B1 – Spreken

Het leren van de Nederlandse taal vereist consistente oefening om vaardigheid te ontwikkelen in lezen, schrijven, spreken en luisteren.
Wat betekent spreken op B1-niveau?
Spreken op B1-niveau betekent dat je goed Nederlands kunt praten in veel gewone situaties. Je kunt makkelijk en duidelijk praten over veel onderwerpen, ook als het niet alleen over jezelf gaat.
Je maakt soms nog fouten, maar meestal spreek je soepel en met goede grammatica. Je kunt ook meedoen aan langere gesprekken en je mening uitleggen.
Wat kun je op B1-niveau?
- Je kunt zeggen wat je vindt en uitleggen waarom, bijvoorbeeld in een gesprek.
- Je kunt een gebeurtenis of ervaring duidelijk vertellen.
- Je kunt informatie kort uitleggen of samenvatten.
- Je kunt je mening geven en er redenen bij zeggen.
- Je kunt meepraten op je werk, school of met vrienden.
Waarom is spreken op B1-niveau belangrijk?
Als je op B1-niveau spreekt, kun je in veel situaties zelf praten. Dat is handig voor:
- Een opleiding of cursus volgen.
- Overleggen op je werk.
- Vrijwilligerswerk of stage doen.
- Praten met de gemeente, huisarts of school.
Met B1 voel je je vaak zekerder. Je kunt beter uitleggen wat je bedoelt en je voelt je meer verbonden met anderen.
Wat als spreken op B1-niveau moeilijk is?
Niet iedereen kan makkelijk B1-niveau halen. Misschien moet je nog veel oefenen. Soms is er een andere oorzaak, zoals dyslexie of een taalstoornis (TOS).
Dyslexie en spreken
Dyslexie gaat vooral over lezen en schrijven, maar kan ook praten moeilijk maken. Bijvoorbeeld als je woorden niet makkelijk vindt of langzaam praat. Dyslexie betekent niet dat je minder slim bent. Het betekent dat je hersenen taal anders verwerken.
Hoe kun je beter leren spreken?
Je kunt beter worden door:
- Logopedie (hulp van een specialist voor spreken).
- Oefenen in groepen of lessen.
- Oefenen met taalmaatjes of coaches.
- Luisterboeken en podcasts luisteren om beter te horen hoe woorden klinken.
- Apps en online oefeningen doen.
- Naar taalcafés in de bibliotheek of buurt gaan.
Vraag hulp aan je docent, de gemeente of bibliotheek. Zij helpen je de juiste hulp te vinden.
Hulp bij uitspraak
Forvo is gratis te gebruiken voor de meeste functionaliteit:
- Luister naar uitspraken: helemaal gratis op de website en in de app api.forvo.com+8mezzoguild.com+8ling-app.com+8. Je kunt onbeperkt Nederlandse woorden opzoeken en beluisteren.
- Registratie is optioneel, maar nodig als je opnamebestanden wilt downloaden of zelf uitspraken wilt toevoegen .
- App: de mobiele app (iOS en Android) kost meestal eenmalig zo’n €2,99, maar zodra je die hebt aangeschaft, kun je alle normale functionaliteit gebruiken zonder verborgen kosten .
- Premium-optie: er is een betaalde abonnementsvorm (~€2,99/mnd of €29,99/jaar) die extra functies biedt zoals favorieten opslaan, advertentievrij gebruik en e‑learning .
- API voor ontwikkelaars: betalende plannen vanaf $2 per maand voor niet-commerciële toegang .
- Type een Nederlands woord of zin in, kies “Nederlands” en klik op het luidsprekericoon.
- De uitspraak is synthetisch, maar nuttig voor algemene oefening.
- Beschikbaar op iOS, Android en desktop.
- Leert Nederlandse uitspraak door luisteren en herhalen.
- Feedback op uitspraak met microfoonfunctie.
- Typ een Nederlands woord en hoor het in context via YouTube-fragmenten.
- Heel handig voor natuurlijke uitspraak en intonatie.
Acapela Group’s Text-to-Speech Demo
- Kies een Nederlandse stem en luister naar hoe een zin wordt uitgesproken.
- Goed voor oefenen van langere zinnen.
Spreken en het Europees Referentiekader
Het niveau B1 komt uit het Europees Referentiekader voor Talen (ERK). Dit systeem geeft aan hoe goed je een taal kunt gebruiken. Voor spreken zijn er zes niveaus:
- A1 (beginner)
- A2
- B1 (redelijk zelfstandig)
- B2
- C1
- C2 (bijna als een moedertaalspreker)
Als je spreekt op B1-niveau, kun je in veel situaties goed praten. Je kunt makkelijk praten over gewone onderwerpen, ook als het gesprek iets moeilijker wordt. Soms weet je niet alle moeilijke woorden, maar meestal kun je jezelf duidelijk uitdrukken.
Bij het spreekexamen op B1-niveau (zoals het inburgeringsexamen of het Staatsexamen NT2 Programma I) moet je laten zien dat je duidelijk en begrijpelijk kunt praten over gewone en herkenbare onderwerpen. Je hoeft niet alles perfect te zeggen, maar mensen moeten wel begrijpen wat je bedoelt.
Hieronder staan de belangrijkste onderwerpen waar je tijdens het B1-examen over kunt spreken:
Voorbeelden van thema’s en onderwerpen op B1-niveau
- Werk en loopbaan
- Wat voor werk doe je?
- Wat vind je leuk of minder leuk aan je werk?
- Werk je liever thuis of op kantoor?
- Hoe is het werken in Nederland anders dan in jouw land?
- Opleiding en leren
- Welke school of cursus volg je?
- Waarom is leren belangrijk?
- Leer je liever thuis of in de klas?
- Wat wil je later worden?
- Gezondheid en zorg
- Wat doe je om gezond te blijven?
- Ga je vaak naar de dokter?
- Wat vind je belangrijk aan goede zorg?
- Hoe zorg je voor jezelf als je ziek bent?
- Wonen en samenleving
- Waar woon je? Beschrijf je huis of buurt.
- Wat vind je fijn aan jouw woonplaats?
- Hoe is het leven in Nederland?
- Wat is belangrijk in de buurt waar je woont?
- Media en communicatie
- Gebruik je sociale media? Welke?
- Wat vind je leuk aan sociale media?
- Waar kijk je het liefst nieuws? Op tv, krant of internet?
- Praat je vaak met vrienden of familie via telefoon of internet?
- Milieu en natuur
- Wat doe jij voor het milieu?
- Waarom is het belangrijk om goed voor de natuur te zorgen?
- Gebruik je vaker de fiets of de auto?
- Hoe kan iedereen helpen om de aarde schoon te houden?
- Vrije tijd en hobby’s
- Wat doe je graag in je vrije tijd?
- Heb je een sport of hobby?
- Ga je vaak naar feestjes of bijeenkomsten?
- Welke muziek of films vind je leuk?
KNM
Kennis van de Nederlandse Maatschappij
Veel onderwerpen uit KNM komen voor op B1-niveau. Denk aan thema’s zoals werk, wonen, gezondheid, onderwijs en samenleving.
Op B1-niveau praat je over herkenbare, dagelijkse situaties. Je geeft eenvoudige meningen of informatie. Je gebruikt simpele woorden en korte zinnen. Je spreekt duidelijk, ook al maak je soms fouten.
Kortom: je kunt over belangrijke onderwerpen praten, maar op een makkelijke en begrijpelijke manier.rover spreekt en de taal die je gebruikt, worden steeds uitdagender naarmate je hoger komt.
Voorbeeldvragen
Jezelf voorstellen
- Kun je iets over jezelf vertellen?
- Waar kom je vandaan?
- Wat wil je hier in Nederland doen?
Wonen
- Waar woon je nu? Vind je dat fijn?
- Wat zou je willen veranderen aan je huis of buurt?
- Wat vind je belangrijk in een woonplek?
Werk en beroep
- Wat voor werk doe je? Vind je dat leuk?
- Wat is het beste aan jouw werk?
- Wil je later iets anders gaan doen?
Opleiding en taal leren
- Welke cursus volg je nu?
- Hoe vaak heb je les?
- Waarom is het leren van Nederlands belangrijk voor jou?
Gezin en familie
- Kun je iets vertellen over je gezin?
- Hoe zorg je dat je tijd hebt voor werk en familie?
- Wie helpt jou thuis?
Gezondheid en zorg
- Heb je je wel eens ziek gevoeld? Wat was er aan de hand?
- Wat doe je om gezond te blijven?
- Vind je het belangrijk om naar de dokter te gaan als je klachten hebt?
Winkelen en boodschappen doen
- Wat zoek je als je gaat winkelen?
- Welke jas past bij jou?
- Vind je het belangrijk dat een jas warm en waterdicht is?
Eten en drinken
- Wat kook je graag?
- Heb je een favoriet gerecht uit jouw land?
- Vind je het belangrijk om gezond te eten?
Vervoer en reizen
- Hoe ga je meestal naar je werk of school?
- Wat vind je fijn aan fietsen?
- Heb je wel eens met de bus of tram gereisd?
Dagindeling en vrije tijd
- Wat doe je doordeweeks?
- Heb je genoeg tijd om te ontspannen?
- Wat doe je graag in het weekend?
Telefoon- of baliegesprek
- Kun je een afspraak maken?
- Welke dag en tijd wil je?
- Wat is het probleem of de reden van je afspraak?
Mening geven of uitleggen
- Wat vind je van het openbaar vervoer?
- Wat is goed aan de bussen en treinen?
- Wat kan beter volgens jou?
Opleiding en persoonlijke ontwikkeling
- Vind jij het belangrijk om te blijven leren?
- Waarom zou iemand na school door moeten leren?
- Wat leer jij graag?
Gezondheid en zorg
- Wat vind je van verplichte sportlessen?
- Wie moet zorgen dat mensen gezond blijven?
- Wat doe jij om gezond te zijn?
Werk en loopbaan
- Wat is belangrijker: leuk werk of veel verdienen?
- Wat zou jij kiezen?
- Waarom?
Milieu en duurzaamheid
- Denk jij dat kleine acties goed zijn voor het milieu?
- Wat doe jij om het milieu te helpen?
- Wie moet er meer doen voor het milieu?
Wonen en samenleving
- Wat vind je van tijdelijke huizen voor vluchtelingen?
- Wat is belangrijk voor een goede buurt?
- Hoe kunnen mensen elkaar beter begrijpen?
Media en communicatie
- Wat vind je van sociale media?
- Wat is goed en wat is slecht aan sociale media?
- Gebruik jij sociale media?
Vrije tijd en cultuur
Moet de overheid geld geven aan kunst en cultuur?
Vind jij kunst en cultuur belangrijk?
Wat doe jij graag in je vrije tijd?
Hoe wordt je spreekvaardigheid getest op B1-niveau?
Bij het spreekexamen op B1-niveau (bijvoorbeeld het Staatsexamen NT2 Programma I) krijg je opdrachten op de computer. Je spreekt tegen een scherm en je antwoorden worden opgenomen. Later kijkt iemand naar hoe goed je het doet.
Het examen heeft verschillende soorten opdrachten:
- Korte antwoorden: je reageert in 20 tot 30 seconden op een vraag of situatie;
- Langere antwoorden: je vertelt iets uitgebreider, bijvoorbeeld door iets uit te leggen of je mening te geven;
- Rollenspellen: je speelt een kort gesprek na, bijvoorbeeld aan de telefoon of bij een instantie.
Je moet laten zien dat je:
- een eenvoudige mening kunt geven en uitleggen waarom;
- duidelijke en begrijpelijke zinnen kunt maken;
- goed kunt reageren op een gesprek, ook als het onverwacht is;
- je taal kunt gebruiken die past bij de situatie.
Voorbeelden van opdrachten op B1-niveau:
- Je baas vraagt of je vaker wilt werken. Je bent het niet eens. Wat zeg je? Waarom?
- Je hebt een klacht over een winkel. Je belt om het uit te leggen. Wat zeg je?
- Een vriend wil advies over welke studie hij moet kiezen. Wat zeg jij?
- Je hebt een idee om iets beter te maken op je werk of school. Hoe leg je dat uit?
Tips voor spreken op B1-niveau
- Geef duidelijk je mening en vertel waarom je dat vindt.
- Gebruik eenvoudige woorden zoals: eerst, ook, maar, bijvoorbeeld, daarom, kortom.
- Geef een voorbeeld of vertel iets uit je eigen ervaring om je mening beter te maken.
- Let goed op hoe je woorden uitspreekt en spreek rustig, ook als je een fout maakt.
Oefendialogen – B1-niveau
Jezelf voorstellen
A: Kun je iets over jezelf vertellen? Bijvoorbeeld waar je vandaan komt en wat je hier wilt doen?
B: Natuurlijk. Ik heet Sara, ik ben 32 jaar. Ik kom uit Syrië en woon nu twee jaar in Nederland, in Utrecht. Ik werk soms als kapster en ik volg een opleiding tot schoonheidsspecialist. Later wil ik een eigen salon beginnen.
Wonen
A: Waar woon je nu? Vind je het fijn?
B: Ik woon in een klein appartement op de derde verdieping in een drukke buurt. Het is niet groot, maar handig. Soms is het lawaai van de buren erg. Ik wil later naar een rustige buurt met meer groen verhuizen.
Werk en beroep
A: Wat voor werk doe je? Vind je het leuk?
B: Ik werk als schoonmaker in een ziekenhuis. Het is zwaar werk, maar ik vind het belangrijk. Zo help ik mee aan een schone en veilige plek. Later wil ik misschien een andere baan binnen het ziekenhuis.
Opleiding en taal leren
A: Volg je nog een cursus naast je werk?
B: Ja, ik leer Nederlands op B2-niveau. We hebben drie keer per week les en oefenen spreken, luisteren, lezen en schrijven. Ik gebruik ook taalapps om extra te oefenen. Ik wil het Staatsexamen NT2 halen en daarna verder studeren.
Gezin en familie
A: Kun je iets vertellen over je gezin? Hoe combineer je werk en studie?
B: Ik heb vier kinderen met mijn vrouw, de jongste is twee jaar. Soms is het moeilijk om alles te doen. We maken goede afspraken en helpen elkaar. De kinderen gaan naar school of opvang, zo heb ik tijd om te werken en leren.
Gezondheid en zorg
A: Wat zijn je klachten?
B: Ik heb al een paar dagen veel hoofdpijn en slaap slecht. Ik ben ook erg moe, ook als ik rust.
A: Heb je veel stress?
B: Ja, door werk, studie en gezin.
A: Probeer rustig aan te doen en praat misschien met een psycholoog.
Winkelen en boodschappen doen
A: Kan ik u helpen?
B: Ja, ik zoek een warme jas die waterdicht is. Ik fiets veel, dus hij moet tegen regen kunnen.
A: Dan is deze jas goed. Hij heeft een kap die je af kunt doen.
B: Goed, zit er ook garantie op?
Eten en drinken
A: Wat kook je vanavond?
B: Ik maak shakshuka. Dat is een gerecht met eieren in tomatensaus met paprika en kruiden. Het is gezond en vegetarisch, dat vind ik fijn.
A: Lekker! Is dat een familiegerecht?
B: Niet precies, maar het is wel iets wat we vaak eten.
Vervoer en reizen
A: Hoe ga je meestal naar werk of school?
B: Meestal met de fiets. Alleen bij slecht weer neem ik de bus. Fietsen is gezond en goed voor het milieu. Soms is het wel druk in het verkeer.
A: Heb je al gedacht aan een elektrische fiets?
B: Ja, dat lijkt me fijn voor lange afstanden. Misschien volgend jaar.
Dagindeling en vrije tijd
A: Hoe ziet je week eruit? Heb je tijd voor rust?
B: Het is druk, maar ik probeer te ontspannen. Doordeweeks werk en leer ik. In het weekend sport ik en ben ik met mijn gezin. We wandelen graag of kijken een film.
A: Dat is een goede balans.
Telefoon- of baliegesprek
A: Tandartspraktijk De Glimlach, waarmee kan ik helpen?
B: Hallo, ik wil een afspraak maken. Ik heb pijn aan een kies.
A: Welke dag wil je?
B: Het liefst ’s ochtends, maandag of woensdag.
A: Dan is maandag om 9.30 uur vrij.
B: Prima, dank u.
Mening geven of uitleggen
A: Wat vind je van het openbaar vervoer in Nederland?
B: Het is meestal goed en op tijd. Maar het is wel duur, vooral voor mensen met weinig geld. Buiten de stad is het minder goed geregeld.
A: Wat kan beter?
B: Goedkopere kaarten en meer bussen en treinen buiten de stad.
Opleiding en persoonlijke ontwikkeling
A: Mijn collega wil stoppen met leren. Hij denkt dat hij alles al weet. Wat vind jij?
B: Ik begrijp dat, maar leren stopt niet met school. De wereld verandert snel. Als je blijft leren, kun je makkelijker met veranderingen omgaan. Het is ook goed voor jezelf.
Gezondheid en zorg
A: In onze gemeente denken ze aan verplichte sportlessen voor mensen met overgewicht. Wat vind jij?
B: Ik snap dat ze iets willen doen, maar verplicht sporten vind ik niet goed. Mensen moeten het zelf willen. Gezondheid is van iedereen: de overheid moet helpen, maar iedereen kiest zelf.
Werk en loopbaan
A: Je krijgt een goedbetaalde baan, maar het werk vind je niet leuk. Wat doe je?
B: Dat is moeilijk. Voor mij is werkplezier belangrijker dan geld. Je werkt veel, dus het moet leuk zijn. Geld is ook belangrijk, maar ik kies liever werk dat ik leuk vind.
Milieu en duurzaamheid
A: Mijn buurman zegt dat klimaatverandering niet echt is en dat kleine acties niets helpen. Wat denk jij?
B: Ik denk daar anders over. Kleine dingen samen maken verschil. Als niemand iets doet, verandert er niets. Natuurlijk moeten ook de overheid en bedrijven helpen.
Wonen en samenleving
A: De gemeente wil tijdelijke huizen bouwen voor vluchtelingen in onze buurt. Wat vind jij?
B: Dat kan goed zijn als het goed gaat. Iedereen verdient een plek om te wonen. Het is belangrijk dat ze kunnen meedoen en dat de buurt erover praat. Zo begrijpen mensen elkaar beter.
Media en communicatie
A: Sommige mensen vinden sociale media verslavend en slecht voor je geest. Wat vind jij?
B: Dat klopt soms. Sociale media kunnen verslavend zijn als je steeds wilt weten wat anderen doen. Maar het is ook leuk, want je blijft makkelijk contact houden en je krijgt snel nieuws. Het gaat om balans.
Vrije tijd en cultuur
A: De overheid wil minder geld aan kunst en cultuur geven. Wat vind jij?
B: Dat vind ik niet goed. Kunst en cultuur zijn belangrijk voor iedereen. Ze helpen ons nadenken en verbinden mensen. Zeker in moeilijke tijden hebben we cultuur nodig.
Examen
Voor diverse video’s zoek/Google je op:
- 1) “Spreken B1 Inburgering Nederlands” en klik dan op ‘video’s’
- 2) “Staatsexamen B1 examenopgaven” en klik dan op ‘video’s’
- 3) “Examen B1” en klik dan op ‘video’s’
OEFENINGEN
https://wordwall.net/nl-nl/community/nt2/b1
EXAMENVRAGEN

https://www.adappel.nl/examenvragen-b1
OEFENINGEN
- https://youtu.be/m0AUPW2cOr8
- https://youtu.be/cASyczRQ2DA
- https://youtu.be/strc9_xhe40
- https://youtu.be/HsRxuSp1xH0
- https://youtu.be/ix9ZmaKo9tY
- https://youtu.be/U1avuNQqrd8
- https://youtu.be/7GU4TFQP4H0
- https://youtu.be/tG7IMtJWpcA
- https://youtu.be/t78_aU_UZkI
- https://youtu.be/aKRaTDG-XwI
- https://youtu.be/0aQwbPg3hyU
- https://youtu.be/N0o_-eFhksA
- https://youtu.be/AfD2WbZNqys
- https://youtu.be/dodIegoBUMA
- https://youtu.be/ooRcOUFzMJo
- https://youtu.be/Qb_XyOqzdIk
- https://youtu.be/x1gqlj9fvBY
- https://youtu.be/lkJSJLiDW0I
- https://youtu.be/tRONKP8UDnU
- https://youtu.be/3spGI9TdC3o
- https://youtu.be/Ftm8GCvLHP4
- https://youtu.be/fd23ipf9XRM
- https://youtu.be/AdAdLU6coAo
- https://youtu.be/V_tmj_6Xoco
- https://youtu.be/3_Mx3mMWogc
- https://youtu.be/tKozJ5UFQOU
- https://youtu.be/SJzBE5NsxYA
- https://youtu.be/wGsNhtf5KwI
- https://youtu.be/ol5Ves1Wc6U
- https://youtu.be/lC1HlFy4MAg
- https://youtu.be/A8nKIhZxoL8
- https://youtu.be/nMTg_qTsbhA
- https://youtu.be/8XkAb7OnQ64
- https://youtu.be/IxafJZNybUk
- https://youtu.be/OZokYZEXycY
- https://youtu.be/dt4bllpOI9g
- https://youtu.be/3K318bDWoGU
- https://youtu.be/jfFU9yJiqpU
- https://youtu.be/t2M6aZFZ9KQ
- https://youtu.be/kyatovQZkUs
- https://youtu.be/xPrkG_7i6Sw
- https://youtu.be/XrS1WRG1_Pg
- https://youtu.be/wkgoMchbT6U
- https://youtu.be/45kUd8rVJ-4
- https://youtu.be/5J1GBboTS-E
- https://youtu.be/UNoEmk2iWiQ
- https://youtu.be/k1DCo0aq3oQ
- https://youtu.be/ppeca57PCJ8
- https://youtu.be/vRN2nvCnEFc
- https://youtu.be/q1gZMWhi_vQ
- https://youtu.be/QjshOy2zv3Q
- https://youtu.be/DQKzTQxmY3A
- https://youtu.be/aHo6AGgw1A4
- https://youtu.be/HGQSEwGU7gY
- https://www.youtube.com/shorts/moWvzSEbGaY?feature=share
- https://youtu.be/zZewe6ufrqg
- https://www.youtube.com/shorts/zh4_PPSYZuU?feature=share
- https://youtu.be/qxBjzTB4ItQ
- https://youtu.be/zElQrX-67qo
- https://youtu.be/z2VLq_tRt8A
- https://youtu.be/DXZjKaUw4eo
- https://youtu.be/2nPYyRfiAWc
- https://youtu.be/f7JSCUJkeZA
- https://youtu.be/8OOpuBRh8Ww
- https://www.youtube.com/shorts/CfFw5EKej90?feature=share
- https://youtu.be/6qtafT2cTgA
- https://youtu.be/ucvHZ4JZf0M
- https://youtu.be/vghylEJP-Bc
- https://youtu.be/9UpL-Lhyfrg
- https://youtu.be/QsIu3J6dt8g
- https://youtu.be/6LV8gsh2S4A
- https://youtu.be/YToYWbxatd0
- https://youtu.be/drfsGlS_VKg
- https://youtu.be/kfUBRfP3qCY
- https://youtu.be/AQyB7a_Jq1I
- https://www.youtube.com/shorts/TSNfw2V7Rxo?feature=share
- https://youtu.be/JJ507mSFCc8
- https://youtu.be/Cspclb08RBI
- https://youtu.be/dX0rE9QUKaU
- https://youtu.be/GIWiHbsrAnQ
- https://youtu.be/80ejgTUqULs
- https://www.youtube.com/shorts/ZD5DFKMCAIw?feature=share
- https://www.youtube.com/shorts/xrZPMrhSqbs?feature=share
- https://www.youtube.com/shorts/NOjFTEGGVhk?feature=share
- https://www.youtube.com/shorts/MpA0RluYpQ0?feature=share
- https://youtu.be/jAtJsMAOec0
- https://www.youtube.com/shorts/5NAKWhF5pDs?feature=share
- https://youtu.be/emufyL80hJM
- https://youtu.be/PPSkaIOfLN4
- https://youtu.be/r9i9XVw2TyA
- https://youtu.be/MkVvOlKKD_4
- https://youtu.be/inkb5JNQyj4
- https://youtu.be/WUTXOEw4nHE
- https://youtu.be/Z16ybztA6vk
- https://youtu.be/rdmDeHaQv_c
- https://youtu.be/26Dow69z-m4
- https://www.youtube.com/shorts/y2_d2I2UOTw?feature=share
- https://youtu.be/bUoMyb3ecNE
- https://youtu.be/VSYSDw0t_LY
- https://youtu.be/jEvId0XZh4o
- https://youtu.be/4mv6cZfQFyY
- https://youtu.be/wWyJufhDuUU
- https://youtu.be/rS-nGjoEPL8
- https://youtu.be/Gk_tIBNdmSc
- https://youtu.be/AwF94-9QTPk
Pauze tijden
Voor het B1-examen Nederlands is het belangrijk om te begrijpen dat pauzetijden tijdens spreken en luisteren invloed hebben op je begrijpelijkheid en vloeiendheid. Hier zijn de belangrijkste punten:
1. Tijdens spreken
- Korte pauzes zijn normaal en helpen om je gedachten te ordenen.
- Te lange of onnatuurlijke pauzes kunnen erop wijzen dat je onzeker bent of dat je het onderwerp niet goed beheerst.
- Pauzes op logische plaatsen (zoals tussen zinnen of bij een nieuwe gedachte) zijn beter dan midden in een zin.
- Geen extreme aarzeling: probeer niet te vaak “uh” of “eh” te zeggen.
2. Tijdens luisteren
- Pauzes in audiofragmenten kunnen je hints geven om iets te zeggen of op te letten.
- Let op pauzes in gesprekken tijdens luisteropdrachten; vaak volgt na een korte pauze een belangrijke informatie.
3. Tips voor het examen
- Oefen met kort en duidelijk spreken, met natuurlijke pauzes.
- Gebruik geen te lange stiltes om tijd te winnen; beter een korte herhaling of parafrase.
- Luister actief naar pauzes in luisterfragmenten, zodat je vragen beter kunt beantwoorden.
Overzicht van pauzetijden
- Korte pauzes van ongeveer één tot twee seconden zijn normaal tijdens spreken.
- Pauzes mogen iets langer zijn (twee tot vier seconden) wanneer je een nieuwe gedachte of zin begint.
- Te lange pauzes van vijf seconden of langer kunnen onnatuurlijk overkomen en geven de indruk van onzekerheid.
- Vermijd pauzes midden in een zin; plaats ze liever tussen zinnen of bij het overstappen naar een ander onderwerp.
- Tijdens luisteren geven korte pauzes in audiofragmenten aanwijzingen dat er belangrijke informatie volgt.
- Het is beter een korte herhaling of parafrase te maken dan stil te blijven bij een onzeker moment.
- Gebruik pauzes om je adem te halen en je gedachten te ordenen, maar houd de stroom van je spreken vloeiend.
Oefenzinnen
Hier zijn een paar oefenzinnen en situaties die je kunt gebruiken om pauzes bewust te oefenen voor het B1-examen:
1. Introductie van jezelf
- “Hallo, mijn naam is …” (korte pauze) “Ik kom uit …” (korte pauze) “en ik werk/studeer als …”
- Oefen om na elke zin één tot twee seconden te pauzeren voordat je doorgaat.
2. Een mening geven
- “Ik vind dat …” (pauze) “omdat …” (pauze) “bijvoorbeeld …”
- Pauzes helpen om je reden te bedenken en natuurlijk te klinken.
3. Een verhaal vertellen
- “Vorige week ben ik naar … gegaan.” (pauze) “Het was erg leuk, want …” (pauze) “Daarna heb ik … gedaan.”
- Plaats pauzes bij overgang van gebeurtenissen, niet midden in een zin.
4. Een probleem uitleggen
- “Ik heb een probleem met …” (pauze) “Het is lastig omdat …” (pauze) “Ik hoop dat …”
- Pauzes geven je tijd om na te denken over oplossingen of details.
5. Luistersituaties oefenen
- Luister naar korte audiofragmenten en probeer de pauzes te herkennen.
- Na een korte pauze kun je opschrijven of zeggen wat je hebt gehoord.
Mini oefening
Hier is een mini-oefening met 5 zinnen, inclusief suggesties voor pauzetijden zoals op het B1-examen:
- “Hallo, mijn naam is Anna.” (pauze 2 seconden) “Ik kom uit Amsterdam.” (pauze 2 seconden) “Ik werk als docent Nederlands.”
- “Ik vind het belangrijk om gezond te leven.” (pauze 2 seconden) “Omdat je je dan fitter voelt.” (pauze 1,5 seconden) “Bijvoorbeeld door dagelijks te wandelen.”
- “Vorige week ben ik naar het strand gegaan.” (pauze 2 seconden) “Het was erg leuk, want het weer was mooi.” (pauze 2 seconden) “Daarna heb ik een ijsje gegeten.”
- “Ik heb een probleem met mijn computer.” (pauze 2 seconden) “Het start niet meer op zoals normaal.” (pauze 2 seconden) “Ik hoop dat ik het kan repareren of laten maken.”
- “In het weekend ga ik vaak sporten.” (pauze 2 seconden) “Soms ga ik hardlopen in het park.” (pauze 2 seconden) “Andere keren speel ik voetbal met vrienden.”