft een eigenschap, kenmerk of toestand aan van een zelfstandig naamwoord.
1. Mooi
Betekenis: Aangenaam om te zien.
Voorbeeld: Het is een mooie dag vandaag.
2. Groot
Betekenis: Van aanzienlijke afmeting.
Voorbeeld: Dat is een grote boom.
3. Klein
Betekenis: Van bescheiden afmeting.
Voorbeeld: Ze heeft een klein huisje.
4. Snel
Betekenis: Met hoge snelheid.
Voorbeeld: De auto rijdt snel.
5. Langzaam
Betekenis: Met lage snelheid.
Voorbeeld: De trein gaat langzaam.
6. Zacht
Betekenis: Niet hard of ruw.
Voorbeeld: Het kussen is zacht.
7. Hard
Betekenis: Vast, stevig of luid.
Voorbeeld: Hij slaat hard op de tafel.
8. Licht
Betekenis: Niet zwaar of helder.
Voorbeeld: Dit boek is licht.
9. Donker
Betekenis: Zonder licht of met weinig licht.
Voorbeeld: Het is donker in de kamer.
10. Warm
Betekenis: Met een hoge temperatuur.
Voorbeeld: Het water is warm.
11. Koud
Betekenis: Met een lage temperatuur.
Voorbeeld: Het ijs is koud.
12. Zwaar
Betekenis: Van aanzienlijke massa.
Voorbeeld: Deze doos is zwaar.
13. Schoon
Betekenis: Vrij van vuil of stof.
Voorbeeld: De vloer is schoon.
14. Vies
Betekenis: Niet schoon.
Voorbeeld: De handen zijn vies.
15. Gelukkig
Betekenis: Tevreden of blij.
Voorbeeld: Hij is gelukkig met zijn leven.
16. Verdrietig
Betekenis: Ongerust of treurig.
Voorbeeld: Zij is verdrietig omdat haar vriend is verhuisd.
17. Nieuw
Betekenis: Recent gemaakt of gekocht.
Voorbeeld: Ik heb een nieuwe auto.
18. Oud
Betekenis: Niet meer nieuw, van lange tijd geleden.
Voorbeeld: Dat boek is heel oud.
19. Duur
Betekenis: Hoge prijs, kost veel geld.
Voorbeeld: Deze ring is duur.
20. Goed
Betekenis: Van hoge kwaliteit of positief.
Voorbeeld: Dat is een goede beslissing.
21. Slecht
Betekenis: Van lage kwaliteit of negatief.
Voorbeeld: Hij heeft slechte cijfers gehaald.
22. Vriendelijk
Betekenis: Aardig of behulpzaam.
Voorbeeld: De medewerker is altijd vriendelijk.
23. Boos
Betekenis: Ongelukkig of kwaad.
Voorbeeld: Ze is boos omdat hij te laat is.
24. Creatief
Betekenis: Vindingrijk of origineel.
Voorbeeld: Hij heeft een creatieve oplossing bedacht.
25. Interessant
Betekenis: Aandacht trekkend, boeiend.
Voorbeeld: Dit boek is heel interessant.
Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden
Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord vertelt je van welk materiaal iets gemaakt is.
1. Materiaal: Hout
Bijvoeglijk naamwoord: Houten
Betekenis: Van hout gemaakt.
Voorbeeld: Ik heb een houten tafel.
2. Materiaal: Staal
Bijvoeglijk naamwoord: Stalen
Betekenis: Van staal gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een stalen pen.
3. Materiaal: Zilver
Bijvoeglijk naamwoord: Zilveren
Betekenis: Van zilver gemaakt.
Voorbeeld: Ze draagt een zilveren ring.
4. Materiaal: Goud
Bijvoeglijk naamwoord: Gouden
Betekenis: Van goud gemaakt.
Voorbeeld: Hij geeft haar een gouden kettinkje.
5. Materiaal: Brons
Bijvoeglijk naamwoord: Bronzen
Betekenis: Van brons gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een bronzen speld.
6. Materiaal: Eiken
Bijvoeglijk naamwoord: Eiken
Betekenis: Van eikenhout gemaakt.
Voorbeeld: De meubels zijn van eiken hout.
7. Materiaal: Riet
Bijvoeglijk naamwoord: Rieten
Betekenis: Van riet gemaakt.
Voorbeeld: Het huis heeft een rieten dak.
8. Materiaal: Zijde
Bijvoeglijk naamwoord: Zijden
Betekenis: Van zijde gemaakt.
Voorbeeld: Ze draagt een zijden jurk.
9. Materiaal: Katoen
Bijvoeglijk naamwoord: Katoenen
Betekenis: Van katoen gemaakt.
Voorbeeld: Hij heeft een katoenen blouse aan.
10. Materiaal: Chocolade
Bijvoeglijk naamwoord: Chocoladen
Betekenis: Van chocolade gemaakt.
Voorbeeld: Ze kreeg een chocoladen paashaas.
11. Materiaal: Marsepein
Bijvoeglijk naamwoord: Marsepeinen
Betekenis: Van marsepein gemaakt.
Voorbeeld: De taart is versierd met een marsepeinen varken.
12. Materiaal: Kristal
Bijvoeglijk naamwoord: Kristallen
Betekenis: Van kristal gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een kristallen bol.
13. Materiaal: Leer
Bijvoeglijk naamwoord: Leren
Betekenis: Van leer gemaakt.
Voorbeeld: Hij heeft een leren bank.
14. Materiaal: Plastic
Bijvoeglijk naamwoord: Plastic
Betekenis: Van plastic gemaakt.
Voorbeeld: Ze heeft een plastic tas bij zich.
15. Materiaal: Suède
Bijvoeglijk naamwoord: Suéde
Betekenis: Van suède gemaakt.
Voorbeeld: Ze draagt een suéde tas.
16. Materiaal: Aluminium
Bijvoeglijk naamwoord: Aluminium
Betekenis: Van aluminium gemaakt.
Voorbeeld: Dat is een aluminium buis.
17. Materiaal: Nylon
Bijvoeglijk naamwoord: Nylon
Betekenis: Van nylon gemaakt.
Voorbeeld: Ze heeft een nylon tent.
18. Materiaal: Glas
Bijvoeglijk naamwoord: Glazen
Betekenis: Van glas gemaakt.
Voorbeeld: De kamer heeft een glazen deur.
19. Materiaal: Wol
Bijvoeglijk naamwoord: Wollen
Betekenis: Van wol gemaakt.
Voorbeeld: Hij draagt een wollen trui.
Weet je niet zeker of het een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is? Kijk dan of je het woord VAN voor het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord kunt zetten (voorbeeld: het is VAN glas gemaakt)
Op het station
| Nederlands | Engels | Arabisch |
|---|---|---|
| Trein | Train | قطار |
| Station | Station | محطة |
| Vertrek | Departure | مغادرة |
| Aankomst | Arrival | وصول |
| Reis | Journey | رحلة |
| Kaartje | Ticket | تذكرة |
| Inchecken | Check-in | تسجيل الدخول |
| Zitplaats | Seat | مقعد |
| Klasse | Class | درجة |
| Eerste klas | First class | الدرجة الأولى |
| Tweede klas | Second class | الدرجة الثانية |
| Vertraging | Delay | تأخير |
| Treinvervoerder | Train operator | مشغل القطار |
| Spoor | Track | سكة حديدية |
| Perron | Platform | رصيف |
| Omroep | Announcement | إعلان |
| Tijdschema | Timetable | جدول زمني |
| Bagage | Luggage | أمتعة |
| Veiligheid | Safety | سلامة |
| Overstappen | Transfer | تحويل |
| Bus | Bus | حافلة |
| Metro | Metro | مترو |
| Controle | Control | تفتيش |
| Opstappen | Boarding | صعود |
| Afstappen | Alighting | نزول |
Praten, luisteren en begrijpen
Geld op je OV pas zetten

Instructie film OV chipkaart
https://youtu.be/MejAuuQPqBo

Geld op de OV pas zetten
https://youtu.be/CaNh_PtJy4k
Woorden die eindigen op -lijk
en de woorden gelukkig, nuttig, toevallig, en aardig:
| Nederlands | Engels | Arabisch (عربي) |
|---|---|---|
| Mogelijk | Possible | ممكن (mumkin) |
| Eerlijk | Honest | صادق (ṣādiq) |
| Vriendelijk | Friendly | ودود (wadūd) |
| Vreselijk | Terrible | رهيب (rahīb) |
| Waarschijnlijk | Likely/Probable | محتمل (muḥtamal) |
| Gemeenschappelijk | Common | مشترك (mushtarak) |
| Duidelijk | Clear | واضح (wāḍiḥ) |
| Mannelijk | Male/Masculine | مذكر (mudhakkar) |
| Lichamelijk | Physical | جسدي (jasadī) |
| Persoonlijk | Personal | شخصي (shaḫṣī) |
Contact met je buren
Over het algemeen gaan Nederlanders vriendelijk en beleefd om met hun buren, waarbij een gevoel van gemeenschapszin en respect voor elkaars privacy centraal staat. Hier zijn enkele veelvoorkomende manieren waarop Nederlanders met hun buren omgaan:
- Begroeten en kennismaken: Nederlanders begroeten hun buren vaak met een vriendelijke glimlach en een kort praatje, vooral wanneer ze elkaar tegenkomen bij de voordeur, in de tuin, of in de buurtwinkel.
- Buurtinitiatieven: Veel Nederlanders nemen deel aan buurtinitiatieven zoals buurtbarbecues, straatfeesten, of gemeenschappelijke tuinprojecten om de banden met hun buren te versterken en een gevoel van gemeenschap te creëren.
- Hulpvaardigheid: Nederlanders zijn over het algemeen bereid om elkaar te helpen wanneer dat nodig is, of het nu gaat om het lenen van gereedschap, het oppassen op elkaars huisdieren, of het ondersteunen bij kleine klusjes.
- Respect voor privacy: Hoewel Nederlanders over het algemeen vriendelijk en behulpzaam zijn, respecteren ze ook de privacy van hun buren. Ze vermijden bijvoorbeeld onnodige bemoeienis en respecteren de grenzen van elkaars eigendommen.
- Communicatie: Open communicatie is belangrijk in de omgang met buren. Als er bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden of feestjes gepland zijn, is het gebruikelijk om dit van tevoren met de buren te bespreken om eventuele overlast te minimaliseren.
- Gezamenlijke belangen: Nederlanders delen vaak gezamenlijke belangen met hun buren, zoals het onderhoud van de buurt, veiligheid, en het organiseren van gezamenlijke activiteiten.
Kortom, Nederlanders streven naar een vriendelijke en ondersteunende relatie met hun buren, waarbij respect, gemeenschapszin, en een gevoel van saamhorigheid centraal staan.
Drie trappen van vergelijking
| Trap | Uitleg | Voorbeeld | Voorbeeldzinnen |
|---|---|---|---|
| 1. Stellende trap | Heeft geen uitgang | mooi, leuk, klein | 1. Deze bloem is mooi. 2. Het huis is leuk. 3. Dat kind is klein. 4. De zee is blauw. 5. Dat boek is interessant. |
| 2. Vergrotende trap | Krijgt -er erbij | mooier, leuker, kleiner | 1. Deze bloem is mooier dan die. 2. Dit huis is leuker dan het vorige. 3. Dat kind is kleiner dan zijn broer. 4. De lucht is helderder op deze dag. 5. Dit boek is interessanter dan dat andere. |
| 3. Overtreffende trap | Krijgt -st erbij | mooist, leukst, kleinst | 1. Deze bloem is de mooiste van allemaal. 2. Dit is het leukste feestje ooit. 3. Dat kind is de kleinste in de klas. 4. Dit is de helderste ster aan de hemel. 5. Dit boek is het interessantste dat ik ooit heb gelezen. |
Voorbeeld bijvoeglijk naamwoord: mooi
| Trap | Vorm | Voorbeeldzinnen |
|---|---|---|
| Stellende trap | mooi | 1. De tuin is mooi ingericht. 2. Het schilderij is mooi. 3. Haar jurk is mooi. 4. De bergen zijn mooi in de lente. 5. Het uitzicht is mooi bij zonsondergang. |
| Vergrotende trap | mooier | 1. Deze tuin is mooier dan de vorige. 2. Dat schilderij is mooier dan de andere. 3. Haar nieuwe jurk is mooier dan de oude. 4. De bergen zijn mooier in de winter. 5. Het uitzicht hier is mooier dan ik had verwacht. |
| Overtreffende trap | mooist | 1. Deze tuin is de mooiste in de stad. 2. Dit schilderij is het mooiste dat ik ooit heb gezien. 3. Haar jurk is de mooiste van het feestje. 4. De bergen hier zijn de mooiste van het land. 5. Dit uitzicht is het mooiste dat ik ooit heb ervaren. |
Bijzondere regels
Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op f of s, dan verandert deze letter in de vergrotende trap vaak in de v of z.
Als een bijvoeglijk naamwoord eindigt op f of s, verandert de f vaak in v en de s in z in de vergrotende trap.
| Voorbeeld | Stellende trap | Vergrotende trap | Overtreffende trap |
|---|---|---|---|
| 1. vies | vies | viezer (de s → z) | viest |
| 2. doof | doof | dover (de f → v) | doofst |
| 3. grof | grof | grover (de f → v) | grofst |
| 4. zacht | zacht | zachter (de ch → g) | zachtst |
| 5. raf | raf | rafker (de f → v) | rafst |
| 6. arm | arm | armer (de m → r) | armst |
Voorbeeldzinnen
- Grof:
- Stellende: Het tapijt is grof.
- Vergrotende: Dit tapijt is grover dan het oude.
- Overtreffende: Dit is het grofste tapijt dat ik ooit heb gezien.
- Zacht:
- Stellende: Het kussen is zacht.
- Vergrotende: Dit kussen is zachter dan de vorige.
- Overtreffende: Dit is het zachtste kussen van allemaal.
- Raf:
- Stellende: De stof is raf.
- Vergrotende: Deze stof is rafker dan de andere.
- Overtreffende: Dit is de rafste stof in de winkel.
- Arm:
- Stellende: Hij is arm.
- Vergrotende: Hij is armer dan zijn broer.
- Overtreffende: Hij is de armste van de klas.
Oefeningen
Hulp nodig bij de uitspraak van een woord of zin?
Extra: Nederlandstalig nieuws, programma’s, films
Goede voorbereiding voor je examen
In onderstaande video’s worden alle onderwerpen die belangrijk zijn voor het examen duidelijk uitgelegd.
Woordenschat
Een anderstalige moet op A1-niveau zo’n 1000 woorden kennen, op A2 al 2000 en op B1 zelfs 5000.
Nederlandse woordenschat, deels uitgelegd in het Engels

Introductie
https://youtu.be/k7t5HDxchqQ

Imigratie
https://youtu.be/KRHUhcnYdRE

Vragen
https://youtu.be/G2NQcv8-vv8
Nederlandse grammatica, deels uitgelegd in het Engels

Seizoen 1
https://youtu.be/_IW7zvMlRcc

Seizoen 1 - les 2
https://youtu.be/Rt_WHDXNATk

Supermarkt
https://www.youtube.com/watch?v=jj7bzM2oac8

Scheidbaar werkwoord
https://youtu.be/XUwPb92Tjt0

Seizoen 2
https://youtu.be/3GTmnMczTX0

Gebiedende wijs
https://youtu.be/o6r_VLCdZFU

Modale werkwoorden
https://youtu.be/GoznPvOu82E

Uitnodigen
https://youtu.be/RgV-VVtCsSE

Seizoen 3
https://youtu.be/COBlJ3CPS6o

Kennismaking met ouders
https://youtu.be/htr0mDyF97A

Aanwijzend vnw
https://youtu.be/SE7bsBKadUw

Salarisonderhandeling
https://youtu.be/8r8lq4uhnSc
Voorbeeldexamens

Luisteren
https://youtu.be/Z0iOzLatpz4

Luisteren
https://youtu.be/oAcYTBuHhT8

Luisteren
https://youtu.be/lb0q-sk82TA

Spreken
https://youtu.be/YdMZNxJna2s

Spreken
https://youtu.be/09egrn3Nj9I

Spreken
https://youtu.be/9ECVCy8cPHg
Meer spreekvaardigheid oefenen?
Zoek op ‘spreken examen A2’

lezen examen A2
https://youtu.be/h_9qxbaSGfo

lezen examen oefenen
https://youtu.be/c_H_YgieZ34

lezen examen oefenen
https://youtu.be/sxAlVRaukIU

lezen examen oefenen
https://youtu.be/AoiQZYnP5yE
Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)
Diverse onderwerpen worden hier besproken (Arabisch/Nederlands):
1) https://youtu.be/780rnjV8rb8 (الأعياد و المناسبات في هولندا | Feestdagen in Nederland)
2) https://youtu.be/Xd-TjeQeLh0 (Belasting, Subside, en Uitkering | الضرائب في هولندا)
3) https://youtu.be/x8dI_tnJmoQ (الدرس الأول : العمل | Les 1 : Werk)
4) https://youtu.be/K3g80Qg5vBU (الرعاية الصحية في هولندا | Zorg)
5) https://youtu.be/caluLv0OPOc (التربية| De opvoeding)
6) https://youtu.be/B2X4pvrqvbs (تاريخ هولندا | De geschiedenis van Nederland)
7) https://youtu.be/Qva8axNapPs (خريطة هولندا والمياه | Holland kaart en water)
8) https://youtu.be/cF3WzRHmJTE (De Tweede Wereldoorlog | الحرب العالمية الثانية)
9) https://youtu.be/9Yznz3l-tb8 (الهيئات | ج2 |instantie)
10) https://youtu.be/RVPkobNpjU8 (الهيئات | ج1 |Instantie)
11) https://youtu.be/5yKsTnmcO0w (التعليم في هولندا | ج١| het onderwijssysteem)
12) https://youtu.be/BRay5SFyLFA ( العمل في هولندا| ج2 | Het werk)
Voorbeeld examens Ad Appel Taaltrainingen A1 en A2

Examenvragen
https://youtu.be/2l7hCyh-29U

Examenvagen
https://youtu.be/7-wTWpDIX20

Examenvragen KNS
https://youtu.be/Zke_1j1Lkcs

Inburgeringsexamen A1 (1)
https://youtu.be/gNZyORg7Lig

Inburgeringsexamen A1 (2)
https://youtu.be/g_hUGdu_2MI
Voor diverse video’s over examen A2: zoek op ‘ad appel A2’

Oefenexamen A2
https://youtu.be/_tkoK4nhpVU

Oefenexamen A2
https://youtu.be/cqzgh_uaT0w


























































































