A2 TaalCompleet Thema 3 – Kinderen

Geplaatst op door in de categorie Taal, Taal - A2 niveau

TaalCompleet

Als je een andere taal op A2-niveau beheerst, kun je:

  • zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk of opleiding);
  • communiceren tijdens simpele en alledaagse taken en een korte boodschap, zoals een bedankbriefje schrijven;
  • in eenvoudige bewoordingen aspecten van je eigen achtergrond en omgeving beschrijven.


Familie in het buitenland

NederlandsEngelsArabisch
Waar woont de rest van jouw familie?Where does the rest of your family live?أين تعيش بقية عائلتك؟
Hoe vaak ga je op bezoek bij je familie?How often do you visit your family?كم مرة تزور عائلتك؟
In welk land woont jouw familie?In which country does your family live?في أي بلد تعيش عائلتك؟
Heb je broers of zussen die daar wonen?Do you have siblings who live there?هل لديك إخوة أو أخوات يعيشون هناك؟
Zijn er familieleden die nog naar Nederland willen komen?Are there family members who still want to come to the Netherlands?هل هناك أفراد من عائلتك يريدون القدوم إلى هولندا؟
Mis je jouw familie in het buitenland?Do you miss your family abroad?هل تشتاق إلى عائلتك في الخارج؟
Heb je contact met je familie via telefoon of internet?Do you stay in touch with your family through phone or the internet?هل تتواصل مع عائلتك عبر الهاتف أو الإنترنت؟
Hoe lang is het geleden dat je jouw familie hebt gezien?How long has it been since you saw your family?كم مضى من الوقت منذ آخر مرة رأيت فيها عائلتك؟
Wat doen jouw familieleden daar voor werk?What kind of work do your family members do there?ما نوع العمل الذي يقوم به أفراد عائلتك هناك؟
Zijn er veel Nederlanders in dat land?Are there many Dutch people in that country?هل يوجد الكثير من الهولنديين في ذلك البلد؟
Wat vind je leuk aan dat land?What do you like about that country?ما الذي يعجبك في ذلك البلد؟
Komt jouw familie wel eens naar Nederland op bezoek?Does your family ever come to the Netherlands to visit?هل تأتي عائلتك لزيارة هولندا من حين لآخر؟

Tegenstellingen

NederlandsTegenstellingEngelsArabisch
Ver wegDichtbijFar away – Nearbyبعيد – قريب
BuitenlandBinnenlandAbroad – Domesticخارج البلاد – داخل البلاد
Volgende keerVorige keerNext time – Last timeالمرة القادمة – المرة السابقة
BinnenkortLang geledenSoon – A long time agoقريبًا – منذ وقت طويل
VaakZeldenOften – Rarelyغالبًا – نادرًا
Eens per jaarNooitOnce a year – Neverمرة في السنة – أبدًا
OudersKinderenParents – Childrenالوالدان – الأطفال
BroerZusBrother – Sisterأخ – أخت
GeboortelandWoonlandCountry of origin – Country of residenceبلد الأصل – بلد الإقامة
VerledenToekomstPast – Futureالماضي – المستقبل
VertrekkenAankomenDepart – Arriveالمغادرة – الوصول
OudJongOld – Youngكبير السن – صغير السن

Voegwoorden en bijzinnen

Wat zijn voegwoorden?

Voegwoorden zijn kleine woorden die zinnen aan elkaar plakken. Ze helpen ons om langere zinnen te maken, zodat we meer kunnen vertellen in één keer. Voegwoorden zijn woorden zoals en, want, omdat, maar, als, terwijl, of, zodat.

Stel je voor dat een zin een treinwagon is, en het voegwoord is de koppeling die de wagons aan elkaar vastmaakt. Zo kunnen we van één zin naar de volgende zin gaan zonder te stoppen.

Voorbeeld:

  • Ik ga naar huis, want ik ben moe.

Hier gebruiken we “want” om uit te leggen waarom we naar huis gaan.

Wat zijn bijzinnen?

Een bijzin is een stukje van een zin dat niet op zichzelf kan staan. Een bijzin is dus altijd een afhankelijke zin en kan dus nooit op zichzelf staan (vandaar de naam bijzin). Het is als een kleine zin binnen een grotere zin, en het geeft meer informatie. Vaak begint een bijzin met een voegwoord.

Voorbeeld van een bijzin:

  • Ik ga naar huis, omdat ik moe ben.

Het stukje “omdat ik moe ben” is de bijzin. Het legt iets uit over het eerste deel van de zin, namelijk waarom ik naar huis ga.

Belangrijke voegwoorden en hoe ze werken met bijzinnen

Hier zijn een paar veelgebruikte voegwoorden en wat ze betekenen:

  1. En – Het betekent dat we iets toevoegen.
    • Voorbeeld: Ik eet een appel en een banaan.
  2. Maar – Dit gebruik je als je iets tegenstellends wil zeggen.
    • Voorbeeld: Ik wil buiten spelen, maar het regent.
  3. Omdat – Dit gebruik je om een reden te geven.
    • Voorbeeld: Ik blijf thuis omdat ik ziek ben.
  4. Als – Dit gebruik je om een voorwaarde te zeggen, iets wat moet gebeuren voordat het andere kan gebeuren.
    • Voorbeeld: Als het mooi weer is, gaan we naar het park.
  5. Terwijl – Dit betekent dat twee dingen tegelijkertijd gebeuren.
    • Voorbeeld: Ik lees een boek terwijl mijn zus tv kijkt.

Hoe maak je een zin met een voegwoord en een bijzin?

Eerst maak je een gewone zin. Dan voeg je een voegwoord toe, en daarna komt de bijzin.

  1. Hoofdzin: Ik ga naar buiten.
  2. Voegwoord: omdat
  3. Bijzin: het zonnig is.

Samen wordt het:

  • Ik ga naar buiten omdat het zonnig is.

Handige tips

  • Let op de volgorde: Soms verandert de volgorde van de woorden een beetje in een bijzin. Bijvoorbeeld: “omdat het zonnig is.”
  • Spreekpauzes: Soms kun je even pauzeren na het voegwoord. Dat helpt bij het duidelijk maken van de zin.
Voegwoorden/Signaalwoorden
https://youtu.be/wPqTkmFbMK0


Rapport bespreken

NederlandsEngelsArabisch
het rapportthe reportالتقرير
besprekento discussمناقشة
het vakthe subjectالمادة
de vakkenthe subjectsالمواد
de middelbare schoolthe high schoolالمدرسة الثانوية
de periodethe periodالفترة
ik maak mij zorgen overI am worried aboutأنا قلق بشأن
dat heb je goed gedaanyou did that wellلقد قمت بعمل جيد
hier ben je erop vooruit gegaanyou have improved hereهنا تحسنت
vriendelijkfriendlyودود
vriendelijkefriendly (feminine/plural)ودود / ودودون
slechtbadسيء
slechtebad (feminine/plural)سيئة / سيئون
het cijferthe gradeالدرجة
cijfersgradesالدرجات
nietsnothingلا شيء
volgensaccording toحسب
de situatiethe situationالوضع
het lokaalthe classroomالفصل
de afspraakthe appointmentالموعد
het resultaatthe resultالنتيجة
iets te vierensomething to celebrateشيء للاحتفال
over iets pratento talk about somethingالتحدث عن شيء ما
studerento studyالدراسة
vervolgafspraakfollow-up appointmentموعد متابعة
het vervolgthe follow-upالمتابعة
nablijvento stay after schoolالبقاء بعد المدرسة

Om …. te

Doel aangeven

Het gebruik van “om … te” om het doel van een actie te beschrijven.

  1. Ik ga naar de winkel om boodschappen te doen.
    (Het doel van het naar de winkel gaan is boodschappen doen.)
  2. Ze neemt een paraplu mee om niet nat te worden.
    (Het doel van het meenemen van de paraplu is droog blijven.)
  3. Hij gaat vroeg naar bed om morgen uitgerust te zijn.
    (Het doel van vroeg naar bed gaan is uitgerust zijn.)

Reden geven

Hier wordt “om … te” gebruikt om de reden achter een actie uit te leggen.

  1. Ze bleef thuis om voor haar zieke moeder te zorgen.
    (De reden dat ze thuis bleef is om voor haar moeder te zorgen.)
  2. Hij doet een jas aan om niet koud te krijgen.
    (De reden dat hij een jas aantrekt is om zichzelf warm te houden.)
  3. We hebben de gordijnen dichtgedaan om de kamer koel te houden.
    (De reden voor het dichtdoen van de gordijnen is de kamer koel houden.)

Intentie verduidelijken

In deze zinnen geeft “om … te” aan wat iemand wil bereiken, oftewel hun intentie.

  1. Hij studeert hard om zijn examen te halen.
    (De intentie van het hard studeren is het examen halen.)
  2. Ze spaart geld om op vakantie te kunnen gaan.
    (De intentie van het sparen is om op vakantie te gaan.)
  3. Ik oefen elke dag om beter te worden in gitaarspelen.
    (De intentie van dagelijks oefenen is om beter gitaar te spelen.)

Uitnodiging consultatiebureau

Een consultatiebureau is een instelling in Nederland die zich richt op de gezondheid en ontwikkeling van jonge kinderen, meestal van 0 tot 4 jaar. Het is een onderdeel van de jeugdgezondheidszorg en biedt gratis zorg en advies aan ouders en verzorgers. Enkele kerntaken van een consultatiebureau zijn:

  1. Gezondheidscontroles: Regelmatige controles van de groei en ontwikkeling van kinderen, waaronder het meten van lengte en gewicht, en het beoordelen van motorische en cognitieve ontwikkeling.
  2. Vaccinaties: Toedienen van vaccinaties volgens het Rijksvaccinatieprogramma om kinderen te beschermen tegen infectieziekten.
  3. Advies en voorlichting: Ouders en verzorgers ontvangen informatie en advies over allerlei onderwerpen die te maken hebben met de verzorging en opvoeding van kinderen, zoals voeding, slaap, gedrag en veiligheid.
  4. Opsporen van problemen: Het vroegtijdig signaleren van gezondheids- of ontwikkelingsproblemen, zodat er snel actie ondernomen kan worden als dat nodig is.
  5. Ondersteuning: Bieden van ondersteuning aan ouders bij opvoedingsvragen en eventuele doorverwijzing naar andere zorgverleners als specialistische hulp nodig is.

Consultatiebureaus werken vaak met een team van artsen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals die gespecialiseerd zijn in de zorg voor jonge kinderen. Het doel is om bij te dragen aan een gezonde ontwikkeling van het kind en ondersteuning te bieden aan ouders in de eerste levensjaren van hun kind.

NederlandsEngelsArabisch
het consultatiebureauthe consultation clinicعيادة استشارية
de afspraakthe appointmentالموعد
het kindthe childالطفل
de oudersthe parentsالوالدان
de artsthe doctorالطبيب
de verpleegkundigethe nurseالممرضة
het onderzoekthe examinationالفحص
metento measureالقياس
wegento weighالوزن
de groeithe growthالنمو
het gewichtthe weightالوزن
de lengtethe heightالطول
het vaccinthe vaccineاللقاح
de vaccinatiethe vaccinationالتطعيم
het voedingsadviesthe dietary adviceنصيحة غذائية
de ontwikkelingthe developmentالتطور
het schemathe scheduleالجدول
de opvoedingthe upbringingالتربية
de gezondheidthe healthالصحة
de temperatuurthe temperatureدرجة الحرارة
het consultthe consultationالاستشارة
de opvolgingthe follow-upالمتابعة
het gehoorthe hearingالسمع
het zichtthe visionالرؤية
de vaccinatiekaartthe vaccination cardبطاقة التطعيم
het voedingsschemathe feeding scheduleجدول التغذية
de groeicurvethe growth chartمنحنى النمو
de bijwerkingthe side effectالأعراض الجانبية
de allergiethe allergyالحساسية
de motorische ontwikkelingmotor developmentالتطور الحركي
de taalontwikkelinglanguage developmentالتطور اللغوي
de sociale ontwikkelingsocial developmentالتطور الاجتماعي
Wat doet een consultatiebureau?
https://youtu.be/O6C_2aYdAYM

Scheidbare werkwoorden

NederlandsEngelsArabisch
aanbiedento offerيقدم
aankomento arriveيصل
aankunnento be able toيستطيع
aanpakkento tackleيتناول
aantrekkento attractيجذب
aanzettento turn onيشغل
afwassento wash dishesيغسل الأطباق
afdrogento dryيجفف
aflopento run outينتهي
afmakento finishينهي
afnemento take awayيأخذ
afrondento round offيختتم
afsprekento arrange/agreeيتفق
afstuderento graduateيتخرج
afvallento lose weightيفقد الوزن
binnenkomento come inيدخل
dichtdoento closeيغلق
doorlopento walk throughيمر عبر
inhalento catch upيلحق
inleverento hand inيسلم
innemento take inيأخذ
inpakkento packيحزم
inschrijvento registerيسجل
insmerento smearيدهن
instappento get inيصعد
invoerento enterيدخل
invullento fill inيملأ
klaarmakento prepareيحضر
langskomento stop byيمر لزيارة
nadenkento thinkيفكر
neerzettento put downيضع
meenemento take alongيأخذ معه
nakijkento checkيتحقق
opbellento callيتصل
opetento eat upيأكل بالكامل
ophalento pick upيلتقط
oplettento pay attentionينتبه
oplossento solveيحل
opnemento recordيسجل
opruimento clean upيرتب
opschrijvento write downيدون
opslaanto saveيحفظ
opstaanto get upيستيقظ
opvallento stand outيبرز
opvoedento raise (a child)يربي
opzoekento look upيبحث عن
overslaanto skipيتخطى
overstekento crossيعبر
samenwerkento collaborateيتعاون
schoonmakento cleanينظف
terugbrengento bring backيعيد
teruggaanto go backيعود
toenemento increaseيزداد
uitdoento take offيخلع
uitgaanto go outيخرج
uitleggento explainيشرح
uitloggento log outيسجل الخروج
uitnodigento inviteيدعو
uitslapento sleep inينام لفترة طويلة
uitstappento get outينزل
uittrekkento take offيخلع
uitzettento turn offيطفئ
uitzoekento sort outيفرز
vastzittento be stuckعالق
weggaanto leaveيغادر
weggevento give awayيتبرع
weggooiento throw awayيرمي

Berichten voor docenten

NederlandsEngelsArabisch
ziekmeldento report sickإبلاغ عن المرض
regelento arrangeتنظيم
afspraak makento make an appointmentتحديد موعد
lesgevento teachتعليم
meldento reportإبلاغ
terugbellento call backإعادة الاتصال
besprekento discussمناقشة
fietssleutel kwijt/verlorenbicycle key lostمفتاح الدراجة مفقود
huiswerk vergetento forget homeworkنسيان الواجب المنزلي
pestgedragbullying behaviorسلوك التنمر
opnemento answerالرد
misselijknauseousغثيان
hoofdpijnheadacheصداع
ik wil graag naar huisI would like to go homeأود العودة إلى المنزل
problemen met de computerproblems with the computerمشاكل في الكمبيوتر
hulp nodigneed helpبحاجة إلى مساعدة
afwezigheidabsenceغياب
verlengen van de deadlineextending the deadlineتمديد الموعد النهائي
vragen stellento ask questionsطرح الأسئلة
contact opnemento get in touchالتواصل
informatie gevento provide informationتقديم المعلومات
toestemming vragento ask for permissionطلب الإذن
iets vergetento forget somethingنسيان شيء
het verslag indienento submit the reportتقديم التقرير
in de klasin classفي الفصل
leerdoelenlearning objectivesأهداف التعلم
medeleven tonento express sympathyإظهار التعاطف

Indirecte rede

Weergeven wat iemand anders heeft gezegd of gevraagd kan op twee manieren: direct en indirect. Bij de directe rede geef je exact (letterlijk) weer wat iemand zegt of vraagt: Peter vraagt: ‘Mag ik de rekening?’ Bij de indirecte rede parafraseer je wat iemand heeft gezegd of gevraagd: Peter vraagt of hij de rekening mag.

De indirecte rede heeft enkele bijzonderheden. De zin bevat een hoofdzin (Peter vraagt) en een bijzin (of hij de rekening mag). Het voegwoord is meestal dat of of. Dat gebruik je bij mededelingen, of bij vragen.

Dat … of

  • Zekerheid: Gebruik “dat” om aan te geven dat je zeker bent van iets.
  • Onzekerheid: Gebruik “of” om aan te geven dat er twijfel of onzekerheid is over iets.
ZekerheidZinsstructuurVoegwoordVertaling (Engels)Vertaling (Arabisch)
Ik weet zeker dat hij komt.Ik weet zeker dat hij komt.datthatأن
Hij komt, dat weet ik zeker.Hij komt, dat weet ik zeker.datthatأن
Ik ben er van overtuigd dat zij het kan.Ik ben er van overtuigd dat zij het kan.datthatأن
Zij komt morgen, dat is zeker.Zij komt morgen, dat is zeker.datthatأن
OnzekerheidZinsstructuurVoegwoordVertaling (Engels)Vertaling (Arabisch)
Ik weet niet zeker of hij komt.Ik weet niet zeker of hij komt.ofifإذا
Ik ben niet zeker of zij het wil doen.Ik ben niet zeker of zij het wil doen.ofifإذا
We moeten afwachten of het gaat regenen.We moeten afwachten of het gaat regenen.ofifإذا
Het is onzeker of hij komt.Het is onzeker of hij komt.ofifإذا

Uitje organiseren

NederlandsEngelsArabisch
uitnodiginginvitationدعوة
feestjepartyحفلة
organiserento organizeتنظيم
datumdateتاريخ
tijdtimeوقت
locatielocationموقع
gastenguestsضيوف
cakecakeكعكة
traktatietreatحلوى
spelletjesgamesألعاب
activiteitenactivitiesأنشطة
versieringdecorationزينة
ballonnenballoonsبالونات
cadeauspresentsهدايا
uitnodigento inviteدعوة
RSVPRSVPرد على الدعوة
uitnodiging versturento send an invitationإرسال دعوة
muziekmusicموسيقى
themathemeموضوع
cateringcateringتقديم الطعام
planningplanningتخطيط
vervoertransportنقل
foto’s makento take photosالتقاط الصور
herinneringenmemoriesذكريات
locatie kiezento choose a locationاختيار موقع
weerweatherطقس
feestkledingparty clothesملابس حفلة
het voorstelthe proposalالاقتراح
de groepthe groupالمجموعة
het planthe planالخطة
de begrotingthe budgetالميزانية
het draaiboekthe script/scheduleالسيناريو
de meningenthe opinionsالآراء

Organiseren van een feestje

  1. Kies een datum en tijd:
    • Denk na over wanneer je het feestje wilt houden. Is het in het weekend of na schooltijd?
  2. Maak een gastenlijst:
    • Bedenk wie je wilt uitnodigen. Zijn het je beste vrienden, klasgenoten of familieleden?
  3. Stuur uitnodigingen:
    • Maak leuke uitnodigingen en geef ze aan je vrienden. Zet erop waar en wanneer het feestje is, en vraag of ze laten weten of ze komen.
  4. Kies een thema:
    • Bedenk of je een thema wilt voor je feestje, zoals piraten, prinsessen, superhelden of iets anders wat je leuk vindt.
  5. Plan activiteiten en spelletjes:
    • Bedenk wat je tijdens het feestje wilt doen. Bijvoorbeeld spelletjes spelen, knutselen, dansen of een film kijken.
  6. Versier de feestplek:
    • Zorg voor mooie versieringen, zoals ballonnen, slingers en tafelkleden die bij je thema passen.
  7. Zorg voor eten en drinken:
    • Kies wat lekkere snacks en drankjes uit. Denk aan taart, chips, snoep, sap en limonade.
  8. Bereid een goody bag voor:
    • Maak kleine cadeautjes of zakjes met snoep voor je gasten om mee naar huis te nemen.
  9. Verzamel hulp van volwassenen:
    • Vraag je ouders of een volwassene om je te helpen met het plannen en tijdens het feestje.

Organiseren van een dagje uit

  1. Kies een plek om naartoe te gaan:
    • Denk na over waar je heen wilt. Is het een pretpark, dierentuin, museum, strand of park?
  2. Bepaal de datum en tijd:
    • Kies een dag waarop je tijd hebt om een leuk uitje te maken. Misschien in het weekend of tijdens de vakantie.
  3. Nodig vrienden of familie uit:
    • Beslis wie je mee wilt nemen. Vraag ze of ze die dag vrij zijn en zin hebben om mee te gaan.
  4. Maak een plan voor de dag:
    • Bedenk wat je allemaal wilt doen. Misschien wil je bepaalde attracties bezoeken, een picknick houden of spelletjes spelen.
  5. Check het weer:
    • Kijk wat voor weer het wordt. Als het gaat regenen, kun je misschien beter iets binnen doen of een andere dag kiezen.
  6. Bereid eten en drinken voor:
    • Neem lekkere broodjes, snacks en drinken mee voor onderweg. Vergeet niet voldoende water, vooral als het warm is.
  7. Neem handige spullen mee:
    • Denk aan een rugzak met belangrijke spullen zoals zonnebrandcrème, een hoed, een jas, een deken voor een picknick en geld voor eventuele entree of souvenirs.
  8. Maak afspraken over veiligheid:
    • Spreek af met de volwassenen wat je moet doen als je iemand kwijtraakt of als er iets gebeurt.
  9. Geniet en maak herinneringen:
    • Vergeet niet om veel plezier te hebben en misschien wat foto’s te maken om je dag te herinneren!

Woorden die eindigen op – ng

Woorden die eindigen op – nk


Nieuwsbrief

Tips voor het schrijven van een nieuwsbrief:

  1. Leuke titel:
    • Kies een leuke titel die nieuwsgierig maakt, bijvoorbeeld “Nieuws van de Speelgroep!”.
  2. Hallo zeggen:
    • Begin met een vriendelijke begroeting, bijvoorbeeld “Hallo allemaal!”.
  3. Belangrijkste nieuwtjes:
    • Vertel kort de belangrijkste nieuwtjes, bijvoorbeeld “We hebben nieuwe spelletjes!” of “We gaan op schoolreisje!”.
  4. Korte stukjes:
    • Schrijf korte stukjes over verschillende onderwerpen, zoals “Nieuwe kinderen in de groep” of “Leuke activiteiten deze maand”.
  5. Afbeeldingen en plaatjes:
    • Gebruik leuke afbeeldingen of tekeningen om het interessanter te maken.
  6. Oproep tot actie:
    • Vraag kinderen om iets te doen, bijvoorbeeld “Vertel ons wat jouw favoriete spel is” of “Kom op tijd voor het schoolreisje”.
  7. Vaste indeling:
    • Gebruik steeds dezelfde indeling zodat het herkenbaar blijft, bijvoorbeeld elke keer een stukje over jarigen.
  8. Vragen stellen:
    • Nodig kinderen uit om vragen te stellen of iets te vertellen, bijvoorbeeld “Heb jij een leuk idee voor een spel? Laat het ons weten!”.
  9. Contactinformatie en hulp:
    • Zet er altijd bij hoe kinderen of ouders contact kunnen opnemen voor vragen, bijvoorbeeld “Bel ons op 06-12345678”.
  10. Controleer goed:
    • Lees de nieuwsbrief goed door voor je hem verstuurt, om te kijken of er geen fouten in staan.

Meervoud


Tips bij het schrijven

Tips voor het schrijven van een uitnodiging:

  1. Vriendelijke titel:
    • Kies een vrolijke en duidelijke titel die vertelt waar het feestje of de bijeenkomst over gaat.
  2. Persoonlijke aanhef:
    • Gebruik de naam van de ontvanger, bijvoorbeeld “Lieve [Naam]”.
  3. Reden voor het feest:
    • Leg kort uit waarom je het feest geeft, bijvoorbeeld “om mijn verjaardag te vieren” of “om samen te spelen”.
  4. Datum, tijd en plaats:
    • Schrijf duidelijk op wanneer en waar het feestje is, bijvoorbeeld “zaterdag 12 juni om 14:00 uur bij mij thuis”.
  5. Wat gaan we doen?:
    • Vertel kort wat er te doen is, bijvoorbeeld “we gaan spelletjes spelen en taart eten”.
  6. Laat weten of je komt:
    • Vraag of de ontvanger laat weten of hij/zij komt, bijvoorbeeld “Laat je even weten of je komt?”
  7. Contactinformatie:
    • Geef je telefoonnummer of e-mailadres voor vragen, bijvoorbeeld “Je kunt mijn mama bellen op 06-12345678”.
  8. Vriendelijke afsluiting:
    • Sluit af met iets vriendelijks, zoals “Ik hoop dat je komt! Groetjes, [Jouw Naam]”.

Tegenwoordige tijd

Om goed te weten hoe je een werkwoord in de tegenwoordige tijd schrijft, moet je eerst de stamregels begrijpen. Hier is een eenvoudig stappenplan om je te helpen:

Stap 1: Vind de persoonsvorm

  1. Zoek de persoonsvorm:
    • De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet.
    • Bijvoorbeeld: “Ik fiets naar school.” Zet de zin in de verleden tijd: “Ik fietste naar school.”
    • Zie je hoe “fiets” verandert in “fietste”? Dat betekent dat “fiets” de persoonsvorm is.

Stap 2: Zoek de stam

  1. Vind de stam van het werkwoord:
    • Neem het hele werkwoord en haal de -en eraf. Dit is meestal de stam.
    • Bijvoorbeeld: Het hele werkwoord is “fietsen”. Haal -en eraf en je krijgt “fiets”.
    • Soms is het anders. Bij het werkwoord “zien” is de stam “zie”.

Stap 3: Bepaal het onderwerp

  1. Zoek het onderwerp van de zin:
    • Gebruik de vraag: “Wie of wat + persoonsvorm?”
    • Bijvoorbeeld: “Ik fiets naar school.” Vraag: “Wie fietst naar school?” Antwoord: “Ik”. Dus “ik” is het onderwerp van de zin.

Kinderopvang in Nederland

In Nederland zijn er verschillende typen kinderdagverblijven. Hier is een overzicht met een korte uitleg van elk type:

1. Kinderdagverblijf (KDV)

  • Uitleg: Dit is een opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Kinderdagverblijven bieden hele dagen opvang en zijn vaak geopend van 7:30 tot 18:30 uur. Ze richten zich op de ontwikkeling van kinderen door middel van spel en interactie.

2. Peuteropvang

  • Uitleg: Dit type opvang is speciaal voor peuters van 2 tot 4 jaar. Peuteropvang is vaak bedoeld als een aanvulling op het gezin en stimuleert de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. Het kan zowel in een kinderdagverblijf als apart plaatsvinden.

3. Buitenschoolse opvang (BSO)

  • Uitleg: BSO is opvang voor schoolgaande kinderen van 4 tot 12 jaar, vaak voor en na schooltijd, en in de vakanties. De focus ligt op recreatie, ontspanning en het ontwikkelen van sociale vaardigheden.

4. Flexibele opvang

  • Uitleg: Dit type opvang biedt ouders de mogelijkheid om flexibele uren te kiezen, wat handig is voor ouders met onregelmatige werktijden. De opvang kan variëren van enkele uren tot volledige dagen.

5. Gastouderopvang

  • Uitleg: Hierbij worden kinderen opgevangen door een gastouder in diens eigen huis. Dit kan een meer persoonlijke benadering bieden en is vaak flexibeler in tijd en plaats.

6. Kruisbestuiving of gecombineerd KDV/BSO

  • Uitleg: Sommige locaties bieden zowel kinderdagverblijf als buitenschoolse opvang op één plek. Dit kan handig zijn voor ouders die hun kinderen in hetzelfde gebouw willen laten opvangen.

7. Integrale kindcentra (IKC)

  • Uitleg: Dit zijn locaties waar educatie, opvang en ontwikkeling voor kinderen van 0 tot 12 jaar samenkomen. IKC’s combineren kinderdagverblijf, peuteropvang en buitenschoolse opvang, vaak met extra aandacht voor onderwijs.

8. Opvang voor kinderen met speciale behoeften

  • Uitleg: Deze opvang is speciaal gericht op kinderen met een beperking of ontwikkelingsachterstand. Het biedt extra ondersteuning en begeleiding om hen te helpen zich optimaal te ontwikkelen.

Samenvatting

Elk type kinderdagverblijf in Nederland heeft zijn eigen kenmerken en voordelen, afhankelijk van de behoeften van ouders en de ontwikkeling van het kind. Dit systeem biedt ouders verschillende opties om de opvang van hun kinderen goed te regelen.


De leukste uitjes voor en met kinderen


Sporten

Meer filmpjes? Google op “kindertijd sporten” en kies vervolgens voor ‘video’s”


Nederlandstalig nieuws, programma’s, films




Goede voorbereiding voor je examen

In onderstaande video’s worden alle onderwerpen die belangrijk zijn voor het examen duidelijk uitgelegd.


Woordenschat

Een anderstalige moet op A1-niveau zo’n 1000 woorden kennen, op A2 al 2000 en op B1 zelfs 5000.


Nederlandse woordenschat, deels uitgelegd in het Engels


Nederlandse grammatica, deels uitgelegd in het Engels

Kennismaking met ouders
https://youtu.be/htr0mDyF97A
Salarisonderhandeling
https://youtu.be/8r8lq4uhnSc

Voorbeeldexamens

Meer spreekvaardigheid oefenen?

Zoek op ‘spreken examen A2’

lezen examen oefenen
https://youtu.be/c_H_YgieZ34
lezen examen oefenen
https://youtu.be/sxAlVRaukIU
lezen examen oefenen
https://youtu.be/AoiQZYnP5yE

Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)

Diverse onderwerpen worden hier besproken (Arabisch/Nederlands):

1)        https://youtu.be/780rnjV8rb8 (الأعياد و المناسبات في هولندا | Feestdagen in Nederland)

2)        https://youtu.be/Xd-TjeQeLh0 (Belasting, Subside, en Uitkering | الضرائب في هولندا)

3)        https://youtu.be/x8dI_tnJmoQ (الدرس الأول : العمل | Les 1 : Werk)

4)        https://youtu.be/K3g80Qg5vBU (الرعاية الصحية في هولندا | Zorg)

5)        https://youtu.be/caluLv0OPOc (التربية| De opvoeding)

6)        https://youtu.be/B2X4pvrqvbs (تاريخ هولندا | De geschiedenis van Nederland)

7)        https://youtu.be/Qva8axNapPs (خريطة هولندا والمياه | Holland kaart en water)

8)        https://youtu.be/cF3WzRHmJTE (De Tweede Wereldoorlog | الحرب العالمية الثانية)

9)        https://youtu.be/9Yznz3l-tb8 (الهيئات | ج2 |instantie)

10)     https://youtu.be/RVPkobNpjU8 (الهيئات | ج1 |Instantie)

11)     https://youtu.be/5yKsTnmcO0w (التعليم في هولندا | ج١| het onderwijssysteem)

12)     https://youtu.be/BRay5SFyLFA ( العمل في هولندا| ج2 | Het werk)


Voorbeeld examens Ad Appel Taaltrainingen A1 en A2

Inburgeringsexamen A1 (1)
https://youtu.be/gNZyORg7Lig
Inburgeringsexamen A1 (2)
https://youtu.be/g_hUGdu_2MI

Voor diverse video’s over examen A2: zoek op ‘ad appel A2’


Spelenderwijs je spreekvaardigheid oefenen


Oefeningen


Terug naar het overzicht

Geef een reactie