B2 – Staatsexamen I en II (Nt2) – Voorbereiding

Geplaatst op door in de categorie Taal, Taal - B1/B2 niveau

Het leren van de Nederlandse Taal

Het Staatsexamen Nederlands als tweede taal bestaat uit vier onderdelen: Schrijven, Spreken, Lezen en Luisteren. Alle onderdelen worden op de computer gemaakt.

Tips ter voorbereiding op het Staatsexamen Nederlands (B2)


Voorbereiding en planning

  1. Plan je studie: Maak een gedetailleerd studieschema en verdeel de tekst in kleinere secties. Besteed elke dag een vaste tijd aan lezen en oefenen.
  2. Creëer een rustige leeromgeving: Zorg voor een plek zonder afleidingen waar je je goed kunt concentreren.

Leesstrategieën

  1. Voorlezen en skimmen: Begin met het snel doorlezen van koppen, subkoppen en vetgedrukte woorden om een algemeen beeld van de tekst te krijgen.
  2. Markeren en aantekeningen maken: Gebruik markeerstiften of maak aantekeningen in de marges om belangrijke punten, termen en zinnen te markeren.
  3. Samenvattingen maken: Schrijf na het lezen van elke sectie een korte samenvatting in je eigen woorden om de inhoud beter te begrijpen en te onthouden.

Begrip en woordenschat

  1. Woordenboek gebruiken: Noteer onbekende woorden en zoek hun betekenis op. Probeer deze woorden in zinnen te gebruiken om ze beter te onthouden.
  2. Lees begrijpend: Stel jezelf vragen over de tekst, zoals “Wat is het belangrijkste punt?” of “Wat probeert de schrijver te zeggen?” Dit helpt je om dieper na te denken over wat je leest.

Interactie en herhaling

  1. Bespreken met anderen: Praat over wat je hebt gelezen met medestudenten of vrienden. Dit kan helpen om je begrip te verdiepen en nieuwe inzichten te krijgen.
  2. Herhaling: Lees belangrijke stukken meerdere keren om de informatie beter in je geheugen te verankeren.

Specifieke examenvoorbereiding

  1. Oefen met voorbeeldexamens: Maak oefenexamens om te wennen aan het soort vragen dat je kunt verwachten en om je tijdsmanagement te verbeteren: https://nt2-oefenomgeving.facet.onl/facet-openbaar-portaal/welkom
  2. Focus op kernonderwerpen: Besteed extra tijd aan de belangrijkste thema’s en onderwerpen die vaak in het examen voorkomen.

Voorbereiden op en beantwoorden van vragen

  1. Lees de vragen eerst: Voordat je een tekst leest, bekijk eerst de vragen. Dit geeft je een idee van waar je op moet letten in de tekst.
  2. Terugkijken in de tekst: Als je een vraag niet meteen kunt beantwoorden, kijk dan terug in de tekst. Zoek naar sleutelwoorden die in de vraag staan.
  3. Antwoorden formuleren: Gebruik volledige zinnen bij het beantwoorden van open vragen. Probeer ook woorden en zinnen uit de tekst te gebruiken om je antwoord te ondersteunen.
  4. Onderstreep in de tekst: Onderstreep of markeer delen van de tekst die relevant zijn voor de vragen. Dit maakt het gemakkelijker om specifieke informatie terug te vinden.
  5. Controleer je antwoorden: Neem de tijd om je antwoorden te controleren. Zorg ervoor dat je alle vragen hebt beantwoord en dat je antwoorden logisch en volledig zijn.

Praktische tips

  1. Timer gebruiken: Gebruik een timer om jezelf te trainen in het beantwoorden van vragen binnen een bepaalde tijd. Dit helpt je om tijdens het examen niet in tijdnood te komen.
  2. Rustig blijven: Blijf kalm en gefocust tijdens het lezen en beantwoorden van vragen. Als je vastloopt, sla de vraag dan over en kom er later op terug.

Door deze strategieën en tips te volgen, kunnen nieuwkomers effectief grote teksten lezen, zich voorbereiden op vragen en met vertrouwen het Staatsexamen NT2 benaderen, wat hen zal helpen bij het vinden van werk.


Het Staatsexamen – Nederlands als Tweede Taal (Nt2) is het landelijke taalexamen voor anderstalige volwassenen die het Nederlands als tweede taal leren. Zij kunnen met het Diploma Staatsexamen Nt2 laten zien dat zij de Nederlandse taal voldoende beheersen om in Nederland te kunnen werken of studeren. Met het behalen van het Staatsexamen Nt2 laat u zien dat u de Nederlandse taal voldoende beheerst om in Nederland te kunnen werken of studeren. Een Diploma Staatsexamen Nt2 biedt een startkwalificatie voor studie of werk.


Werken en studeren kan op verschillende niveaus. Het Staatsexamen Nt2 kent daarom twee programma’s waarvan u er één moet kiezen:

  • Programma I kiest u om een voldoende taalniveau voor studie of werk op mbo-niveau aan te tonen.
  • Programma II kiest u om een voldoende taalniveau voor werk of studie op hbo-/universitair niveau aan te tonen.

Hoe ziet het examen eruit?

Het Staatsexamen Nederlands als tweede taal bestaat uit vier onderdelen: Schrijven, Spreken, Lezen en Luisteren. Alle onderdelen worden op de computer gemaakt.


Schrijven

Het examen Schrijven (Programma I en Programma II) bestaat uit verschillende soorten opdrachten. U kunt zelf bepalen in welke volgorde u de opdrachten maakt. Het examen duurt 100 minuten voor Programma I en II. De opdrachten verschijnen op het beeldscherm en uw tekst typt u daarbij in.

Programma IProgramma II
Zinstaak (8 opdrachten)Zinstaak (7-8 opdrachten)
Deelschrijftaak (2 opdrachten)Korte schrijftaak (1-2 opdrachten)
Korte schrijftaak (2 opdrachten)Middellange schrijftaak (1-2 opdrachten)
  • Zinstaak. Het schrijven van één zin of het afmaken van een zin.
  • Deelschrijftaak. Het schrijven van een kort bericht, het aanvullen van een tekst of het invullen van een formulier.
  • Korte schrijftaak. Het schrijven van een korte tekst. Een korte tekst is bijvoorbeeld een notitie, een korte brief of een korte beschrijving geven van een situatie.
  • Middellange schrijftaak. U beschrijft bijvoorbeeld een probleem en doet een voorstel voor een oplossing. U krijgt daar soms een tabel, grafiek of plaatjes bij die u moet gebruiken.

De meeste opdrachten gaan over werk of opleiding. Een aantal opdrachten gaat over het dagelijks leven.

Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Schrijven mag u het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken. Andere woordenboeken zijn per 1 januari 2021 niet meer toegestaan.

Als u het woordenboek wilt gebruiken, dan moet u dit zelf meenemen. U mag tijdens het examen geen woordenboek van andere kandidaten lenen.

Er mogen geen briefjes, teksten of aantekeningen in het woordenboek zitten. U mag geen elektronische hulpmiddelen gebruiken, zoals Google Translate of een digitaal woordenboek.

Instructiefilm Schrijven

TIP: gebruik ChatGPT

Voorbeeld van een vraag aan ChatGPT: Graag uitleg gebruik van de Nederlandse woorden ‘waardoor’ en ‘waarop’

Antwoord van ChatGPT: De Nederlandse woorden waardoor en waarop zijn beide voorzetselbijwoorden die vaak gebruikt worden om een verband tussen twee zaken te verduidelijken. Ze hebben echter verschillende betekenissen en toepassingen. Hier leg ik ze uit:

1. Het woord waardoor wordt gebruikt om de oorzaak of reden van iets aan te geven. Het antwoord op de vraag “Waardoor gebeurt dit?” is dan de oorzaak of de reden van een bepaalde gebeurtenis of situatie.

  • Waardoor gebruik je om een oorzaak of reden aan te geven. Het antwoord is het gevolg van een specifieke gebeurtenis.
  • Waarop gebruik je om te verwijzen naar een specifiek tijdstip of object waarop iets gebeurt of betrekking heeft.

Diverse examenvoorbeelden vind je door te googelen op: “staatsexamen B1 nt2 schrijven” en daarna te klikken op ‘video’s’ en/of via:


Spreken

Bij het examen Spreken hebt u een koptelefoon op en praat u in een microfoon tegen de computer. U praat niet tegen een persoon. U luistert naar de tekst via de koptelefoon en leest de opdrachten op het computerscherm. Het examen duurt ongeveer 30 minuten voor Programma I en II. Het examen van Programma I bestaat uit twee delen. Het examen van Programma II bestaat uit drie delen. Er zijn korte en lange spreekopdrachten.

Een pieptoon geeft aan wanneer u moet beginnen met spreken. Als de spreektijd om is, hoort u weer een pieptoon. Daarna begint de volgende opdracht.

OnderdeelProgramma IProgramma II
Deel 18 korte spreekopdrachten4 korte spreekopdrachten
Deel 28 middellange spreekopdrachten8 middellange spreekopdrachten
Deel 31 lange spreekopdracht
  • Korte spreekopdrachten. U krijgt vragen waarop u een kort antwoord geeft. U heeft per opdracht 20 seconden spreektijd.
  • Middellange spreekopdracht. U krijgt vragen waarop u een langer antwoord geeft. Het is een antwoord van een paar zinnen of meer. U heeft per opdracht 30 seconden spreektijd.
  • Lange spreekopdracht. U spreekt twee minuten over een bepaald onderwerp. U krijgt daar voorbereidingstijd voor. Dan kunt u eerst bedenken wat u wilt gaan zeggen.

Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Spreken mag u geen woordenboek gebruiken.

Instructiefilm Spreken

Diverse examenvoorbeelden vind je door te googelen op: “staatsexamen B1 nt2 spreken” en daarna te klikken op ‘video’s’ en/of via:


Luisteren

Het vermogen om goed te luisteren is van onschatbare waarde bij het leren van een tweede taal. Door actief te luisteren naar native speakers, kunnen leerlingen de juiste uitspraak, intonatie, ritme en nuances van de taal oppikken. Luisteren biedt ook de mogelijkheid om nieuwe woorden en zinsstructuren in de context te begrijpen, wat essentieel is voor een effectieve communicatie. Bovendien helpt luisteren bij het ontwikkelen van begrip van culturele aspecten en sociale normen die inherent zijn aan de taal.

Het examen Luisteren bestaat uit ongeveer 40 opdrachten bij 5 of meer luisterteksten. Er zijn 1-3 filmpjes waarbij steeds een opdracht is. U luistert via een koptelefoon naar korte luisterteksten. Na de luistertekst geeft u antwoord op een vraag. De vragen en antwoordmogelijkheden staan op de computer. Het zijn altijd multiplechoicevragen. Het examen Luisteren duurt 90 minuten voor Programma I en II.

In het examen Luisteren hoort u sprekers die praten over situaties op het werk, tijdens een studie of in het dagelijkse leven. Wat u hoort lijkt op normaal taalgebruik: u hoort verschillende stemmen, versprekingen, herhalingen enz. Een spreker kan een accent hebben, maar het is nooit een dialect. Soms hoort u geluiden op de achtergrond. Dit komt omdat er echte opnames zijn gebruikt.

Voor elke vraag krijgt u 25 seconden de tijd om de vraag en de drie mogelijke antwoorden te lezen. Het luisterfragment start automatisch. U kunt maar één keer luisteren.

Wat wordt gevraagd op B2-niveau (NT2 Staatsexamen of vergelijkbare trajecten)?

Vaardigheden die centraal staan:

  • Schrijven
  • Spreken
  • Lezen
  • Luisteren

Deze vier taalvaardigheden vormen de kern van de meeste officiële taalexamens op B2-niveau, zoals het Staatsexamen NT2 Programma II.


Over KNM, ONO en MAP

  • KNM (Kennis van de Nederlandse Maatschappij)
    Dit onderdeel was vroeger een verplicht onderdeel bij inburgeringsexamens. Voor het Staatsexamen NT2 is KNM niet meer verplicht; tegenwoordig is het vaak geïntegreerd in de taalexamens of apart als maatschappelijke kennis toets bij inburgering. Voor B2 Staatsexamen is het niet direct relevant.
  • ONO (Oriëntatie op de Nederlandse Opvang en Inburgering)
    Dit was een onderdeel dat vooral relevant was voor mensen in de asielprocedure. Dit onderdeel is in veel gevallen niet meer van toepassing voor het reguliere NT2-examentraject.
  • MAP (Module Arbeidsmarkt en Participatie)
    Dit is een specifieke module binnen het inburgeringsexamen gericht op werk en participatie. Het is niet verplicht bij het Staatsexamen NT2 niveau B2, maar kan onderdeel zijn van bepaalde inburgeringstrajecten.

Samengevat voor B2

  • Focus ligt op: schrijven, spreken, lezen en luisteren.
  • KNM, ONO en MAP zijn niet standaard onderdelen van het B2 Staatsexamen NT2, tenzij je een specifiek inburgeringstraject volgt.
  • Voor taalvaardigheid op B2 is het vooral belangrijk dat je in al die vier vaardigheden voldoende scoort.

Wil je dat ik dieper inga op de verschillen tussen inburgeringsexamens en Staatsexamen NT2, of specifieke info geef over MAP of KNM?

Je zei:

Nee, deze heb ik al bij B1 geplaatst

ChatGPT zei:

Top, dan is het voor B2 inderdaad goed om je te focussen op schrijven, spreken, lezen en luisteren zoals bij het Staatsexamen NT2 Programma II. Als je nog tips of oefenmateriaal nodig hebt voor die vier vaardigheden, help ik je graag!

Je zei:

Graag

ChatGPT zei:

Hier is een overzicht met tips en oefenmateriaal voor B2-niveau van het Staatsexamen NT2 Programma II, gericht op de vier vaardigheden:


Schrijven B2

Wat oefenen?

  • Schrijf langere, goed gestructureerde teksten over uiteenlopende onderwerpen.
  • Gebruik variatie in woordenschat en zinsconstructies.
  • Pas je stijl aan bij het doel en publiek (formeel/informeel).

Tips

  • Maak eerst een plan: inleiding, kern, slot.
  • Let op grammaticale fouten, interpunctie en spelling.
  • Oefen met sollicitatiebrieven, betogende teksten en rapporten.

Oefenmateriaal


Spreken B2

Wat oefenen?

  • Voer langere gesprekken, leg standpunten uit en onderbouw je mening.
  • Houd presentaties over complexe onderwerpen.
  • Spreek vloeiend en begrijpelijk met correcte uitspraak en intonatie.

Tips

  • Oefen het geven van meningen, argumenteren en discussiëren.
  • Neem jezelf op om je uitspraak en spreektempo te verbeteren.
  • Gebruik voorbeeldgesprekken uit het lesmateriaal of YouTube.

Oefenmateriaal


Lezen B2

Wat oefenen?

  • Begrijp langere teksten, artikelen, rapporten en kranten.
  • Herken hoofd- en bijzaken, toon en bedoeling van de schrijver.
  • Begrijp instructies, procedures en meningen.

Tips

  • Lees Nederlandse kranten, tijdschriften en online nieuws.
  • Maak samenvattingen en noteer nieuwe woorden.
  • Oefen met examen leesvragen om inzicht te krijgen in vraagtypen.

Oefenmateriaal


Luisteren B2

Wat oefenen?

  • Begrijp nieuwsberichten, interviews, discussies en informatieve programma’s.
  • Herken meningen, argumenten, en nuances in gesprekken.
  • Volg langere luisterteksten met complexe inhoud.

Tips

  • Kijk naar Nederlandse tv met ondertiteling (bijvoorbeeld NPO Start).
  • Luister naar podcasts en radioprogramma’s zoals “Nieuws in het Nederlands” of “Zeg het in het Nederlands.”
  • Maak oefenluistertoetsen en analyseer moeilijke passages.

Oefenmateriaal



Lezen

Bij het examen Lezen krijgt u een boekje met teksten. De vragen en antwoordmogelijkheden staan op de computer. Bij de 6 teksten moet u 36 vragen beantwoorden. Het zijn altijd multiplechoicevragen. Het examen van Programma I duurt 110 minuten en het examen van Programma II duurt 100 minuten.

Verschillende opdrachten

Er zijn verschillende soorten opdrachten:

  • Er zijn vragen waarbij u moet kiezen wat het onderwerp van de tekst is, waar de tekst vandaan komt of voor wie de tekst bedoeld is.
  • Er zijn vragen waarbij u moet kiezen wat een stuk tekst precies betekent. Of u zegt wat de relatie is tussen twee stukken tekst. Of u geeft aan wat de conclusie van de tekst is.
  • Er zijn vragen waarbij u iets moet opzoeken in de tekst. U kunt de informatie beschrijven, informatie ordenen of twee dingen met elkaar combineren.

Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Lezen mag u het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken. Andere woordenboeken zijn per 1 januari 2021 niet meer toegestaan.

Als u het woordenboek wilt gebruiken, dan moet u dit zelf meenemen. U mag tijdens het examen geen woordenboek van andere kandidaten lenen.

Er mogen geen briefjes, teksten of aantekeningen in het woordenboek zitten. U mag geen elektronische hulpmiddelen gebruiken, zoals Google Translate of een digitaal woordenboek.

Instructiefilm Lezen

Diverse examenvoorbeelden vind je door te googelen op: “Lezen Examen Oefenen” en daarna te klikken op ‘video’s’ en/of via:


Woordenschat herhalen of vergroten

Een anderstalige moet op B1-niveau minstens 5000 woorden kennen.

De onderwerpen die aan bod kunnen komen:

  • Wie ben ik, familie, karakter, competenties
  • Kennismaken, contact met nieuwe buren, communiceren
  • Het weer, het klimaat, seizoenen, dagen, weken, maanden
  • Kopen, verkopen, boodschappen doen, geld, ruilen, markt, marktplaats, eten en drinken, kleding, klachten, tellen, rekenen, geld
  • School, onderwijs, kinderen, stage, kinderdagverblijf, consultatiebureau
  • Vervoer, verkeer, regels, reizen, vervoersmiddelen, station
  • Lichaam, gezondheid, dokter/huisarts, tandarts, apotheek
  • Verhuizen, woning/huis, inrichting, meubels, nieuwe buren, kamers, klussen, tuin, stad, buurt
  • Beroepen, werk, werkgevers, solliciteren, vergadering, vrijwilligerswerk, participatiewerk, collega’s
  • Nieuws, nieuwsbrief
  • Vakantie, hobby, sport, weekend, uit eten gaan, uitgaan (theater, enz)
  • Nederland, gemeente, stad/dorp, jouw cultuur, mijn cultuur, feesten, gewoonten
  • Wetgeving, rechten en plichten, verzekeringen, toeslagen


Taaltesten


Oefeningen A2 -> B1



Gebruik woordenboek

Tijdens het examen Luisteren mag u géén woordenboek gebruiken.


Oefenen

U kunt hieronder oefenen met verschillende soorten opdrachten van het Staatsexamen Nt2. Bij de opdrachten horen algemene beoordelingsmodellen.

Soorten opdrachten

Voor Spreken I zijn er twee soorten opdrachten:

  • Korte taak: opdracht met maximaal 20 seconden spreektijd.
  • Middellange taak: opdracht met maximaal 30 seconden spreektijd.

Voor Schrijven I zijn er drie soorten opdrachten:

  • Zinstaak: het schrijven van één zin of het afmaken van een zin.
  • Deelschrijftaak: het schrijven van een kort bericht, het aanvullen van een tekst of het invullen van een formulier.
  • Korte schrijftaak: het schrijven van een korte tekst.

Kies Programma: Schrijven of Spreken

Selecteer vervolgens het soort opdracht:

  • Alle soorten
  • Deelschrijftaak
  • Korte schrijftaak
  • Zinstaak

Grammatica

Lezen

Luisteren

Zie ook blog: luisteroefeningen!


Luisteren met muziek (zonder tekst)


Luisterboeken – sprookjes


Luisterboeken voor volwassenen

Librivox.nl en 123 luisterboek.nl zijn websites waar je gratis Nederlandse luister boeken kunt downloaden. Als je op een gemiddeld niveau of lager zit, kun je misschien kiezen voor audioboeken voor kinderen of tieners in plaats van in de klassiekers te duiken.


Diverse programma’s en films


Diverse video’s ter voorbereiding op de examens

Voor meer (examen)oefeningen van Nt2 docent Juf M

Voor meer (examen)oefeningen van Lion educatie:


Examens




TIP:  Wil je een woord opzoeken op internet? Gebruik dan niet Google of een andere zoekmachine, want daar staan veel fouten in. Surf naar een echte woordenlijst, zoals https://woordenlijst.org/ .

Woordenlijst Staatsexamen Nt2


Het Staatsexamen Nt2 maakt gebruik van de woordenlijsten uit A Frequency Dictionary of Dutch (Tiberius en Schoonheim, 2013). A Frequency Dictionary of Dutch is een woordenboek voor Nt2-leerders met de 5000 meest gebruikte woorden in de Nederlandse taal. De woorden in dit woordenboek staan in zes lijsten: Core, Fiction, Newspapers, Spoken, Web en General.

In de opdrachten van het Staatsexamen Nt2 Programma I (B1) staan alleen woorden die in de lijsten Core en General staan. In de opdrachten van het Staatsexamen Nt2


Programma II (B2) staan alleen woorden die in alle lijsten van A Frequency Dictionary of Dutch staan.
Deze woordenlijst is een aanvulling op de woorden uit de lijsten Core en General uit A Frequency Dictionary of Dutch.

De woorden in deze lijst kunnen ook in de opdrachten van het Staatsexamen Nt2 Programma I
en II staan. Deze aanvullende woordenlijst is gemaakt door het College voor Toetsen en Examens (CvTE).
Kijk voor meer informatie op www.staatsexamensnt2.nl


Veelvoorkomende woorden op het examen

https://quizlet.com/nl/246143404/veelvoorkomende-woorden-op-het-examen-nederlands-flash-cards

NederlandsArabischBetekenis(sen)
’s Avondsمساءًin de avond, avondtijd
’s Morgensصباحاًin de ochtend, ochtendtijd
’s Ochtendsصباحاًin de ochtend, ochtendtijd
Aanbevelingتوصيةadvies, suggestie, aanbeveling
Aankledenارتداءkleden, zich aankleden
Aanleidingسببaanleiding, reden, oorzaak
Aantekeningملاحظةnotitie, opmerking, kanttekening
Aanwezigحاضرaanwezig zijn, ergens aanwezig zijn
Abonnementاشتراكlidmaatschap, inschrijving
Actieعملhandeling, actie, operatie
Actiefنشطactief zijn, bedrijvig, energiek
Activerenتنشيطactiveren, in werking stellen
Activiteitنشاطactiviteit, bezigheid, evenement
Afmeldenإلغاء التسجيلafmelden, uitschrijven, zich afmelden
Afwegingاعتبارoverweging, denkproces, besluitvorming
Afwezigغائبniet aanwezig, afwezig zijn
Afzeggenإلغاءannuleren, afzeggen
Agentوكيلvertegenwoordiger, politieagent
Alineaفقرةparagraaf, alineatekst
Alsjeblieftمن فضلكalstublieft, alsjeblieft
Amuserenتسليةvermaken, plezier hebben
Appتطبيقapplicatie, softwaretoepassing
Aprilأبريلmaand april
Argumentenحججargumenten, bewijsvoering, redenen
Assistentمساعدhelper, assistent, ondersteuner
Augustusأغسطسmaand augustus
Baardلحيةgezichtsbeharing, baard
Bagageأمتعةreisbagage, koffers, bagage
Balieمكتب استقبالreceptie, balie, ontvangstbalie
Bankrekeningحساب بنكيbankrekening, spaarrekening
Basisonderwijsتعليم ابتدائيbasisschoolonderwijs, primaire onderwijs
Basisschoolمدرسة ابتدائيةbasisschool, lagere school
Basketbalكرة السلةsport, basketbal
Bedragمبلغhoeveelheid, som, bedrag
Beleefdمهذبbeleefd, vriendelijk, respectvol
Benieuwdفضوليnieuwsgierig, benieuwd
Beschrijvingوصفuitleg, beschrijving, omschrijving
Beterأفضلbeter, beter worden, verbetering
Bewonerمقيمinwoner, bewoner van een huis of plaats
NederlandsArabischBetekenis(sen)
Bezoekerزائرgast, bezoeker, iemand die op bezoek komt
Bezorgdقلقbezorgd, ongerust, bekommerd
Bezorgenتوصيلafleveren, bezorgen van post of goederen
Boekكتابboek, schriftelijk werk, document
Boeteغرامةstraf, boete, financiële sanctie
Bouwبناءconstructie, bouwproces, het bouwen
Brievenbusصندوق بريدpostbus, brievenbus, waar post wordt afgeleverd
Broekسروالkledingstuk, lange broek, pantalon
Broodخبزvoedsel, brood
Bruinبنيkleur, bruin
Buikبطنlichaamsdeel, buik
Bureauمكتبwerktafel, bureau, kantoor
Burenجيرانburen, mensen die naast of dichtbij wonen
Burgemeesterعمدةleider van een stad of gemeente, burgemeester
Cameraكاميراfototoestel, camera
Capaciteitسعةvolume, vermogen, capaciteit
Cdسي ديcompact disc, digitale opslag
Centrumمركزmiddelpunt, centrum
Chauffeurسائقbestuurder, chauffeur, iemand die rijdt
Chefرئيسbaas, supervisor, leidinggevende
Cijferرقمgetal, cijfer, beoordeling
Clubناديvereniging, club, sociale groep
Codeرمزcode, cijferreeks, identificatienummer
Collectieمجموعةverzameling, collectie
Contractعقدovereenkomst, contract
Cultureelثقافيcultureel, met betrekking tot cultuur
Dansenرقصdansen, zich ritmisch bewegen op muziek
Decemberديسمبرmaand december
Deelnemenمشاركةmeedoen, deelnemen, betrokken zijn
Deelnemerمشاركiemand die meedoet, deelnemer
Derdeثالثderde in een rij, rangorde
Dichtbijقريبnabij, dichtbij
Digitaalرقميdigitaal, op computers of internet gebaseerd
Doosصندوقcontainer, doos
Drieënثلاثةdrie eenheden, aantal van drie
Drogenتجفيفdroog maken, drogen
Dunنحيفslank, dun, fijn
Dvdدي في ديdigitale video-disc, opslagmedium
Eenzaamوحيدalleen, eenzaam
Eersteالأولeerste, de eerste in rij
Eigenaarمالكeigenaar, bezitter van iets
Elektriciteitكهرباءstroom, energiebron
Eruitzienيبدوuiterlijk hebben, eruitzien
EuroيوروEuropese munteenheid, euro
Evenementحدثgebeurtenis, event
Februariفبرايرmaand februari
Fietserراكب الدراجةiemand die fietst, fietser
Fietspadمسار دراجاتspeciaal pad voor fietsers, fietspad
Fileزحمة سيرverkeersopstopping, file
Finaleنهائيeindronde, finale
Flesزجاجةfles, container voor vloeistof
NederlandsArabischBetekenis(sen)
Gemeenteبلديةlokaal bestuur, gemeente
Gemiddeldمتوسطgemiddeld, doorsnee, tussenwaarde
Gerechtطبقmaaltijd, gerecht, voedsel
Gewondمصابgewond, letsel, pijn
Gladأملسglad, zonder wrijving
Glasزجاجmateriaal, glas; ook drinkglas
Gramجرامgewichtsmaat, gram
Grasعشبplant, gras, gazon
Griepانفلونزاziekte, griep
Grijsرماديkleur, grijs
Groetتحيةbegroeting, groet
Groetenتحياتbegroeten, een hallo sturen
Grootmoederجدةoma, grootmoeder
Grootvaderجدopa, grootvader
Haastعجلةspoed, haast
Haastigعلى عجلgehaast, snel handelen
Handdoekمنشفةdoek om te drogen, handdoek
Handtekeningتوقيعhandtekening, naamtekening
Hersenenدماغorgaan, hersenen, brein
Het weerالطقسklimaat, weersomstandigheden
Hoedقبعةkledingstuk voor hoofd, hoed
Hongerجوعbehoefte aan eten, honger
Horecaقطاع الضيافةhotel-, restaurant- en cateringsector
Houtخشبmateriaal, hout
Huidجلدbuitenste laag van het lichaam, huid
Huilenبكاءtranen laten, huilen
IJsثلجbevroren water, ijs
Inleverenتسليمafgeven, inleveren, indienen
Inloggenتسجيل الدخولtoegang krijgen, inloggen
Inpakkenتغليفverpakken, inpakken
Inschrijvenتسجيلregistreren, inschrijven
Insectحشرةdier, insect
Instructieتعليماتuitleg, instructie, aanwijzing
Internationaalدوليwereldwijd, internationaal
Inwonerساكنiemand die ergens woont, inwoner
Inzamelenجمعverzamelen, inzamelen, bijeenbrengen
Jaarlijksسنوياًelk jaar, jaarlijks
Januariينايرmaand januari
Jasمعطفbovenkleding, jas
Je zeiقلتjij hebt gezegd, je zei
Juliيوليوmaand juli
Juniيونيوmaand juni
Jurkفستانkledingstuk, jurk
Kampioenبطلwinnaar, kampioen
Kastخزانةmeubelstuk, kast
Keelحلقlichaamsdeel, keel
Keukenمطبخkookruimte, keuken
Klachtشكوىklacht, bezwaar
Klokساعةtijdmeter, klok
Klusمهمةtaak, klus, werk
Knieركبةlichaamsdeel, knie
Knippenقصmet schaar knippen, knippen van iets
Knoopزرsluiting, knoop
Koeبقرةdier, koe
Koffieقهوةwarme drank, koffie
Kokطاهchef, kok, iemand die kookt
Kraanصنبورwaterkraan, kranen
Kruispuntتقاطعplaats waar wegen samenkomen, kruispunt
NederlandsArabischBetekenis(sen)
Lampمصباحlichtbron, lamp
Langskomenزيارةeen bezoek brengen, langskomen
Laptopكمبيوتر محمولdraagbare computer, laptop
Laterلاحقاًop een later tijdstip, later
Leegفارغzonder inhoud, leeg
Leidenقيادةaanvoeren, leiden, de leiding nemen
Leiderقائدiemand die aanvoert, leider
Leidinggevendeمديرmanager, leidinggevende
Lepelملعقةbestek, lepel
Leraarمعلمdocent, leraar
Lesدرسonderwijs, les, instructie
Letterحرفschriftteken, letter
Lichtضوءverlichting, licht
Liefلطيفaardig, lief, vriendelijk
Liefdeحبsterke emotie, liefde
Liegenكذبonwaarheden vertellen, liegen
Liftمصعدmechanisch toestel om omhoog te gaan, lift
Lijdenيعانيpijn of verdriet ervaren, lijden
Lijkجثةlichaam van een overledene, lijk
Lipشفةlichaamsdeel, lip
Literلترinhoudsmaat, liter
Lokaalمحليplaatselijk, lokaal
Luchtهواءatmosfeer, lucht
Luchtvaartالطيرانvliegverkeer, luchtvaart
Lunchغداءmiddagmaaltijd, lunch
Maaltijdوجبةmaaltijd, eten op vaste tijd
Maartمارسmaand maart
Machtسلطةcontrole, macht, autoriteit
Mailenإرسال بريد إلكترونيe-mail versturen, mailen
Makenصنعiets creëren, maken
Makkelijkسهلeenvoudig, makkelijk
Malingعدم الاكتراثgeen zorgen maken, maling
Manرجلman, volwassen persoon
Managerمديرleidinggevende, manager
Mandسلةgevlochten bak, mand
Materiaalمادةgrondstof, materiaal
Maximaalالحد الأقصىhoogste limiet, maximaal
Medewerkerموظفiemand die ergens werkt, medewerker
Meegaanمرافقةmeegaan, vergezellen
Meiمايوmaand mei
Meneerسيدaanspreking voor man, meneer
Mesسكينsnijgereedschap, mes
Metalenمعادنgemaakt van metaal, metalen
Methodeطريقةmanier, methode
Meubelأثاثhuisraad, meubel
Mevrouwسيدةaanspreking voor vrouw, mevrouw
Middagالظهيرةtijd tussen ochtend en avond, middag
Middelوسيلةhulpmiddel, middel
Mislukkingفشلniet slagen, mislukking
Missenفقدniet hebben, missen
Moederأمvrouwelijke ouder, moeder
Moeilijkصعبlastig, moeilijk
Mogelijkممكنmogelijk, haalbaar
Mogelijkheidإمكانيةoptie, mogelijkheid
Momentلحظةkorte tijd, moment
Mondفمlichaamsdeel, mond
Mooiجميلaantrekkelijk, mooi
Morgenغداde volgende dag, morgen
Mouwكمonderdeel van kleding, mouw
Naamاسمbenaming, naam
Naarإلىin de richting van, naar
Naartoeإلىbestemming, naartoe
Nakijkenمراجعةcontroleren, nakijken
NederlandsArabischBetekenis(sen)
Natرطبvochtig, nat
Natuurطبيعةomgeving, flora en fauna, natuur
Natuurlijkطبيعيvanzelfsprekend, zonder toevoegingen, natuurlijk
Nederlandsهولنديtaal of afkomst uit Nederland, Nederlands
Nekرقبةlichaamsdeel, nek
Netشبكةnetwerk, net; ook netjes of schoon
Netwerkشبكة علاقاتonderling verbonden systeem, netwerk
Nieuwجديدrecent, nog niet oud, nieuw
Noodحاجةnoodsituatie, dringende behoefte
Noodzakelijkضروريvereist, onmisbaar, noodzakelijk
Notitieملاحظةaantekening, notitie, korte opmerking
Novemberنوفمبرmaand november
Nummerرقمcijferreeks, nummer
Ochtendصباحtijd van zonsopgang tot middag, ochtend
Oktoberأكتوبرmaand oktober
Ondernemerرجل أعمالbedrijfsstarter, ondernemer
Onlineعلى الإنترنتverbonden met internet, online
Ontbijtإفطارeerste maaltijd van de dag, ontbijt
Oomعمbroer van ouder, oom
Oorlogحربconflict tussen landen of groepen, oorlog
Opbellenالاتصالtelefonisch contact maken, opbellen
Openbaarعامvoor iedereen toegankelijk, openbaar
Openbaar vervoerالنقل العامtransportdienst voor publiek, openbaar vervoer
Opschrijvenكتابةnoteren, opschrijven
Opsturenإرسالverzenden, opsturen
Oudقديمniet nieuw, oud
Ouderالوالد أو الوالدةvader of moeder, ouder
Oudereكبير السنbejaard persoon, oudere
Overحولover een onderwerp, over iets
Overhemdقميصkledingstuk, overhemd
Overzichtنظرة عامةoverzicht, samenvatting
Paardحصانdier, paard
Pakبدلةnette kleding, pak; ook een verpakking
Pakketطردverzendbare doos, pakket
Pardonعفواًverontschuldiging, pardon
Parkحديقةopenbaar groen, park
Parkeerplaatsموقف سياراتplaats om te parkeren, parkeerplaats
Parkerenركن السيارةvoertuig stallen, parkeren
Partnerشريكlevensgezel, zakelijke partner
Passagierراكبreiziger, passagier
Patroonنمطherhaald ontwerp, patroon
Pauzeاستراحةkorte onderbreking, pauze
Peperفلفلspecerij, peper
Perfectمثاليzonder gebreken, perfect
Periodeفترةtijdsduur, periode
Permanenteدائمةblijvend, permanent
Personeelموظفونmedewerkers, personeel
Petقبعة صغيرةhoofddeksel, pet
Pianoبيانوmuziekinstrument, piano
Pinpasبطاقة بنكيةbetaalmiddel, pinpas
Plannenالتخطيطorganiseren, plannen
Plasticبلاستيكkunststof, plastic
Plezierمتعةvreugde, plezier
Plotseingفجأةonverwacht, plotseling
Politieشرطةordehandhaving, politie
Printenالطباعةafdrukken, printen
Probleemمشكلةmoeilijkheid, probleem
Proevenتذوقsmaaktesten, proeven van eten of drinken
Programmaبرنامجoverzicht, planning of softwareprogramma
NederlandsArabischBetekenis(sen)
Projectمشروعgeplande activiteit, project
Publiciteitدعايةbekendheid geven, publiciteit
Raadمجلسadviesorgaan of vergadering, raad
Raamنافذةopening in muur, raam
Redenسببaanleiding, reden
Reisرحلةverplaatsing, reis
Rekenحسابrekenen, berekenen
Rennenركضsnel lopen, rennen
Reparatieإصلاحherstellen, reparatie
Richtingاتجاهkoers, richting
Rijbewijsرخصة القيادةautorisatie voor rijden, rijbewijs
Rijdenقيادةbesturen, rijden
Risicoمخاطرةgevaar, risico
Rokتنورةkledingstuk, rok
Rokenتدخينtabak inhaleren, roken
Roosterجدولplanning, rooster
Rotzooiفوضىrommel, rotzooi
Rozeورديkleur, roze
Rugظهرlichaamsdeel, rug
Rugzakحقيبة ظهرtas voor op de rug, rugzak
Ruilenتبادلwisselen, ruilen
Ruimteمساحةplaats, ruimte
Rustراحةontspanning, rust
Schaalمقياسmaatverdeling of schaal
Schaarمقصknipgereedschap, schaar
Schadeضررverlies of letsel, schade
Scherpحادscherp, puntig
Schilderرسامkunstenaar, schilder
Schilderijلوحةkunstwerk, schilderij
Schipسفينةgroot vaartuig, schip
Schoenحذاءschoeisel, schoen
Schoolمدرسةonderwijsinstelling, school
Schoonنظيفzonder vuil, schoon
Schoonheidجمالaantrekkelijkheid, schoonheid
Schouderكتفlichaamsdeel, schouder
Schrijvenكتابةtekst maken, schrijven
Schuurحظيرةbijgebouw, schuur
Secretaresseسكرتيرةadministratief medewerker, secretaresse
Seizoenموسمjaargetijde, seizoen
Senatorسيناتورparlementslid, senator
Septemberسبتمبرmaand september
Serieسلسلةreeks, serie
Sessieجلسةbijeenkomst, sessie
Slaapنومrusttoestand, slaap
Slaapkamerغرفة نومruimte om te slapen, slaapkamer
Slachtofferضحيةpersoon met schade, slachtoffer
Slangأفعىreptiel, slang
Slechtسيءniet goed, slecht
Sleutelمفتاحinstrument om slot te openen, sleutel
Slijpenشحذscherp maken, slijpen
Sloegضربverleden tijd van slaan, sloeg
Sluitenإغلاقdichtdoen, sluiten
Smaakطعمzintuig of voorkeur, smaak
Smartphoneهاتف ذكيslimme mobiele telefoon, smartphone
Sneeuwثلجneerslag in vlokken, sneeuw
Snijdenقطعin stukken verdelen, snijden
Soepحساءvloeibaar voedsel, soep
Sokجوربvoetbekleding, sok
Sorryآسفverontschuldiging, sorry
Spaarrekeningحساب توفيرbankrekening voor sparen, spaarrekening
Spierعضلةlichaamsdeel, spier
Sportرياضةfysieke activiteit, sport
Sprekenتحدثcommuniceren, spreken
NederlandsArabischBetekenis(sen)
Sprekenتحدثcommuniceren, spreken
Spullenأشياءdingen, spullen
Staafعصاlangwerpig object, staaf
Stadمدينةstedelijk gebied, stad
Stageتدريبpraktijkervaring, stage
Stage lopenالتدريبstage lopen, ervaring opdoen
Stagiair, Stagiaireمتدرب/ةpersoon in opleiding, stagiair, stagiaire
Stakenإضرابwerk neerleggen, staken
Stapخطوةbeweging, stap
Startبدايةbeginpunt, start
Startenبدءbeginnen, starten
Steenحجرhard mineraal, steen
Stelenسرقontvreemden, stelen
Sterنجمhemellichaam, ster
Sterkقويkrachtig, sterk
Steunدعمhulp, steun
Stijlأسلوبmanier van doen, stijl
Stikstofنيتروجينgas, stikstof
Stoelكرسيzitmeubel, stoel
Stoepرصيفvoetpad langs de weg, stoep
Strevenسعىstreven, doelen bereiken
Stroomتيارwater- of elektriciteitsstroom, stroom
Studiegenootزميل دراسةmedestudent, studiegenoot
Stukقطعةdeel van iets, stuk
Substantieمادةstof, substantie
Systeemنظامgeordende structuur, systeem
Taalلغةcommunicatievorm, taal
Taartكعكةgebak, taart
Tabelجدولlijst, tabel
Tafelطاولةmeubel om aan te zitten, tafel
Tagبطاقةetiket, tag
Tandسنonderdeel van mond, tand
Tanteعمة / خالةzuster van vader of moeder, tante
Tasحقيبةdraagzak, tas
Taxiتاكسيvervoermiddel, taxi
Teamفريقgroep mensen, team
Teenإصبع القدمdeel van de voet, teen
Telefoonهاتفcommunicatiemiddel, telefoon
Tennisتنسsport met rackets, tennis
Tevorenمسبقاًvooraf, tevoren
Theeشايwarme drank, thee
Tijdوقتduur, tijd
Tijdelijkمؤقتtijdelijk, niet permanent
Tillen, optillenرفعomhoog brengen, tillen
Timmerenنجارةwerken met hout, timmeren
Toegangدخولmogelijkheid om ergens in te komen, toegang
Toelichtenتوضيحuitleggen, toelichten
Toepassingتطبيقhet gebruiken van iets, toepassing
Tongلسانonderdeel van mond, tong
Toonbankطاولة العرضbalie in een winkel, toonbank
Trainen, trainerتدريب، مدربoefening, trainen
Trainingتدريبoefening, training
Trapدرجtraptrede, trap
Trouwولاءloyaliteit, trouw
Truiسترةkledingstuk, trui
Tuinحديقةbuitenruimte, tuin
Tuinierenالبستنةtuinwerkzaamheden, tuinieren
Tweeاثنانaantal, twee
Uitgangمخرجuitgang, weg naar buiten
Uitjeرحلةuitstapje, uitje
Uitkijkenانتبهvoorzichtig zijn, uitkijken
Uitlegشرحverduidelijking, uitleg
Uitstekenيبرزuitsteken, opvallen
Uittrekkenسحبverwijderen, uittrekken
Uitverkoopبيعverkoop met korting, uitverkoop
Uitvoeringتنفيذuitvoering, realiseren
Uitwerkenالعمل علىuitwerken, verder ontwikkelen
Uitzendenإرسالuitzenden, versturen
Uitzendingبثuitzending, uitzending op tv
Uitzendkrachtعامل مؤقتtijdelijke werknemer, uitzendkracht
Uitzichtمنظرuitzicht, panorama
Uitzoekenبحثzoeken, uitzoeken
Vakantieعطلةvakantie, vrije tijd
Valسقوطvallen, val
Vallenسقطnaar beneden vallen, vallen
Vanmiddagبعد الظهرtijd na de middag, vanmiddag
Vanmorgenصباح اليومtijd na de ochtend, vanmorgen
Vannachtالليلة الماضيةde afgelopen nacht, vannacht
Vasthoudenتمسكvastgrijpen, vasthouden
Veiligheidأمانbescherming, veiligheid
NederlandsArabischBetekenis(sen)
Veiligheidأمانbescherming, veiligheid
Verantwoordمسؤولverantwoordelijkheid, verantwoord
Verbaasdمذهولverrast, verbaasd
Verdrietigحزينverdrietig, triest
Verenigenاتحادsamenbrengen, verenigen
Verenigingجمعيةorganisatie, vereniging
Verhuizenانتقلverhuizen, verplaatsing van woonplaats
Verkeerحركة المرورverkeer, transport
Verkiezingانتخابverkiezing, stemming
Verklarenشرحverklaren, uitleggen
Verkopenبيعverkopen, verkopen van goederen
Verledenماضٍhet verleden, vroeger
Verleidenإغواءverleiden, iemand beïnvloeden
Verlichtingإضاءةverlichting, licht
Verliesخسارةverlies, verlies van iets of iemand
Vermijdenتجنبontwijken, vermijden
Vermogenقدرةcapaciteiten, vermogen
Vernieuwenتجديدvernieuwen, iets opnieuw maken
Verpleeghuisدار رعاية المسنينzorgcentrum voor ouderen, verpleeghuis
Verpleegkundigeممرضzorgverlener, verpleegkundige
Verpleegsterممرضةvrouwelijke zorgverlener, verpleegster
Verplegenرعايةzorgen voor iemand, verplegen
Verplegerممرضmannelijke zorgverlener, verpleger
Verschriklijkفظيعvreselijk, verschrikkelijk
Verstaanفهمbegrijpen, verstaan
Verstandعقلgeest, verstand
Vertrouwenثقةvertrouwen, geloof in iemand
Vervangenاستبدالvervangen, ruilen
Vervelenمللzich vervelen, vervelen
Vervelendمزعجirritant, vervelend
Vervolgمتابعةvervolg, opvolging
Verwijderenإزالةverwijderen, weghalen
Vijandعدوtegenstander, vijand
Vleesلحمvlees, voedsel van dieren
Vlekبقعةvlek, vlek op kleding of andere oppervlakken
Vliegtuigطائرةluchtvoertuig, vliegtuig
Vloerأرضيةvloer, oppervlak om op te lopen
Vluchtرحلةreis met een vervoermiddel, vlucht
Vluchtelingلاجئpersoon die zijn land ontvlucht, vluchteling
Voedingتغذيةvoedsel, voeding
Voedselطعامeten, voedsel
Voetbalكرة القدمsport, voetbal
Voetbalclubنادي كرة القدمvereniging voor voetbal, voetbalclub
Vogelطائرdier dat vliegt, vogel
Volgendالتاليvolgend, daarna
Voorkomenتجنبvermijden, voorkomen
Voorlezenقرأhardop lezen, voorlezen
Voorlichtingتوعيةinformatie geven, voorlichting
Voorstelاقتراحvoorstel, idee
Vorigeسابقvorig, eerder
Vorkشوكةeetgerei, vork
Vormenشكلvormen, creëren van iets in een bepaalde vorm
Vrachtwagenشاحنةgroot voertuig voor transport van goederen
Vragenسألvragen, informeren
Vriendصديقvriend, goede vriend
Vriendelijkودودaardig, vriendelijk
Vriendschapصداقةband van vriendschap, vriendschap
Vrijwilligerمتطوعvrijwilliger, iemand die onbetaald werkt
Vrolijkسعيدblij, vrolijk
Vrolijkheidفرحblijdschap, vrolijkheid
Vrouwامرأةvrouw, volwassen meisje
Vrouwenنساءvrouwen, vrouwelijke mensen
Waaienهبwaaien, wind die blaast
Waarschuwenحذرwaarschuwing geven, waarschuwen
Wassenغسلreinigen met water, wassen
Websiteموقع الكترونيinternetpagina, website
Wedstrijdمسابقةcompetitie, wedstrijd
Weekeindeعطلة نهاية الأسبوعhet weekend, vrije dagen
Werkgeverصاحب العملpersoon die werk geeft, werkgever
Werkloosعاطل عن العملzonder werk, werkloos
Werknemerموظفwerknemer, persoon die werkt
Werkstukعمل دراسيproject, werkstuk
Windريحluchtbeweging, wind
Wiskundeرياضياتvakgebied, wiskunde
Wolkسحابةluchtdeeltje, wolk
Zakenأعمالbedrijfsmatige handelingen, zaken
Zelfنفسهjezelf, zelf
Zich haastenتسرعsnel bewegen, zich haasten
Ziekمريضniet gezond, ziek
Zijهيzij (vrouwelijk), zij (deze persoon)
Zilverفضةedelmetaal, zilver
Zoonابنzoon, mannelijk kind
Zwartأسودkleur zwart, donker
Zwemmenسباحةzwemmen, de sport van zwemmen

LET OP

Een aantal woorden die hierboven staan kunnen vervangen worden. Denk aan:

  • Januari => februari, juni, december, enz. Kortom: leer de Maanden van het jaar
  • Herfst => winter, zomer, lente. Kortom: leer de Seizoenen
  • Moeder => vader, kind, oom, enz. Kortom: leer de Familie
  • Tafel => stoel, bank, kast, enz. Kortom: leer de Meubels
  • Keuken => woonkamer, hal, enz. Kortom: leer de kamers/ruimten in een HUIS
  • Verdrietig => boos, moe, blij, enz. Kortom: leer de Emoties
  • Verpleegster => timmerman, schilder, enz. Kortom: leer de Beroepen
  • Voetbal => tennis, zwemmen, enz. Kortom: leer de Sporten & Hobby’s
  • Basisonderwijs => Hoger Beroepsonderwijs, Bijzonder onderwijs, enz. Kortom: leer de Schooltypen
  • ’s Ochtends => ’s avonds, middag, vannacht, vroeger, enz. Kortom: leer de Tijdsaanduidingen
  • Het weer => regen, zon, enz. Kortom: leer de weertypen

Op deze website komt dit allemaal aan de orde, met name onder “Woordenschat”.


Synoniemen

Veel van de hierboven genoemde woorden hebben synoniemen (andere betekenissen). En er zijn verschillende Nederlandse voegwoorden en verbindende woorden die een oorzaak, gevolg, tijd, of opeenvolging aangeven en zo voor afwisseling in zinnen zorgen. Hieronder volgt een schema met mogelijke alternatieven en hun gebruik:

TypeWoordBetekenis of GebruikVoorbeeld
OorzaakDoordatWijst op een oorzaak of reden“Doordat het stormde, bleven we binnen.”
OmdatGeeft een reden, vaak voor een beslissing of uitleg“Ik ben thuisgebleven omdat het stormde.”
AangezienLijkt op “omdat,” vaak iets formeler“Aangezien het stormde, was er niemand op straat.”
DaarFormeler, geeft een oorzaak aan“Daar de storm aanhield, werd de vlucht geannuleerd.”
GevolgWaardoorBeschrijft het gevolg van een oorzaak“Het regende hard, waardoor het veld modderig werd.”
ZodatGeeft een doel of gevolg aan“Ik werkte door, zodat ik op tijd klaar was.”
VandaarGebruik voor gevolg, vaak informeel“Het regende, vandaar dat we binnen bleven.”
HierdoorVerwijst naar een gevolg van iets eerder gezegd“De stroom viel uit, hierdoor was het donker.”
TijdDaarnaGeeft een opeenvolging aan“Eerst regende het, daarna kwam de zon.”
VervolgensBeschrijft wat daarna gebeurt, iets formeler“Hij las het boek uit en vervolgens ging hij slapen.”
NadienAlternatief voor “daarna,” iets ouderwets“Het regende, en nadien klaarde het op.”
LaterGeeft een latere tijdsperiode aan“We gingen eerst eten en later naar de film.”
OpeenvolgingEn toenPopulair bij kinderen, maar leidt vaak tot herhaling“En toen kwam de regen. En toen gingen we naar binnen.”
DaarnaBeter alternatief voor “en toen”“We speelden buiten, daarna gingen we naar binnen.”
Ten slotteBeschrijft de laatste stap in een reeks“Ten slotte ruimden we alles op.”
UiteindelijkGeeft aan wat er aan het eind van de reeks gebeurde“We probeerden alles, uiteindelijk lukte het!”

Tips voor variatie in zinsstructuur:

Wissel verbindingswoorden: In plaats van “en toen” steeds te herhalen, wissel met “daarna,” “vervolgens,” en “ten slotte” om een verhaal op te bouwen.

Gebruik synoniemen: Zoals in het schema hierboven, wissel woorden als “doordat” af met “omdat,” “aangezien,” en “daar.”

NederlandsArabischBetekenis(sen)
BankبنكMeubel om op te zitten Financiële instelling
Mistbank
BeterأفضلGezonder worden (bijv. “Ik voel me beter”)
Vergelijkend, van hogere kwaliteit (bijv. “Dit is beter dan dat”)
BewonerساكنIemand die in een woning woont
Inwoners van een gebied (bijv. “bewoners van de stad”)
BoeteغرامةStrafbetaling voor een overtreding
Religieus concept van spijt/bekering
ChefرئيسLeidinggevende in een bedrijf, kookprofessional in een restaurant (kok)
CodeشيفرةSysteem van tekens of regels (bijv. “geheime code”), programmeertaal of computercode
ContractعقدBindende overeenkomst tussen partijen
De actie van samentrekken in de medische wereld (bijv. spieren)
DoosصندوقVoorwerp om dingen in te bewaren
Informele term voor een dom persoon
GerechtطبقGerecht in de rechtspraak
Maaltijd of deel van een maaltijd
GlasزجاجMateriaal (zoals in ramen) Drinkbeker gemaakt van glas
HoedقبعةHoofddeksel
Uitdrukking “de hoed ophebben” (de leiding hebben)
KastخزانةOpbergmeubel Elektrotechnische kast (bijv. meterkast of schakelkast)
KeelحنجرةDeel van het lichaam
Opening van een machine (bijv. keel van een naaimachine)
KraanصنبورVoorwerp om water te tappen
Hijskraan in de bouw
LichtضوءZonlicht of verlichting Lichtgewicht (tegenovergesteld van zwaar)
LokaalمحليRuimte in een gebouw (bijv. klaslokaal), gebied of plaatsgebonden (bijv. lokale producten)
MachtقوةKracht of controle over iets of iemand
Rekenkundige bewerking (bijv. “2 tot de macht van 3”)
ManرجلVolwassen mannelijke persoon Partner in een huwelijk of relatie
MansشجاعBijvoeglijk naamwoord “dapper” of “stoer”
Variant van de naam “Mans” (kort voor “Mannes”)
NetنظيفSchone, opgeruimde staat, netwerk van communicatie, sportartikel (bijv. tennisnet)
NotitieملاحظةAantekening
Informele, korte herinnering of opmerking
OverفوقOverheen (bijv. “Ik liep over de brug”), betreffende (bijv. “Een boek over geschiedenis”) Verleden (bijv. “De vakantie is over”)
SchipسفينةVaartuig op water
Ruimtevaartuig (bijv. “ruimtevaartuig”)
StageتدريبWerkervaring opdoen als student
Platform (bijv. “het toneel”)
StapخطوةEen enkele beweging met je voet
Een fase in een proces
StroomتدفقElektrische energie
Rivier of water dat stroomt
TijdوقتMeetbare eenheid (seconden, minuten)
Gelegenheid of moment (bijv. “Ik heb geen tijd”)
ToepassingتطبيقManier waarop iets wordt gebruikt
Specifieke software of app
VerenigingجمعيةOrganisatie of club van mensen Handeling van samenkomen
VerliesخسارةHet kwijtraken van iets
Financieel verlies
VoorkomenمظهرHet uiterlijk hebben van iets (bijv. “Hij heeft een kalm voorkomen”)
Het vermijden van iets (bijv. “We moeten ongelukken voorkomen”)
VrijwilligerمتطوعIemand die uit vrije wil ergens aan meedoet
Iemand die vrijwillig in een strijd meedoet

Tegenstellingen

Heel veel van de hierboven genoemde woorden kennen tegenstellingen. Handig voor het uitbreiden van je woordenschat.

NederlandsArabischBetekenis(sen)TegenstellingArabischBetekenis(sen)
’s AvondsمساءًIn de avond, avondtijd’s OchtendsصباحاًIn de ochtend, ochtendtijd
BeterأفضلVerbetering, beter wordenSlechterأسوأMinder goed, van lagere kwaliteit
AanwezigحاضرErgens aanwezig zijnAfwezigغائبNiet aanwezig, niet aanwezig zijn
AfzeggenإلغاءAnnuleren, afzeggenBevestigenتأكيدBevestigen, iets toezeggen
ActiefنشطEnergiek, bedrijvig, actief zijnPassiefخاملNiet actief, zonder energie of actie
PrivéخاصPersoonlijk, niet openbaarOpenbaarعلنيToegankelijk voor iedereen
ZwakضعيفNiet sterk, weinig krachtSterkقويKrachtig, veel kracht
LijdenمعاناةPijn ervaren, ongemak hebbenGenietenاستمتعPlezier ervaren, iets positief ervaren
VrouwامرأةVolwassen vrouwelijke persoonManرجلVolwassen mannelijke persoon
GroenأخضرKleur van gras, natuurRoodأحمرKleur, vaak geassocieerd met passie of gevaar
OgenعيونZintuigen voor zien, lichaamsdeelOrenأذنانZintuigen voor horen, lichaamsdeel
VorkشوكةBestek voor eten, om te prikkenLepelملعقةBestek voor vloeibare gerechten
SchaarمقصGereedschap om te knippenMesسكينGereedschap om te snijden
StapخطوةBeweging van voet, fase in een procesSprongقفزةGrote stap of springbeweging
OchtendصباحEerste deel van de dag, van zonsopgang tot ongeveer 12:00NachtليلHet tegenovergestelde van dag, duisternis
OpعلىPlaatsbepaling, bovenop ietsOnderتحتOnder iets, in de lagere positie
DrogenتجفيفHet verwijderen van vochtNat makenترطيبHet bevochtigen, het in contact brengen met water
Fietserراكب الدراجةIemand die fietst, fietserVoetgangerمشاةIemand die te voet gaat, wandelaar
Fileزحمة سيرVerkeersopstopping, fileVlotte doorstromingحركة سير سهلةVlotte beweging van verkeer, geen opstopping
FinaleنهائيEindronde, finaleVoorrondeجولة تمهيديةEerste ronde, voorafgaand aan de finale
Fietspadمسار دراجاتSpeciaal pad voor fietsers, fietspadOpenbare weg / Wandelpadطريق عام / ممر مشاةWeg voor voertuigen / Pad voor voetgangers
EuroيوروEuropese munteenheid, euroEuromunt / Eurobiljetعملة يورو / ورقة نقديةEuro in munten / Euro in biljetten
FlesزجاجةFles, container voor vloeistofKartonnen pakعبوة كرتونBijvoorbeeld voor water of melk
InpakkenتغليفVerpakken, inpakkenUitpakkenتفريغIets uit een verpakking halen
HuilenبكاءTranen laten, huilenLachenضحكVrolijkheid, tegenovergesteld aan huilen
GladأملسGlad, zonder wrijvingRuwخشنMet wrijving, niet glad
InternationaalدوليWereldwijd, internationaalNationaalمحليBeperk tot één land
Haastigعلى عجلGehaast, snel handelenLangzaamبطيءNiet gehaast, langzaam
RechterيمينRechtsLinksيسارLinks, tegenovergesteld van rechts
KlachtشكوىKlacht, bezwaarComplimentمجاملةPositieve feedback
HaastعجلةSpoed, haastRustهدوءKalme, ontspannen toestand
HongerجوعBehoefte aan eten, hongerDorstعطشBehoefte aan drinken
ZonشمسHemels object, zonMaanقمرHemels object, maan
LeegفارغZonder inhoud, leegVolمليءMet inhoud
LichtضوءVerlichting, lichtDonkerمظلمGebrek aan licht
LiefلطيفAardig, lief, vriendelijkLelijkقبيحNiet mooi, onaangenaam
LiegenكذبOnwaarheden vertellen, liegenVertellenقولDe waarheid spreken
LijdenيعانيPijn of verdriet ervaren, lijdenGelukkigسعيدBlij, geen lijden
MakkelijkسهلEenvoudig, makkelijkMoeilijkصعبLastig, moeilijk
Maximaalالحد الأقصىHoogste limiet, maximaalMinimaalالحد الأدنىLaagste limiet, minimaal
MislukkingفشلNiet slagen, mislukkingSuccesنجاحHet behalen van succes
MogelijkممكنMogelijk, haalbaarOnmogelijkمستحيلNiet haalbaar, niet mogelijk
MorgenغداًDe volgende dag, morgenGisterenأمسDe dag voor vandaag
NieuwجديدRecent, nog niet oud, nieuwOudقديمNiet nieuw, oud
NoodحاجةNoodsituatie, dringende behoefteRustراحةGeen urgente behoefte, rustig
NoodzakelijkضروريVereist, onmisbaar, noodzakelijkOnnodigغير ضروريNiet noodzakelijk
OpenbaarعامVoor iedereen toegankelijk, openbaarPrivéخاصNiet openbaar, privé
OpschrijvenكتابةNoteren, opschrijvenAfhalenمسحWegstrepen, afhalen
PermanenteدائمةBlijvend, permanentTijdelijkمؤقتNiet blijvend, tijdelijk
PerfectمثاليZonder gebreken, perfectOnvolmaaktغير كاملNiet perfect, met gebreken
ProbleemمشكلةMoeilijkheid, probleemOplossingحلAntwoord, oplossing
NatرطبVochtig, natDroogجافNiet nat, droog
NoodحاجةNoodsituatie, dringende behoefteRustراحةGeen urgente behoefte, rustig
OpenbaarعامVoor iedereen toegankelijk, openbaarPrivéخاصNiet openbaar, privé
PerfectمثاليZonder gebreken, perfectOnvolmaaktغير كاملNiet perfect, met gebreken
PermanenteدائمةBlijvend, permanentTijdelijkمؤقتNiet blijvend, tijdelijk
PauzeاستراحةKorte onderbreking, pauzeWerkenالعملActief, bezig met werk
OorlogحربConflict tussen landen of groepenVredeسلامGeen conflict, vrede
RijdenقيادةBesturen, rijdenStilstaanتوقفNiet bewegen, stil staan
VeiligheidأمانBescherming, veiligheidOnveiligheidعدم الأمانGevaar, onbeschermd
VerantwoordمسؤولVerantwoordelijkheid, verantwoordOnverantwoordغير مسؤولNiet verantwoordelijk
VerbaasdمذهولVerrast, verbaasdOngeloofعدم التصديقNiet verbaasd, niet verrast
VerdrietigحزينVerdrietig, triestBlijسعيدVrolijk, gelukkig
VerenigenاتحادSamenbrengen, verenigenVerdelenتقسيمScheiden, splitsen
VerhuizenانتقلVerhuizen, verplaatsing van woonplaatsBlijvenبقيNiet verplaatsen, blijven
Verkeerحركة المرورVerkeer, transportStilstandتوقفGeen beweging, stil zijn
VerkiezingانتخابVerkiezing, stemmingKeuzeاختيارZelf kiezen, persoonlijke voorkeur
VerkopenبيعVerkopen, verkopen van goederenKopenشراءAanschaffen, verkrijgen
VerledenماضٍHet verleden, vroegerToekomstالمستقبلWat nog moet komen
VerleidenإغواءVerleiden, iemand beïnvloedenAfstotenطردIemand wegduwen, niet aantrekken
VerlichtingإضاءةVerlichting, lichtDonkerمظلمZonder licht
VerliesخسارةVerlies, verlies van iets of iemandWinstربحVoordeel, winst
VermijdenتجنبOntwijken, vermijdenZoekenالبحثAandacht geven, actief zoeken
VermogenقدرةCapaciteiten, vermogenOnvermogenعجزNiet in staat zijn
VernieuwenتجديدVernieuwen, iets opnieuw makenVerouderenشيخوخةVeroudering, achteruitgang
Verpleeghuisدار رعاية المسنينZorgcentrum voor ouderen, verpleeghuisThuisمنزلEigen woning, niet in een zorgcentrum
VerpleegsterممرضةVrouwelijke zorgverlener, verpleegsterVerzorgerممرضAlgemeen zorgverlener
VervelenمللZich vervelen, vervelenAmuserenتسليةPlezier maken, jezelf vermaken
VervelendمزعجIrritant, vervelendAangenaamمريحPrettig, leuk
VervangenاستبدالVervangen, ruilenBehoudenالحفاظNiet vervangen, behouden
VijandعدوTegenstander, vijandVriendصديقBondgenoot, vriendelijke persoon
VleesلحمVlees, voedsel van dierenGroenteخضارPlantaardig voedsel
VlekبقعةVlek, vlek op kleding of andere oppervlakkenSchoonنظيفZonder vlekken, schoon
VliegtuigطائرةLuchtvoertuig, vliegtuigAutoسيارةVervoermiddel op de weg
VloerأرضيةVloer, oppervlak om op te lopenPlafondسقفBovenste gedeelte van een ruimte
VluchtرحلةReis met een vervoermiddel, vluchtAankomstوصولHet bereiken van de bestemming
VluchtelingلاجئPersoon die zijn land ontvluchtInwonerمواطنIemand die in zijn land blijft
VoedingتغذيةVoedsel, voedingHongerجوعHet gebrek aan voedsel
Voetbalكرة القدمSport, voetbalBasketbalكرة السلةAndere teamsport
VriendصديقVriend, goede vriendVijandعدوTegenstander, tegenpersoon
VrolijkسعيدBlij, vrolijkSomberكئيبNeerslachtig, verdrietig
VrouwامرأةVrouw, volwassen meisjeManرجلMannelijk, man
Werkgeverصاحب العملPersoon die werk geeft, werkgeverWerknemerموظفPersoon die werk ontvangt
Werkloosعاطل عن العملZonder werk, werkloosWerkenعملActief werken, werkzaam zijn
Werkstukعمل دراسيProject, werkstukInactiviteitعدم النشاطGeen project, niet actief werken
ZiekمريضNiet gezond, ziekGezondصحيNiet ziek, in goede gezondheid
ZilverفضةEdelmetaal, zilverGoudذهبAnder edelmetaal
ZwartأسودKleur zwart, donkerWitأبيضKleur wit, licht

Getalsvarianten

Woorden zoals “drie,” “derde,” en “drieën” behoren tot wat men noemt getalsvarianten:

GetalKardinaalOrdinaalMultiplicatief
1ééneersteeenen
5vijfvijfdevijven
7zevenzevendezevenen
9negennegendenegenen
13dertiendertiendedertienen
24vierentwintigvierentwintigstevierentwintigen
50vijftigvijftigstevijftigen
70zeventigzeventigstezeventigen
99negenennegentignegenennegentigstenegenennegentigen
100honderdhonderdstehonderen

Toelichting

  • Kardinale getallen zijn de gewone getallen die het aantal aangeven, zoals “vijf,” “dertien,” en “honderd.”
  • Ordinale getallen geven de volgorde aan, zoals “vijfde” en “honderdste.”
  • Multiplicatieve vormen drukken een meervoud of groep uit en eindigen vaak op “en,” zoals “vijven” (groepen van vijf) en “zeventigen” (groepen van zeventig).

Voorbeeldexamens

Terug naar het overzicht

Geef een reactie