B2 – Staatsexamen I en II (Nt2) – Voorbereiding
Het leren van de Nederlandse Taal
Tips ter voorbereiding op het Staatsexamen Nederlands (B2)
Voorbereiding en planning
- Plan je studie: Maak een gedetailleerd studieschema en verdeel de tekst in kleinere secties. Besteed elke dag een vaste tijd aan lezen en oefenen.
- Creëer een rustige leeromgeving: Zorg voor een plek zonder afleidingen waar je je goed kunt concentreren.
Leesstrategieën
- Voorlezen en skimmen: Begin met het snel doorlezen van koppen, subkoppen en vetgedrukte woorden om een algemeen beeld van de tekst te krijgen.
- Markeren en aantekeningen maken: Gebruik markeerstiften of maak aantekeningen in de marges om belangrijke punten, termen en zinnen te markeren.
- Samenvattingen maken: Schrijf na het lezen van elke sectie een korte samenvatting in je eigen woorden om de inhoud beter te begrijpen en te onthouden.
Begrip en woordenschat
- Woordenboek gebruiken: Noteer onbekende woorden en zoek hun betekenis op. Probeer deze woorden in zinnen te gebruiken om ze beter te onthouden.
- Lees begrijpend: Stel jezelf vragen over de tekst, zoals “Wat is het belangrijkste punt?” of “Wat probeert de schrijver te zeggen?” Dit helpt je om dieper na te denken over wat je leest.
Interactie en herhaling
- Bespreken met anderen: Praat over wat je hebt gelezen met medestudenten of vrienden. Dit kan helpen om je begrip te verdiepen en nieuwe inzichten te krijgen.
- Herhaling: Lees belangrijke stukken meerdere keren om de informatie beter in je geheugen te verankeren.
Specifieke examenvoorbereiding
- Oefen met voorbeeldexamens: Maak oefenexamens om te wennen aan het soort vragen dat je kunt verwachten en om je tijdsmanagement te verbeteren: https://nt2-oefenomgeving.facet.onl/facet-openbaar-portaal/welkom
- Focus op kernonderwerpen: Besteed extra tijd aan de belangrijkste thema’s en onderwerpen die vaak in het examen voorkomen.
Voorbereiden op en beantwoorden van vragen
- Lees de vragen eerst: Voordat je een tekst leest, bekijk eerst de vragen. Dit geeft je een idee van waar je op moet letten in de tekst.
- Terugkijken in de tekst: Als je een vraag niet meteen kunt beantwoorden, kijk dan terug in de tekst. Zoek naar sleutelwoorden die in de vraag staan.
- Antwoorden formuleren: Gebruik volledige zinnen bij het beantwoorden van open vragen. Probeer ook woorden en zinnen uit de tekst te gebruiken om je antwoord te ondersteunen.
- Onderstreep in de tekst: Onderstreep of markeer delen van de tekst die relevant zijn voor de vragen. Dit maakt het gemakkelijker om specifieke informatie terug te vinden.
- Controleer je antwoorden: Neem de tijd om je antwoorden te controleren. Zorg ervoor dat je alle vragen hebt beantwoord en dat je antwoorden logisch en volledig zijn.
Praktische tips
- Timer gebruiken: Gebruik een timer om jezelf te trainen in het beantwoorden van vragen binnen een bepaalde tijd. Dit helpt je om tijdens het examen niet in tijdnood te komen.
- Rustig blijven: Blijf kalm en gefocust tijdens het lezen en beantwoorden van vragen. Als je vastloopt, sla de vraag dan over en kom er later op terug.
Door deze strategieën en tips te volgen, kunnen nieuwkomers effectief grote teksten lezen, zich voorbereiden op vragen en met vertrouwen het Staatsexamen NT2 benaderen, wat hen zal helpen bij het vinden van werk.
Het Staatsexamen – Nederlands als Tweede Taal (Nt2) is het landelijke taalexamen voor anderstalige volwassenen die het Nederlands als tweede taal leren. Zij kunnen met het Diploma Staatsexamen Nt2 laten zien dat zij de Nederlandse taal voldoende beheersen om in Nederland te kunnen werken of studeren. Met het behalen van het Staatsexamen Nt2 laat u zien dat u de Nederlandse taal voldoende beheerst om in Nederland te kunnen werken of studeren. Een Diploma Staatsexamen Nt2 biedt een startkwalificatie voor studie of werk.
Werken en studeren kan op verschillende niveaus. Het Staatsexamen Nt2 kent daarom twee programma’s waarvan u er één moet kiezen:
- Programma I kiest u om een voldoende taalniveau voor studie of werk op mbo-niveau aan te tonen.
- Programma II kiest u om een voldoende taalniveau voor werk of studie op hbo-/universitair niveau aan te tonen.
Hoe ziet het examen eruit?
Het Staatsexamen Nederlands als tweede taal bestaat uit vier onderdelen: Schrijven, Spreken, Lezen en Luisteren. Alle onderdelen worden op de computer gemaakt.
Schrijven
Het examen Schrijven (Programma I en Programma II) bestaat uit verschillende soorten opdrachten. U kunt zelf bepalen in welke volgorde u de opdrachten maakt. Het examen duurt 100 minuten voor Programma I en II. De opdrachten verschijnen op het beeldscherm en uw tekst typt u daarbij in.
| Programma I | Programma II |
|---|---|
| Zinstaak (8 opdrachten) | Zinstaak (7-8 opdrachten) |
| Deelschrijftaak (2 opdrachten) | Korte schrijftaak (1-2 opdrachten) |
| Korte schrijftaak (2 opdrachten) | Middellange schrijftaak (1-2 opdrachten) |
- Zinstaak. Het schrijven van één zin of het afmaken van een zin.
- Deelschrijftaak. Het schrijven van een kort bericht, het aanvullen van een tekst of het invullen van een formulier.
- Korte schrijftaak. Het schrijven van een korte tekst. Een korte tekst is bijvoorbeeld een notitie, een korte brief of een korte beschrijving geven van een situatie.
- Middellange schrijftaak. U beschrijft bijvoorbeeld een probleem en doet een voorstel voor een oplossing. U krijgt daar soms een tabel, grafiek of plaatjes bij die u moet gebruiken.
De meeste opdrachten gaan over werk of opleiding. Een aantal opdrachten gaat over het dagelijks leven.
Gebruik woordenboek
Tijdens het examen Schrijven mag u het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken. Andere woordenboeken zijn per 1 januari 2021 niet meer toegestaan.
Als u het woordenboek wilt gebruiken, dan moet u dit zelf meenemen. U mag tijdens het examen geen woordenboek van andere kandidaten lenen.
Er mogen geen briefjes, teksten of aantekeningen in het woordenboek zitten. U mag geen elektronische hulpmiddelen gebruiken, zoals Google Translate of een digitaal woordenboek.
TIP: gebruik ChatGPT
Voorbeeld van een vraag aan ChatGPT: Graag uitleg gebruik van de Nederlandse woorden ‘waardoor’ en ‘waarop’
Antwoord van ChatGPT: De Nederlandse woorden waardoor en waarop zijn beide voorzetselbijwoorden die vaak gebruikt worden om een verband tussen twee zaken te verduidelijken. Ze hebben echter verschillende betekenissen en toepassingen. Hier leg ik ze uit:
1. Het woord waardoor wordt gebruikt om de oorzaak of reden van iets aan te geven. Het antwoord op de vraag “Waardoor gebeurt dit?” is dan de oorzaak of de reden van een bepaalde gebeurtenis of situatie.
- Waardoor gebruik je om een oorzaak of reden aan te geven. Het antwoord is het gevolg van een specifieke gebeurtenis.
- Waarop gebruik je om te verwijzen naar een specifiek tijdstip of object waarop iets gebeurt of betrekking heeft.
Diverse examenvoorbeelden vind je door te googelen op: “staatsexamen B1 nt2 schrijven” en daarna te klikken op ‘video’s’ en/of via:
Spreken
Bij het examen Spreken hebt u een koptelefoon op en praat u in een microfoon tegen de computer. U praat niet tegen een persoon. U luistert naar de tekst via de koptelefoon en leest de opdrachten op het computerscherm. Het examen duurt ongeveer 30 minuten voor Programma I en II. Het examen van Programma I bestaat uit twee delen. Het examen van Programma II bestaat uit drie delen. Er zijn korte en lange spreekopdrachten.
Een pieptoon geeft aan wanneer u moet beginnen met spreken. Als de spreektijd om is, hoort u weer een pieptoon. Daarna begint de volgende opdracht.
| Onderdeel | Programma I | Programma II |
|---|---|---|
| Deel 1 | 8 korte spreekopdrachten | 4 korte spreekopdrachten |
| Deel 2 | 8 middellange spreekopdrachten | 8 middellange spreekopdrachten |
| Deel 3 | – | 1 lange spreekopdracht |
- Korte spreekopdrachten. U krijgt vragen waarop u een kort antwoord geeft. U heeft per opdracht 20 seconden spreektijd.
- Middellange spreekopdracht. U krijgt vragen waarop u een langer antwoord geeft. Het is een antwoord van een paar zinnen of meer. U heeft per opdracht 30 seconden spreektijd.
- Lange spreekopdracht. U spreekt twee minuten over een bepaald onderwerp. U krijgt daar voorbereidingstijd voor. Dan kunt u eerst bedenken wat u wilt gaan zeggen.
Gebruik woordenboek
Tijdens het examen Spreken mag u geen woordenboek gebruiken.
Diverse examenvoorbeelden vind je door te googelen op: “staatsexamen B1 nt2 spreken” en daarna te klikken op ‘video’s’ en/of via:
Luisteren
Het vermogen om goed te luisteren is van onschatbare waarde bij het leren van een tweede taal. Door actief te luisteren naar native speakers, kunnen leerlingen de juiste uitspraak, intonatie, ritme en nuances van de taal oppikken. Luisteren biedt ook de mogelijkheid om nieuwe woorden en zinsstructuren in de context te begrijpen, wat essentieel is voor een effectieve communicatie. Bovendien helpt luisteren bij het ontwikkelen van begrip van culturele aspecten en sociale normen die inherent zijn aan de taal.
Het examen Luisteren bestaat uit ongeveer 40 opdrachten bij 5 of meer luisterteksten. Er zijn 1-3 filmpjes waarbij steeds een opdracht is. U luistert via een koptelefoon naar korte luisterteksten. Na de luistertekst geeft u antwoord op een vraag. De vragen en antwoordmogelijkheden staan op de computer. Het zijn altijd multiplechoicevragen. Het examen Luisteren duurt 90 minuten voor Programma I en II.
In het examen Luisteren hoort u sprekers die praten over situaties op het werk, tijdens een studie of in het dagelijkse leven. Wat u hoort lijkt op normaal taalgebruik: u hoort verschillende stemmen, versprekingen, herhalingen enz. Een spreker kan een accent hebben, maar het is nooit een dialect. Soms hoort u geluiden op de achtergrond. Dit komt omdat er echte opnames zijn gebruikt.
Voor elke vraag krijgt u 25 seconden de tijd om de vraag en de drie mogelijke antwoorden te lezen. Het luisterfragment start automatisch. U kunt maar één keer luisteren.
Wat wordt gevraagd op B2-niveau (NT2 Staatsexamen of vergelijkbare trajecten)?
Vaardigheden die centraal staan:
- Schrijven
- Spreken
- Lezen
- Luisteren
Deze vier taalvaardigheden vormen de kern van de meeste officiële taalexamens op B2-niveau, zoals het Staatsexamen NT2 Programma II.
Over KNM, ONO en MAP
- KNM (Kennis van de Nederlandse Maatschappij)
Dit onderdeel was vroeger een verplicht onderdeel bij inburgeringsexamens. Voor het Staatsexamen NT2 is KNM niet meer verplicht; tegenwoordig is het vaak geïntegreerd in de taalexamens of apart als maatschappelijke kennis toets bij inburgering. Voor B2 Staatsexamen is het niet direct relevant. - ONO (Oriëntatie op de Nederlandse Opvang en Inburgering)
Dit was een onderdeel dat vooral relevant was voor mensen in de asielprocedure. Dit onderdeel is in veel gevallen niet meer van toepassing voor het reguliere NT2-examentraject. - MAP (Module Arbeidsmarkt en Participatie)
Dit is een specifieke module binnen het inburgeringsexamen gericht op werk en participatie. Het is niet verplicht bij het Staatsexamen NT2 niveau B2, maar kan onderdeel zijn van bepaalde inburgeringstrajecten.
Samengevat voor B2
- Focus ligt op: schrijven, spreken, lezen en luisteren.
- KNM, ONO en MAP zijn niet standaard onderdelen van het B2 Staatsexamen NT2, tenzij je een specifiek inburgeringstraject volgt.
- Voor taalvaardigheid op B2 is het vooral belangrijk dat je in al die vier vaardigheden voldoende scoort.
Wil je dat ik dieper inga op de verschillen tussen inburgeringsexamens en Staatsexamen NT2, of specifieke info geef over MAP of KNM?
Je zei:
Nee, deze heb ik al bij B1 geplaatst
ChatGPT zei:
Top, dan is het voor B2 inderdaad goed om je te focussen op schrijven, spreken, lezen en luisteren zoals bij het Staatsexamen NT2 Programma II. Als je nog tips of oefenmateriaal nodig hebt voor die vier vaardigheden, help ik je graag!
Je zei:
Graag
ChatGPT zei:
Hier is een overzicht met tips en oefenmateriaal voor B2-niveau van het Staatsexamen NT2 Programma II, gericht op de vier vaardigheden:
Schrijven B2
Wat oefenen?
- Schrijf langere, goed gestructureerde teksten over uiteenlopende onderwerpen.
- Gebruik variatie in woordenschat en zinsconstructies.
- Pas je stijl aan bij het doel en publiek (formeel/informeel).
Tips
- Maak eerst een plan: inleiding, kern, slot.
- Let op grammaticale fouten, interpunctie en spelling.
- Oefen met sollicitatiebrieven, betogende teksten en rapporten.
Oefenmateriaal
Spreken B2
Wat oefenen?
- Voer langere gesprekken, leg standpunten uit en onderbouw je mening.
- Houd presentaties over complexe onderwerpen.
- Spreek vloeiend en begrijpelijk met correcte uitspraak en intonatie.
Tips
- Oefen het geven van meningen, argumenteren en discussiëren.
- Neem jezelf op om je uitspraak en spreektempo te verbeteren.
- Gebruik voorbeeldgesprekken uit het lesmateriaal of YouTube.
Oefenmateriaal
- Video’s en luisteroefeningen voor spreekvaardigheid
- YouTube-kanalen zoals “NT2 Taalmenu” en “Dutch for Expats”
Lezen B2
Wat oefenen?
- Begrijp langere teksten, artikelen, rapporten en kranten.
- Herken hoofd- en bijzaken, toon en bedoeling van de schrijver.
- Begrijp instructies, procedures en meningen.
Tips
- Lees Nederlandse kranten, tijdschriften en online nieuws.
- Maak samenvattingen en noteer nieuwe woorden.
- Oefen met examen leesvragen om inzicht te krijgen in vraagtypen.
Oefenmateriaal
Luisteren B2
Wat oefenen?
- Begrijp nieuwsberichten, interviews, discussies en informatieve programma’s.
- Herken meningen, argumenten, en nuances in gesprekken.
- Volg langere luisterteksten met complexe inhoud.
Tips
- Kijk naar Nederlandse tv met ondertiteling (bijvoorbeeld NPO Start).
- Luister naar podcasts en radioprogramma’s zoals “Nieuws in het Nederlands” of “Zeg het in het Nederlands.”
- Maak oefenluistertoetsen en analyseer moeilijke passages.
Oefenmateriaal

2022-deel 1
https://youtu.be/iBbL1tFciMA

2022-deel 2 https://youtu.be/-xTy0ii427k
Lezen
Bij het examen Lezen krijgt u een boekje met teksten. De vragen en antwoordmogelijkheden staan op de computer. Bij de 6 teksten moet u 36 vragen beantwoorden. Het zijn altijd multiplechoicevragen. Het examen van Programma I duurt 110 minuten en het examen van Programma II duurt 100 minuten.
Verschillende opdrachten
Er zijn verschillende soorten opdrachten:
- Er zijn vragen waarbij u moet kiezen wat het onderwerp van de tekst is, waar de tekst vandaan komt of voor wie de tekst bedoeld is.
- Er zijn vragen waarbij u moet kiezen wat een stuk tekst precies betekent. Of u zegt wat de relatie is tussen twee stukken tekst. Of u geeft aan wat de conclusie van de tekst is.
- Er zijn vragen waarbij u iets moet opzoeken in de tekst. U kunt de informatie beschrijven, informatie ordenen of twee dingen met elkaar combineren.
Gebruik woordenboek
Tijdens het examen Lezen mag u het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken. Andere woordenboeken zijn per 1 januari 2021 niet meer toegestaan.
Als u het woordenboek wilt gebruiken, dan moet u dit zelf meenemen. U mag tijdens het examen geen woordenboek van andere kandidaten lenen.
Er mogen geen briefjes, teksten of aantekeningen in het woordenboek zitten. U mag geen elektronische hulpmiddelen gebruiken, zoals Google Translate of een digitaal woordenboek.
Diverse examenvoorbeelden vind je door te googelen op: “Lezen Examen Oefenen” en daarna te klikken op ‘video’s’ en/of via:
Woordenschat herhalen of vergroten
Een anderstalige moet op B1-niveau minstens 5000 woorden kennen.
De onderwerpen die aan bod kunnen komen:
- Wie ben ik, familie, karakter, competenties
- Kennismaken, contact met nieuwe buren, communiceren
- Het weer, het klimaat, seizoenen, dagen, weken, maanden
- Kopen, verkopen, boodschappen doen, geld, ruilen, markt, marktplaats, eten en drinken, kleding, klachten, tellen, rekenen, geld
- School, onderwijs, kinderen, stage, kinderdagverblijf, consultatiebureau
- Vervoer, verkeer, regels, reizen, vervoersmiddelen, station
- Lichaam, gezondheid, dokter/huisarts, tandarts, apotheek
- Verhuizen, woning/huis, inrichting, meubels, nieuwe buren, kamers, klussen, tuin, stad, buurt
- Beroepen, werk, werkgevers, solliciteren, vergadering, vrijwilligerswerk, participatiewerk, collega’s
- Nieuws, nieuwsbrief
- Vakantie, hobby, sport, weekend, uit eten gaan, uitgaan (theater, enz)
- Nederland, gemeente, stad/dorp, jouw cultuur, mijn cultuur, feesten, gewoonten
- Wetgeving, rechten en plichten, verzekeringen, toeslagen
Taaltesten
Oefeningen A2 -> B1

A2 laag
https://youtu.be/6ncmwlnjJnU

A2 hoog
https://youtu.be/ThG30JJq_ng

Alle werkwoorden
https://youtu.be/w1ykn5Btc9Y
Gebruik woordenboek
Tijdens het examen Luisteren mag u géén woordenboek gebruiken.
Oefenen
U kunt hieronder oefenen met verschillende soorten opdrachten van het Staatsexamen Nt2. Bij de opdrachten horen algemene beoordelingsmodellen.
Soorten opdrachten
Voor Spreken I zijn er twee soorten opdrachten:
- Korte taak: opdracht met maximaal 20 seconden spreektijd.
- Middellange taak: opdracht met maximaal 30 seconden spreektijd.
Voor Schrijven I zijn er drie soorten opdrachten:
- Zinstaak: het schrijven van één zin of het afmaken van een zin.
- Deelschrijftaak: het schrijven van een kort bericht, het aanvullen van een tekst of het invullen van een formulier.
- Korte schrijftaak: het schrijven van een korte tekst.
Kies Programma: Schrijven of Spreken
Selecteer vervolgens het soort opdracht:
- Alle soorten
- Deelschrijftaak
- Korte schrijftaak
- Zinstaak
Grammatica
Lezen
Luisteren
Zie ook blog: luisteroefeningen!
Luisteren met muziek (zonder tekst)
Luisterboeken – sprookjes
Luisterboeken voor volwassenen
Librivox.nl en 123 luisterboek.nl zijn websites waar je gratis Nederlandse luister boeken kunt downloaden. Als je op een gemiddeld niveau of lager zit, kun je misschien kiezen voor audioboeken voor kinderen of tieners in plaats van in de klassiekers te duiken.
Diverse programma’s en films
Diverse video’s ter voorbereiding op de examens
Voor meer (examen)oefeningen van Nt2 docent Juf M
Voor meer (examen)oefeningen van Lion educatie:
Examens
| TIP: Wil je een woord opzoeken op internet? Gebruik dan niet Google of een andere zoekmachine, want daar staan veel fouten in. Surf naar een echte woordenlijst, zoals https://woordenlijst.org/ . |
Woordenlijst Staatsexamen Nt2
Het Staatsexamen Nt2 maakt gebruik van de woordenlijsten uit A Frequency Dictionary of Dutch (Tiberius en Schoonheim, 2013). A Frequency Dictionary of Dutch is een woordenboek voor Nt2-leerders met de 5000 meest gebruikte woorden in de Nederlandse taal. De woorden in dit woordenboek staan in zes lijsten: Core, Fiction, Newspapers, Spoken, Web en General.
In de opdrachten van het Staatsexamen Nt2 Programma I (B1) staan alleen woorden die in de lijsten Core en General staan. In de opdrachten van het Staatsexamen Nt2
Programma II (B2) staan alleen woorden die in alle lijsten van A Frequency Dictionary of Dutch staan.
Deze woordenlijst is een aanvulling op de woorden uit de lijsten Core en General uit A Frequency Dictionary of Dutch.
De woorden in deze lijst kunnen ook in de opdrachten van het Staatsexamen Nt2 Programma I
en II staan. Deze aanvullende woordenlijst is gemaakt door het College voor Toetsen en Examens (CvTE).
Kijk voor meer informatie op www.staatsexamensnt2.nl
Veelvoorkomende woorden op het examen
https://quizlet.com/nl/246143404/veelvoorkomende-woorden-op-het-examen-nederlands-flash-cards
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| ’s Avonds | مساءً | in de avond, avondtijd |
| ’s Morgens | صباحاً | in de ochtend, ochtendtijd |
| ’s Ochtends | صباحاً | in de ochtend, ochtendtijd |
| Aanbeveling | توصية | advies, suggestie, aanbeveling |
| Aankleden | ارتداء | kleden, zich aankleden |
| Aanleiding | سبب | aanleiding, reden, oorzaak |
| Aantekening | ملاحظة | notitie, opmerking, kanttekening |
| Aanwezig | حاضر | aanwezig zijn, ergens aanwezig zijn |
| Abonnement | اشتراك | lidmaatschap, inschrijving |
| Actie | عمل | handeling, actie, operatie |
| Actief | نشط | actief zijn, bedrijvig, energiek |
| Activeren | تنشيط | activeren, in werking stellen |
| Activiteit | نشاط | activiteit, bezigheid, evenement |
| Afmelden | إلغاء التسجيل | afmelden, uitschrijven, zich afmelden |
| Afweging | اعتبار | overweging, denkproces, besluitvorming |
| Afwezig | غائب | niet aanwezig, afwezig zijn |
| Afzeggen | إلغاء | annuleren, afzeggen |
| Agent | وكيل | vertegenwoordiger, politieagent |
| Alinea | فقرة | paragraaf, alineatekst |
| Alsjeblieft | من فضلك | alstublieft, alsjeblieft |
| Amuseren | تسلية | vermaken, plezier hebben |
| App | تطبيق | applicatie, softwaretoepassing |
| April | أبريل | maand april |
| Argumenten | حجج | argumenten, bewijsvoering, redenen |
| Assistent | مساعد | helper, assistent, ondersteuner |
| Augustus | أغسطس | maand augustus |
| Baard | لحية | gezichtsbeharing, baard |
| Bagage | أمتعة | reisbagage, koffers, bagage |
| Balie | مكتب استقبال | receptie, balie, ontvangstbalie |
| Bankrekening | حساب بنكي | bankrekening, spaarrekening |
| Basisonderwijs | تعليم ابتدائي | basisschoolonderwijs, primaire onderwijs |
| Basisschool | مدرسة ابتدائية | basisschool, lagere school |
| Basketbal | كرة السلة | sport, basketbal |
| Bedrag | مبلغ | hoeveelheid, som, bedrag |
| Beleefd | مهذب | beleefd, vriendelijk, respectvol |
| Benieuwd | فضولي | nieuwsgierig, benieuwd |
| Beschrijving | وصف | uitleg, beschrijving, omschrijving |
| Beter | أفضل | beter, beter worden, verbetering |
| Bewoner | مقيم | inwoner, bewoner van een huis of plaats |
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Bezoeker | زائر | gast, bezoeker, iemand die op bezoek komt |
| Bezorgd | قلق | bezorgd, ongerust, bekommerd |
| Bezorgen | توصيل | afleveren, bezorgen van post of goederen |
| Boek | كتاب | boek, schriftelijk werk, document |
| Boete | غرامة | straf, boete, financiële sanctie |
| Bouw | بناء | constructie, bouwproces, het bouwen |
| Brievenbus | صندوق بريد | postbus, brievenbus, waar post wordt afgeleverd |
| Broek | سروال | kledingstuk, lange broek, pantalon |
| Brood | خبز | voedsel, brood |
| Bruin | بني | kleur, bruin |
| Buik | بطن | lichaamsdeel, buik |
| Bureau | مكتب | werktafel, bureau, kantoor |
| Buren | جيران | buren, mensen die naast of dichtbij wonen |
| Burgemeester | عمدة | leider van een stad of gemeente, burgemeester |
| Camera | كاميرا | fototoestel, camera |
| Capaciteit | سعة | volume, vermogen, capaciteit |
| Cd | سي دي | compact disc, digitale opslag |
| Centrum | مركز | middelpunt, centrum |
| Chauffeur | سائق | bestuurder, chauffeur, iemand die rijdt |
| Chef | رئيس | baas, supervisor, leidinggevende |
| Cijfer | رقم | getal, cijfer, beoordeling |
| Club | نادي | vereniging, club, sociale groep |
| Code | رمز | code, cijferreeks, identificatienummer |
| Collectie | مجموعة | verzameling, collectie |
| Contract | عقد | overeenkomst, contract |
| Cultureel | ثقافي | cultureel, met betrekking tot cultuur |
| Dansen | رقص | dansen, zich ritmisch bewegen op muziek |
| December | ديسمبر | maand december |
| Deelnemen | مشاركة | meedoen, deelnemen, betrokken zijn |
| Deelnemer | مشارك | iemand die meedoet, deelnemer |
| Derde | ثالث | derde in een rij, rangorde |
| Dichtbij | قريب | nabij, dichtbij |
| Digitaal | رقمي | digitaal, op computers of internet gebaseerd |
| Doos | صندوق | container, doos |
| Drieën | ثلاثة | drie eenheden, aantal van drie |
| Drogen | تجفيف | droog maken, drogen |
| Dun | نحيف | slank, dun, fijn |
| Dvd | دي في دي | digitale video-disc, opslagmedium |
| Eenzaam | وحيد | alleen, eenzaam |
| Eerste | الأول | eerste, de eerste in rij |
| Eigenaar | مالك | eigenaar, bezitter van iets |
| Elektriciteit | كهرباء | stroom, energiebron |
| Eruitzien | يبدو | uiterlijk hebben, eruitzien |
| Euro | يورو | Europese munteenheid, euro |
| Evenement | حدث | gebeurtenis, event |
| Februari | فبراير | maand februari |
| Fietser | راكب الدراجة | iemand die fietst, fietser |
| Fietspad | مسار دراجات | speciaal pad voor fietsers, fietspad |
| File | زحمة سير | verkeersopstopping, file |
| Finale | نهائي | eindronde, finale |
| Fles | زجاجة | fles, container voor vloeistof |
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Gemeente | بلدية | lokaal bestuur, gemeente |
| Gemiddeld | متوسط | gemiddeld, doorsnee, tussenwaarde |
| Gerecht | طبق | maaltijd, gerecht, voedsel |
| Gewond | مصاب | gewond, letsel, pijn |
| Glad | أملس | glad, zonder wrijving |
| Glas | زجاج | materiaal, glas; ook drinkglas |
| Gram | جرام | gewichtsmaat, gram |
| Gras | عشب | plant, gras, gazon |
| Griep | انفلونزا | ziekte, griep |
| Grijs | رمادي | kleur, grijs |
| Groet | تحية | begroeting, groet |
| Groeten | تحيات | begroeten, een hallo sturen |
| Grootmoeder | جدة | oma, grootmoeder |
| Grootvader | جد | opa, grootvader |
| Haast | عجلة | spoed, haast |
| Haastig | على عجل | gehaast, snel handelen |
| Handdoek | منشفة | doek om te drogen, handdoek |
| Handtekening | توقيع | handtekening, naamtekening |
| Hersenen | دماغ | orgaan, hersenen, brein |
| Het weer | الطقس | klimaat, weersomstandigheden |
| Hoed | قبعة | kledingstuk voor hoofd, hoed |
| Honger | جوع | behoefte aan eten, honger |
| Horeca | قطاع الضيافة | hotel-, restaurant- en cateringsector |
| Hout | خشب | materiaal, hout |
| Huid | جلد | buitenste laag van het lichaam, huid |
| Huilen | بكاء | tranen laten, huilen |
| IJs | ثلج | bevroren water, ijs |
| Inleveren | تسليم | afgeven, inleveren, indienen |
| Inloggen | تسجيل الدخول | toegang krijgen, inloggen |
| Inpakken | تغليف | verpakken, inpakken |
| Inschrijven | تسجيل | registreren, inschrijven |
| Insect | حشرة | dier, insect |
| Instructie | تعليمات | uitleg, instructie, aanwijzing |
| Internationaal | دولي | wereldwijd, internationaal |
| Inwoner | ساكن | iemand die ergens woont, inwoner |
| Inzamelen | جمع | verzamelen, inzamelen, bijeenbrengen |
| Jaarlijks | سنوياً | elk jaar, jaarlijks |
| Januari | يناير | maand januari |
| Jas | معطف | bovenkleding, jas |
| Je zei | قلت | jij hebt gezegd, je zei |
| Juli | يوليو | maand juli |
| Juni | يونيو | maand juni |
| Jurk | فستان | kledingstuk, jurk |
| Kampioen | بطل | winnaar, kampioen |
| Kast | خزانة | meubelstuk, kast |
| Keel | حلق | lichaamsdeel, keel |
| Keuken | مطبخ | kookruimte, keuken |
| Klacht | شكوى | klacht, bezwaar |
| Klok | ساعة | tijdmeter, klok |
| Klus | مهمة | taak, klus, werk |
| Knie | ركبة | lichaamsdeel, knie |
| Knippen | قص | met schaar knippen, knippen van iets |
| Knoop | زر | sluiting, knoop |
| Koe | بقرة | dier, koe |
| Koffie | قهوة | warme drank, koffie |
| Kok | طاه | chef, kok, iemand die kookt |
| Kraan | صنبور | waterkraan, kranen |
| Kruispunt | تقاطع | plaats waar wegen samenkomen, kruispunt |
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Lamp | مصباح | lichtbron, lamp |
| Langskomen | زيارة | een bezoek brengen, langskomen |
| Laptop | كمبيوتر محمول | draagbare computer, laptop |
| Later | لاحقاً | op een later tijdstip, later |
| Leeg | فارغ | zonder inhoud, leeg |
| Leiden | قيادة | aanvoeren, leiden, de leiding nemen |
| Leider | قائد | iemand die aanvoert, leider |
| Leidinggevende | مدير | manager, leidinggevende |
| Lepel | ملعقة | bestek, lepel |
| Leraar | معلم | docent, leraar |
| Les | درس | onderwijs, les, instructie |
| Letter | حرف | schriftteken, letter |
| Licht | ضوء | verlichting, licht |
| Lief | لطيف | aardig, lief, vriendelijk |
| Liefde | حب | sterke emotie, liefde |
| Liegen | كذب | onwaarheden vertellen, liegen |
| Lift | مصعد | mechanisch toestel om omhoog te gaan, lift |
| Lijden | يعاني | pijn of verdriet ervaren, lijden |
| Lijk | جثة | lichaam van een overledene, lijk |
| Lip | شفة | lichaamsdeel, lip |
| Liter | لتر | inhoudsmaat, liter |
| Lokaal | محلي | plaatselijk, lokaal |
| Lucht | هواء | atmosfeer, lucht |
| Luchtvaart | الطيران | vliegverkeer, luchtvaart |
| Lunch | غداء | middagmaaltijd, lunch |
| Maaltijd | وجبة | maaltijd, eten op vaste tijd |
| Maart | مارس | maand maart |
| Macht | سلطة | controle, macht, autoriteit |
| Mailen | إرسال بريد إلكتروني | e-mail versturen, mailen |
| Maken | صنع | iets creëren, maken |
| Makkelijk | سهل | eenvoudig, makkelijk |
| Maling | عدم الاكتراث | geen zorgen maken, maling |
| Man | رجل | man, volwassen persoon |
| Manager | مدير | leidinggevende, manager |
| Mand | سلة | gevlochten bak, mand |
| Materiaal | مادة | grondstof, materiaal |
| Maximaal | الحد الأقصى | hoogste limiet, maximaal |
| Medewerker | موظف | iemand die ergens werkt, medewerker |
| Meegaan | مرافقة | meegaan, vergezellen |
| Mei | مايو | maand mei |
| Meneer | سيد | aanspreking voor man, meneer |
| Mes | سكين | snijgereedschap, mes |
| Metalen | معادن | gemaakt van metaal, metalen |
| Methode | طريقة | manier, methode |
| Meubel | أثاث | huisraad, meubel |
| Mevrouw | سيدة | aanspreking voor vrouw, mevrouw |
| Middag | الظهيرة | tijd tussen ochtend en avond, middag |
| Middel | وسيلة | hulpmiddel, middel |
| Mislukking | فشل | niet slagen, mislukking |
| Missen | فقد | niet hebben, missen |
| Moeder | أم | vrouwelijke ouder, moeder |
| Moeilijk | صعب | lastig, moeilijk |
| Mogelijk | ممكن | mogelijk, haalbaar |
| Mogelijkheid | إمكانية | optie, mogelijkheid |
| Moment | لحظة | korte tijd, moment |
| Mond | فم | lichaamsdeel, mond |
| Mooi | جميل | aantrekkelijk, mooi |
| Morgen | غدا | de volgende dag, morgen |
| Mouw | كم | onderdeel van kleding, mouw |
| Naam | اسم | benaming, naam |
| Naar | إلى | in de richting van, naar |
| Naartoe | إلى | bestemming, naartoe |
| Nakijken | مراجعة | controleren, nakijken |
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Nat | رطب | vochtig, nat |
| Natuur | طبيعة | omgeving, flora en fauna, natuur |
| Natuurlijk | طبيعي | vanzelfsprekend, zonder toevoegingen, natuurlijk |
| Nederlands | هولندي | taal of afkomst uit Nederland, Nederlands |
| Nek | رقبة | lichaamsdeel, nek |
| Net | شبكة | netwerk, net; ook netjes of schoon |
| Netwerk | شبكة علاقات | onderling verbonden systeem, netwerk |
| Nieuw | جديد | recent, nog niet oud, nieuw |
| Nood | حاجة | noodsituatie, dringende behoefte |
| Noodzakelijk | ضروري | vereist, onmisbaar, noodzakelijk |
| Notitie | ملاحظة | aantekening, notitie, korte opmerking |
| November | نوفمبر | maand november |
| Nummer | رقم | cijferreeks, nummer |
| Ochtend | صباح | tijd van zonsopgang tot middag, ochtend |
| Oktober | أكتوبر | maand oktober |
| Ondernemer | رجل أعمال | bedrijfsstarter, ondernemer |
| Online | على الإنترنت | verbonden met internet, online |
| Ontbijt | إفطار | eerste maaltijd van de dag, ontbijt |
| Oom | عم | broer van ouder, oom |
| Oorlog | حرب | conflict tussen landen of groepen, oorlog |
| Opbellen | الاتصال | telefonisch contact maken, opbellen |
| Openbaar | عام | voor iedereen toegankelijk, openbaar |
| Openbaar vervoer | النقل العام | transportdienst voor publiek, openbaar vervoer |
| Opschrijven | كتابة | noteren, opschrijven |
| Opsturen | إرسال | verzenden, opsturen |
| Oud | قديم | niet nieuw, oud |
| Ouder | الوالد أو الوالدة | vader of moeder, ouder |
| Oudere | كبير السن | bejaard persoon, oudere |
| Over | حول | over een onderwerp, over iets |
| Overhemd | قميص | kledingstuk, overhemd |
| Overzicht | نظرة عامة | overzicht, samenvatting |
| Paard | حصان | dier, paard |
| Pak | بدلة | nette kleding, pak; ook een verpakking |
| Pakket | طرد | verzendbare doos, pakket |
| Pardon | عفواً | verontschuldiging, pardon |
| Park | حديقة | openbaar groen, park |
| Parkeerplaats | موقف سيارات | plaats om te parkeren, parkeerplaats |
| Parkeren | ركن السيارة | voertuig stallen, parkeren |
| Partner | شريك | levensgezel, zakelijke partner |
| Passagier | راكب | reiziger, passagier |
| Patroon | نمط | herhaald ontwerp, patroon |
| Pauze | استراحة | korte onderbreking, pauze |
| Peper | فلفل | specerij, peper |
| Perfect | مثالي | zonder gebreken, perfect |
| Periode | فترة | tijdsduur, periode |
| Permanente | دائمة | blijvend, permanent |
| Personeel | موظفون | medewerkers, personeel |
| Pet | قبعة صغيرة | hoofddeksel, pet |
| Piano | بيانو | muziekinstrument, piano |
| Pinpas | بطاقة بنكية | betaalmiddel, pinpas |
| Plannen | التخطيط | organiseren, plannen |
| Plastic | بلاستيك | kunststof, plastic |
| Plezier | متعة | vreugde, plezier |
| Plotseing | فجأة | onverwacht, plotseling |
| Politie | شرطة | ordehandhaving, politie |
| Printen | الطباعة | afdrukken, printen |
| Probleem | مشكلة | moeilijkheid, probleem |
| Proeven | تذوق | smaaktesten, proeven van eten of drinken |
| Programma | برنامج | overzicht, planning of softwareprogramma |
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Project | مشروع | geplande activiteit, project |
| Publiciteit | دعاية | bekendheid geven, publiciteit |
| Raad | مجلس | adviesorgaan of vergadering, raad |
| Raam | نافذة | opening in muur, raam |
| Reden | سبب | aanleiding, reden |
| Reis | رحلة | verplaatsing, reis |
| Reken | حساب | rekenen, berekenen |
| Rennen | ركض | snel lopen, rennen |
| Reparatie | إصلاح | herstellen, reparatie |
| Richting | اتجاه | koers, richting |
| Rijbewijs | رخصة القيادة | autorisatie voor rijden, rijbewijs |
| Rijden | قيادة | besturen, rijden |
| Risico | مخاطرة | gevaar, risico |
| Rok | تنورة | kledingstuk, rok |
| Roken | تدخين | tabak inhaleren, roken |
| Rooster | جدول | planning, rooster |
| Rotzooi | فوضى | rommel, rotzooi |
| Roze | وردي | kleur, roze |
| Rug | ظهر | lichaamsdeel, rug |
| Rugzak | حقيبة ظهر | tas voor op de rug, rugzak |
| Ruilen | تبادل | wisselen, ruilen |
| Ruimte | مساحة | plaats, ruimte |
| Rust | راحة | ontspanning, rust |
| Schaal | مقياس | maatverdeling of schaal |
| Schaar | مقص | knipgereedschap, schaar |
| Schade | ضرر | verlies of letsel, schade |
| Scherp | حاد | scherp, puntig |
| Schilder | رسام | kunstenaar, schilder |
| Schilderij | لوحة | kunstwerk, schilderij |
| Schip | سفينة | groot vaartuig, schip |
| Schoen | حذاء | schoeisel, schoen |
| School | مدرسة | onderwijsinstelling, school |
| Schoon | نظيف | zonder vuil, schoon |
| Schoonheid | جمال | aantrekkelijkheid, schoonheid |
| Schouder | كتف | lichaamsdeel, schouder |
| Schrijven | كتابة | tekst maken, schrijven |
| Schuur | حظيرة | bijgebouw, schuur |
| Secretaresse | سكرتيرة | administratief medewerker, secretaresse |
| Seizoen | موسم | jaargetijde, seizoen |
| Senator | سيناتور | parlementslid, senator |
| September | سبتمبر | maand september |
| Serie | سلسلة | reeks, serie |
| Sessie | جلسة | bijeenkomst, sessie |
| Slaap | نوم | rusttoestand, slaap |
| Slaapkamer | غرفة نوم | ruimte om te slapen, slaapkamer |
| Slachtoffer | ضحية | persoon met schade, slachtoffer |
| Slang | أفعى | reptiel, slang |
| Slecht | سيء | niet goed, slecht |
| Sleutel | مفتاح | instrument om slot te openen, sleutel |
| Slijpen | شحذ | scherp maken, slijpen |
| Sloeg | ضرب | verleden tijd van slaan, sloeg |
| Sluiten | إغلاق | dichtdoen, sluiten |
| Smaak | طعم | zintuig of voorkeur, smaak |
| Smartphone | هاتف ذكي | slimme mobiele telefoon, smartphone |
| Sneeuw | ثلج | neerslag in vlokken, sneeuw |
| Snijden | قطع | in stukken verdelen, snijden |
| Soep | حساء | vloeibaar voedsel, soep |
| Sok | جورب | voetbekleding, sok |
| Sorry | آسف | verontschuldiging, sorry |
| Spaarrekening | حساب توفير | bankrekening voor sparen, spaarrekening |
| Spier | عضلة | lichaamsdeel, spier |
| Sport | رياضة | fysieke activiteit, sport |
| Spreken | تحدث | communiceren, spreken |
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Spreken | تحدث | communiceren, spreken |
| Spullen | أشياء | dingen, spullen |
| Staaf | عصا | langwerpig object, staaf |
| Stad | مدينة | stedelijk gebied, stad |
| Stage | تدريب | praktijkervaring, stage |
| Stage lopen | التدريب | stage lopen, ervaring opdoen |
| Stagiair, Stagiaire | متدرب/ة | persoon in opleiding, stagiair, stagiaire |
| Staken | إضراب | werk neerleggen, staken |
| Stap | خطوة | beweging, stap |
| Start | بداية | beginpunt, start |
| Starten | بدء | beginnen, starten |
| Steen | حجر | hard mineraal, steen |
| Stelen | سرق | ontvreemden, stelen |
| Ster | نجم | hemellichaam, ster |
| Sterk | قوي | krachtig, sterk |
| Steun | دعم | hulp, steun |
| Stijl | أسلوب | manier van doen, stijl |
| Stikstof | نيتروجين | gas, stikstof |
| Stoel | كرسي | zitmeubel, stoel |
| Stoep | رصيف | voetpad langs de weg, stoep |
| Streven | سعى | streven, doelen bereiken |
| Stroom | تيار | water- of elektriciteitsstroom, stroom |
| Studiegenoot | زميل دراسة | medestudent, studiegenoot |
| Stuk | قطعة | deel van iets, stuk |
| Substantie | مادة | stof, substantie |
| Systeem | نظام | geordende structuur, systeem |
| Taal | لغة | communicatievorm, taal |
| Taart | كعكة | gebak, taart |
| Tabel | جدول | lijst, tabel |
| Tafel | طاولة | meubel om aan te zitten, tafel |
| Tag | بطاقة | etiket, tag |
| Tand | سن | onderdeel van mond, tand |
| Tante | عمة / خالة | zuster van vader of moeder, tante |
| Tas | حقيبة | draagzak, tas |
| Taxi | تاكسي | vervoermiddel, taxi |
| Team | فريق | groep mensen, team |
| Teen | إصبع القدم | deel van de voet, teen |
| Telefoon | هاتف | communicatiemiddel, telefoon |
| Tennis | تنس | sport met rackets, tennis |
| Tevoren | مسبقاً | vooraf, tevoren |
| Thee | شاي | warme drank, thee |
| Tijd | وقت | duur, tijd |
| Tijdelijk | مؤقت | tijdelijk, niet permanent |
| Tillen, optillen | رفع | omhoog brengen, tillen |
| Timmeren | نجارة | werken met hout, timmeren |
| Toegang | دخول | mogelijkheid om ergens in te komen, toegang |
| Toelichten | توضيح | uitleggen, toelichten |
| Toepassing | تطبيق | het gebruiken van iets, toepassing |
| Tong | لسان | onderdeel van mond, tong |
| Toonbank | طاولة العرض | balie in een winkel, toonbank |
| Trainen, trainer | تدريب، مدرب | oefening, trainen |
| Training | تدريب | oefening, training |
| Trap | درج | traptrede, trap |
| Trouw | ولاء | loyaliteit, trouw |
| Trui | سترة | kledingstuk, trui |
| Tuin | حديقة | buitenruimte, tuin |
| Tuinieren | البستنة | tuinwerkzaamheden, tuinieren |
| Twee | اثنان | aantal, twee |
| Uitgang | مخرج | uitgang, weg naar buiten |
| Uitje | رحلة | uitstapje, uitje |
| Uitkijken | انتبه | voorzichtig zijn, uitkijken |
| Uitleg | شرح | verduidelijking, uitleg |
| Uitsteken | يبرز | uitsteken, opvallen |
| Uittrekken | سحب | verwijderen, uittrekken |
| Uitverkoop | بيع | verkoop met korting, uitverkoop |
| Uitvoering | تنفيذ | uitvoering, realiseren |
| Uitwerken | العمل على | uitwerken, verder ontwikkelen |
| Uitzenden | إرسال | uitzenden, versturen |
| Uitzending | بث | uitzending, uitzending op tv |
| Uitzendkracht | عامل مؤقت | tijdelijke werknemer, uitzendkracht |
| Uitzicht | منظر | uitzicht, panorama |
| Uitzoeken | بحث | zoeken, uitzoeken |
| Vakantie | عطلة | vakantie, vrije tijd |
| Val | سقوط | vallen, val |
| Vallen | سقط | naar beneden vallen, vallen |
| Vanmiddag | بعد الظهر | tijd na de middag, vanmiddag |
| Vanmorgen | صباح اليوم | tijd na de ochtend, vanmorgen |
| Vannacht | الليلة الماضية | de afgelopen nacht, vannacht |
| Vasthouden | تمسك | vastgrijpen, vasthouden |
| Veiligheid | أمان | bescherming, veiligheid |
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Veiligheid | أمان | bescherming, veiligheid |
| Verantwoord | مسؤول | verantwoordelijkheid, verantwoord |
| Verbaasd | مذهول | verrast, verbaasd |
| Verdrietig | حزين | verdrietig, triest |
| Verenigen | اتحاد | samenbrengen, verenigen |
| Vereniging | جمعية | organisatie, vereniging |
| Verhuizen | انتقل | verhuizen, verplaatsing van woonplaats |
| Verkeer | حركة المرور | verkeer, transport |
| Verkiezing | انتخاب | verkiezing, stemming |
| Verklaren | شرح | verklaren, uitleggen |
| Verkopen | بيع | verkopen, verkopen van goederen |
| Verleden | ماضٍ | het verleden, vroeger |
| Verleiden | إغواء | verleiden, iemand beïnvloeden |
| Verlichting | إضاءة | verlichting, licht |
| Verlies | خسارة | verlies, verlies van iets of iemand |
| Vermijden | تجنب | ontwijken, vermijden |
| Vermogen | قدرة | capaciteiten, vermogen |
| Vernieuwen | تجديد | vernieuwen, iets opnieuw maken |
| Verpleeghuis | دار رعاية المسنين | zorgcentrum voor ouderen, verpleeghuis |
| Verpleegkundige | ممرض | zorgverlener, verpleegkundige |
| Verpleegster | ممرضة | vrouwelijke zorgverlener, verpleegster |
| Verplegen | رعاية | zorgen voor iemand, verplegen |
| Verpleger | ممرض | mannelijke zorgverlener, verpleger |
| Verschriklijk | فظيع | vreselijk, verschrikkelijk |
| Verstaan | فهم | begrijpen, verstaan |
| Verstand | عقل | geest, verstand |
| Vertrouwen | ثقة | vertrouwen, geloof in iemand |
| Vervangen | استبدال | vervangen, ruilen |
| Vervelen | ملل | zich vervelen, vervelen |
| Vervelend | مزعج | irritant, vervelend |
| Vervolg | متابعة | vervolg, opvolging |
| Verwijderen | إزالة | verwijderen, weghalen |
| Vijand | عدو | tegenstander, vijand |
| Vlees | لحم | vlees, voedsel van dieren |
| Vlek | بقعة | vlek, vlek op kleding of andere oppervlakken |
| Vliegtuig | طائرة | luchtvoertuig, vliegtuig |
| Vloer | أرضية | vloer, oppervlak om op te lopen |
| Vlucht | رحلة | reis met een vervoermiddel, vlucht |
| Vluchteling | لاجئ | persoon die zijn land ontvlucht, vluchteling |
| Voeding | تغذية | voedsel, voeding |
| Voedsel | طعام | eten, voedsel |
| Voetbal | كرة القدم | sport, voetbal |
| Voetbalclub | نادي كرة القدم | vereniging voor voetbal, voetbalclub |
| Vogel | طائر | dier dat vliegt, vogel |
| Volgend | التالي | volgend, daarna |
| Voorkomen | تجنب | vermijden, voorkomen |
| Voorlezen | قرأ | hardop lezen, voorlezen |
| Voorlichting | توعية | informatie geven, voorlichting |
| Voorstel | اقتراح | voorstel, idee |
| Vorige | سابق | vorig, eerder |
| Vork | شوكة | eetgerei, vork |
| Vormen | شكل | vormen, creëren van iets in een bepaalde vorm |
| Vrachtwagen | شاحنة | groot voertuig voor transport van goederen |
| Vragen | سأل | vragen, informeren |
| Vriend | صديق | vriend, goede vriend |
| Vriendelijk | ودود | aardig, vriendelijk |
| Vriendschap | صداقة | band van vriendschap, vriendschap |
| Vrijwilliger | متطوع | vrijwilliger, iemand die onbetaald werkt |
| Vrolijk | سعيد | blij, vrolijk |
| Vrolijkheid | فرح | blijdschap, vrolijkheid |
| Vrouw | امرأة | vrouw, volwassen meisje |
| Vrouwen | نساء | vrouwen, vrouwelijke mensen |
| Waaien | هب | waaien, wind die blaast |
| Waarschuwen | حذر | waarschuwing geven, waarschuwen |
| Wassen | غسل | reinigen met water, wassen |
| Website | موقع الكتروني | internetpagina, website |
| Wedstrijd | مسابقة | competitie, wedstrijd |
| Weekeinde | عطلة نهاية الأسبوع | het weekend, vrije dagen |
| Werkgever | صاحب العمل | persoon die werk geeft, werkgever |
| Werkloos | عاطل عن العمل | zonder werk, werkloos |
| Werknemer | موظف | werknemer, persoon die werkt |
| Werkstuk | عمل دراسي | project, werkstuk |
| Wind | ريح | luchtbeweging, wind |
| Wiskunde | رياضيات | vakgebied, wiskunde |
| Wolk | سحابة | luchtdeeltje, wolk |
| Zaken | أعمال | bedrijfsmatige handelingen, zaken |
| Zelf | نفسه | jezelf, zelf |
| Zich haasten | تسرع | snel bewegen, zich haasten |
| Ziek | مريض | niet gezond, ziek |
| Zij | هي | zij (vrouwelijk), zij (deze persoon) |
| Zilver | فضة | edelmetaal, zilver |
| Zoon | ابن | zoon, mannelijk kind |
| Zwart | أسود | kleur zwart, donker |
| Zwemmen | سباحة | zwemmen, de sport van zwemmen |
LET OP
Een aantal woorden die hierboven staan kunnen vervangen worden. Denk aan:
- Januari => februari, juni, december, enz. Kortom: leer de Maanden van het jaar
- Herfst => winter, zomer, lente. Kortom: leer de Seizoenen
- Moeder => vader, kind, oom, enz. Kortom: leer de Familie
- Tafel => stoel, bank, kast, enz. Kortom: leer de Meubels
- Keuken => woonkamer, hal, enz. Kortom: leer de kamers/ruimten in een HUIS
- Verdrietig => boos, moe, blij, enz. Kortom: leer de Emoties
- Verpleegster => timmerman, schilder, enz. Kortom: leer de Beroepen
- Voetbal => tennis, zwemmen, enz. Kortom: leer de Sporten & Hobby’s
- Basisonderwijs => Hoger Beroepsonderwijs, Bijzonder onderwijs, enz. Kortom: leer de Schooltypen
- ’s Ochtends => ’s avonds, middag, vannacht, vroeger, enz. Kortom: leer de Tijdsaanduidingen
- Het weer => regen, zon, enz. Kortom: leer de weertypen
Op deze website komt dit allemaal aan de orde, met name onder “Woordenschat”.
Synoniemen
Veel van de hierboven genoemde woorden hebben synoniemen (andere betekenissen). En er zijn verschillende Nederlandse voegwoorden en verbindende woorden die een oorzaak, gevolg, tijd, of opeenvolging aangeven en zo voor afwisseling in zinnen zorgen. Hieronder volgt een schema met mogelijke alternatieven en hun gebruik:
| Type | Woord | Betekenis of Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| Oorzaak | Doordat | Wijst op een oorzaak of reden | “Doordat het stormde, bleven we binnen.” |
| Omdat | Geeft een reden, vaak voor een beslissing of uitleg | “Ik ben thuisgebleven omdat het stormde.” | |
| Aangezien | Lijkt op “omdat,” vaak iets formeler | “Aangezien het stormde, was er niemand op straat.” | |
| Daar | Formeler, geeft een oorzaak aan | “Daar de storm aanhield, werd de vlucht geannuleerd.” | |
| Gevolg | Waardoor | Beschrijft het gevolg van een oorzaak | “Het regende hard, waardoor het veld modderig werd.” |
| Zodat | Geeft een doel of gevolg aan | “Ik werkte door, zodat ik op tijd klaar was.” | |
| Vandaar | Gebruik voor gevolg, vaak informeel | “Het regende, vandaar dat we binnen bleven.” | |
| Hierdoor | Verwijst naar een gevolg van iets eerder gezegd | “De stroom viel uit, hierdoor was het donker.” | |
| Tijd | Daarna | Geeft een opeenvolging aan | “Eerst regende het, daarna kwam de zon.” |
| Vervolgens | Beschrijft wat daarna gebeurt, iets formeler | “Hij las het boek uit en vervolgens ging hij slapen.” | |
| Nadien | Alternatief voor “daarna,” iets ouderwets | “Het regende, en nadien klaarde het op.” | |
| Later | Geeft een latere tijdsperiode aan | “We gingen eerst eten en later naar de film.” | |
| Opeenvolging | En toen | Populair bij kinderen, maar leidt vaak tot herhaling | “En toen kwam de regen. En toen gingen we naar binnen.” |
| Daarna | Beter alternatief voor “en toen” | “We speelden buiten, daarna gingen we naar binnen.” | |
| Ten slotte | Beschrijft de laatste stap in een reeks | “Ten slotte ruimden we alles op.” | |
| Uiteindelijk | Geeft aan wat er aan het eind van de reeks gebeurde | “We probeerden alles, uiteindelijk lukte het!” |
Tips voor variatie in zinsstructuur:
Wissel verbindingswoorden: In plaats van “en toen” steeds te herhalen, wissel met “daarna,” “vervolgens,” en “ten slotte” om een verhaal op te bouwen.
Gebruik synoniemen: Zoals in het schema hierboven, wissel woorden als “doordat” af met “omdat,” “aangezien,” en “daar.”
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|
| Bank | بنك | Meubel om op te zitten Financiële instelling Mistbank |
| Beter | أفضل | Gezonder worden (bijv. “Ik voel me beter”) Vergelijkend, van hogere kwaliteit (bijv. “Dit is beter dan dat”) |
| Bewoner | ساكن | Iemand die in een woning woont Inwoners van een gebied (bijv. “bewoners van de stad”) |
| Boete | غرامة | Strafbetaling voor een overtreding Religieus concept van spijt/bekering |
| Chef | رئيس | Leidinggevende in een bedrijf, kookprofessional in een restaurant (kok) |
| Code | شيفرة | Systeem van tekens of regels (bijv. “geheime code”), programmeertaal of computercode |
| Contract | عقد | Bindende overeenkomst tussen partijen De actie van samentrekken in de medische wereld (bijv. spieren) |
| Doos | صندوق | Voorwerp om dingen in te bewaren Informele term voor een dom persoon |
| Gerecht | طبق | Gerecht in de rechtspraak Maaltijd of deel van een maaltijd |
| Glas | زجاج | Materiaal (zoals in ramen) Drinkbeker gemaakt van glas |
| Hoed | قبعة | Hoofddeksel Uitdrukking “de hoed ophebben” (de leiding hebben) |
| Kast | خزانة | Opbergmeubel Elektrotechnische kast (bijv. meterkast of schakelkast) |
| Keel | حنجرة | Deel van het lichaam Opening van een machine (bijv. keel van een naaimachine) |
| Kraan | صنبور | Voorwerp om water te tappen Hijskraan in de bouw |
| Licht | ضوء | Zonlicht of verlichting Lichtgewicht (tegenovergesteld van zwaar) |
| Lokaal | محلي | Ruimte in een gebouw (bijv. klaslokaal), gebied of plaatsgebonden (bijv. lokale producten) |
| Macht | قوة | Kracht of controle over iets of iemand Rekenkundige bewerking (bijv. “2 tot de macht van 3”) |
| Man | رجل | Volwassen mannelijke persoon Partner in een huwelijk of relatie |
| Mans | شجاع | Bijvoeglijk naamwoord “dapper” of “stoer” Variant van de naam “Mans” (kort voor “Mannes”) |
| Net | نظيف | Schone, opgeruimde staat, netwerk van communicatie, sportartikel (bijv. tennisnet) |
| Notitie | ملاحظة | Aantekening Informele, korte herinnering of opmerking |
| Over | فوق | Overheen (bijv. “Ik liep over de brug”), betreffende (bijv. “Een boek over geschiedenis”) Verleden (bijv. “De vakantie is over”) |
| Schip | سفينة | Vaartuig op water Ruimtevaartuig (bijv. “ruimtevaartuig”) |
| Stage | تدريب | Werkervaring opdoen als student Platform (bijv. “het toneel”) |
| Stap | خطوة | Een enkele beweging met je voet Een fase in een proces |
| Stroom | تدفق | Elektrische energie Rivier of water dat stroomt |
| Tijd | وقت | Meetbare eenheid (seconden, minuten) Gelegenheid of moment (bijv. “Ik heb geen tijd”) |
| Toepassing | تطبيق | Manier waarop iets wordt gebruikt Specifieke software of app |
| Vereniging | جمعية | Organisatie of club van mensen Handeling van samenkomen |
| Verlies | خسارة | Het kwijtraken van iets Financieel verlies |
| Voorkomen | مظهر | Het uiterlijk hebben van iets (bijv. “Hij heeft een kalm voorkomen”) Het vermijden van iets (bijv. “We moeten ongelukken voorkomen”) |
| Vrijwilliger | متطوع | Iemand die uit vrije wil ergens aan meedoet Iemand die vrijwillig in een strijd meedoet |
Tegenstellingen
Heel veel van de hierboven genoemde woorden kennen tegenstellingen. Handig voor het uitbreiden van je woordenschat.
| Nederlands | Arabisch | Betekenis(sen) | Tegenstelling | Arabisch | Betekenis(sen) |
|---|---|---|---|---|---|
| ’s Avonds | مساءً | In de avond, avondtijd | ’s Ochtends | صباحاً | In de ochtend, ochtendtijd |
| Beter | أفضل | Verbetering, beter worden | Slechter | أسوأ | Minder goed, van lagere kwaliteit |
| Aanwezig | حاضر | Ergens aanwezig zijn | Afwezig | غائب | Niet aanwezig, niet aanwezig zijn |
| Afzeggen | إلغاء | Annuleren, afzeggen | Bevestigen | تأكيد | Bevestigen, iets toezeggen |
| Actief | نشط | Energiek, bedrijvig, actief zijn | Passief | خامل | Niet actief, zonder energie of actie |
| Privé | خاص | Persoonlijk, niet openbaar | Openbaar | علني | Toegankelijk voor iedereen |
| Zwak | ضعيف | Niet sterk, weinig kracht | Sterk | قوي | Krachtig, veel kracht |
| Lijden | معاناة | Pijn ervaren, ongemak hebben | Genieten | استمتع | Plezier ervaren, iets positief ervaren |
| Vrouw | امرأة | Volwassen vrouwelijke persoon | Man | رجل | Volwassen mannelijke persoon |
| Groen | أخضر | Kleur van gras, natuur | Rood | أحمر | Kleur, vaak geassocieerd met passie of gevaar |
| Ogen | عيون | Zintuigen voor zien, lichaamsdeel | Oren | أذنان | Zintuigen voor horen, lichaamsdeel |
| Vork | شوكة | Bestek voor eten, om te prikken | Lepel | ملعقة | Bestek voor vloeibare gerechten |
| Schaar | مقص | Gereedschap om te knippen | Mes | سكين | Gereedschap om te snijden |
| Stap | خطوة | Beweging van voet, fase in een proces | Sprong | قفزة | Grote stap of springbeweging |
| Ochtend | صباح | Eerste deel van de dag, van zonsopgang tot ongeveer 12:00 | Nacht | ليل | Het tegenovergestelde van dag, duisternis |
| Op | على | Plaatsbepaling, bovenop iets | Onder | تحت | Onder iets, in de lagere positie |
| Drogen | تجفيف | Het verwijderen van vocht | Nat maken | ترطيب | Het bevochtigen, het in contact brengen met water |
| Fietser | راكب الدراجة | Iemand die fietst, fietser | Voetganger | مشاة | Iemand die te voet gaat, wandelaar |
| File | زحمة سير | Verkeersopstopping, file | Vlotte doorstroming | حركة سير سهلة | Vlotte beweging van verkeer, geen opstopping |
| Finale | نهائي | Eindronde, finale | Voorronde | جولة تمهيدية | Eerste ronde, voorafgaand aan de finale |
| Fietspad | مسار دراجات | Speciaal pad voor fietsers, fietspad | Openbare weg / Wandelpad | طريق عام / ممر مشاة | Weg voor voertuigen / Pad voor voetgangers |
| Euro | يورو | Europese munteenheid, euro | Euromunt / Eurobiljet | عملة يورو / ورقة نقدية | Euro in munten / Euro in biljetten |
| Fles | زجاجة | Fles, container voor vloeistof | Kartonnen pak | عبوة كرتون | Bijvoorbeeld voor water of melk |
| Inpakken | تغليف | Verpakken, inpakken | Uitpakken | تفريغ | Iets uit een verpakking halen |
| Huilen | بكاء | Tranen laten, huilen | Lachen | ضحك | Vrolijkheid, tegenovergesteld aan huilen |
| Glad | أملس | Glad, zonder wrijving | Ruw | خشن | Met wrijving, niet glad |
| Internationaal | دولي | Wereldwijd, internationaal | Nationaal | محلي | Beperk tot één land |
| Haastig | على عجل | Gehaast, snel handelen | Langzaam | بطيء | Niet gehaast, langzaam |
| Rechter | يمين | Rechts | Links | يسار | Links, tegenovergesteld van rechts |
| Klacht | شكوى | Klacht, bezwaar | Compliment | مجاملة | Positieve feedback |
| Haast | عجلة | Spoed, haast | Rust | هدوء | Kalme, ontspannen toestand |
| Honger | جوع | Behoefte aan eten, honger | Dorst | عطش | Behoefte aan drinken |
| Zon | شمس | Hemels object, zon | Maan | قمر | Hemels object, maan |
| Leeg | فارغ | Zonder inhoud, leeg | Vol | مليء | Met inhoud |
| Licht | ضوء | Verlichting, licht | Donker | مظلم | Gebrek aan licht |
| Lief | لطيف | Aardig, lief, vriendelijk | Lelijk | قبيح | Niet mooi, onaangenaam |
| Liegen | كذب | Onwaarheden vertellen, liegen | Vertellen | قول | De waarheid spreken |
| Lijden | يعاني | Pijn of verdriet ervaren, lijden | Gelukkig | سعيد | Blij, geen lijden |
| Makkelijk | سهل | Eenvoudig, makkelijk | Moeilijk | صعب | Lastig, moeilijk |
| Maximaal | الحد الأقصى | Hoogste limiet, maximaal | Minimaal | الحد الأدنى | Laagste limiet, minimaal |
| Mislukking | فشل | Niet slagen, mislukking | Succes | نجاح | Het behalen van succes |
| Mogelijk | ممكن | Mogelijk, haalbaar | Onmogelijk | مستحيل | Niet haalbaar, niet mogelijk |
| Morgen | غداً | De volgende dag, morgen | Gisteren | أمس | De dag voor vandaag |
| Nieuw | جديد | Recent, nog niet oud, nieuw | Oud | قديم | Niet nieuw, oud |
| Nood | حاجة | Noodsituatie, dringende behoefte | Rust | راحة | Geen urgente behoefte, rustig |
| Noodzakelijk | ضروري | Vereist, onmisbaar, noodzakelijk | Onnodig | غير ضروري | Niet noodzakelijk |
| Openbaar | عام | Voor iedereen toegankelijk, openbaar | Privé | خاص | Niet openbaar, privé |
| Opschrijven | كتابة | Noteren, opschrijven | Afhalen | مسح | Wegstrepen, afhalen |
| Permanente | دائمة | Blijvend, permanent | Tijdelijk | مؤقت | Niet blijvend, tijdelijk |
| Perfect | مثالي | Zonder gebreken, perfect | Onvolmaakt | غير كامل | Niet perfect, met gebreken |
| Probleem | مشكلة | Moeilijkheid, probleem | Oplossing | حل | Antwoord, oplossing |
| Nat | رطب | Vochtig, nat | Droog | جاف | Niet nat, droog |
| Nood | حاجة | Noodsituatie, dringende behoefte | Rust | راحة | Geen urgente behoefte, rustig |
| Openbaar | عام | Voor iedereen toegankelijk, openbaar | Privé | خاص | Niet openbaar, privé |
| Perfect | مثالي | Zonder gebreken, perfect | Onvolmaakt | غير كامل | Niet perfect, met gebreken |
| Permanente | دائمة | Blijvend, permanent | Tijdelijk | مؤقت | Niet blijvend, tijdelijk |
| Pauze | استراحة | Korte onderbreking, pauze | Werken | العمل | Actief, bezig met werk |
| Oorlog | حرب | Conflict tussen landen of groepen | Vrede | سلام | Geen conflict, vrede |
| Rijden | قيادة | Besturen, rijden | Stilstaan | توقف | Niet bewegen, stil staan |
| Veiligheid | أمان | Bescherming, veiligheid | Onveiligheid | عدم الأمان | Gevaar, onbeschermd |
| Verantwoord | مسؤول | Verantwoordelijkheid, verantwoord | Onverantwoord | غير مسؤول | Niet verantwoordelijk |
| Verbaasd | مذهول | Verrast, verbaasd | Ongeloof | عدم التصديق | Niet verbaasd, niet verrast |
| Verdrietig | حزين | Verdrietig, triest | Blij | سعيد | Vrolijk, gelukkig |
| Verenigen | اتحاد | Samenbrengen, verenigen | Verdelen | تقسيم | Scheiden, splitsen |
| Verhuizen | انتقل | Verhuizen, verplaatsing van woonplaats | Blijven | بقي | Niet verplaatsen, blijven |
| Verkeer | حركة المرور | Verkeer, transport | Stilstand | توقف | Geen beweging, stil zijn |
| Verkiezing | انتخاب | Verkiezing, stemming | Keuze | اختيار | Zelf kiezen, persoonlijke voorkeur |
| Verkopen | بيع | Verkopen, verkopen van goederen | Kopen | شراء | Aanschaffen, verkrijgen |
| Verleden | ماضٍ | Het verleden, vroeger | Toekomst | المستقبل | Wat nog moet komen |
| Verleiden | إغواء | Verleiden, iemand beïnvloeden | Afstoten | طرد | Iemand wegduwen, niet aantrekken |
| Verlichting | إضاءة | Verlichting, licht | Donker | مظلم | Zonder licht |
| Verlies | خسارة | Verlies, verlies van iets of iemand | Winst | ربح | Voordeel, winst |
| Vermijden | تجنب | Ontwijken, vermijden | Zoeken | البحث | Aandacht geven, actief zoeken |
| Vermogen | قدرة | Capaciteiten, vermogen | Onvermogen | عجز | Niet in staat zijn |
| Vernieuwen | تجديد | Vernieuwen, iets opnieuw maken | Verouderen | شيخوخة | Veroudering, achteruitgang |
| Verpleeghuis | دار رعاية المسنين | Zorgcentrum voor ouderen, verpleeghuis | Thuis | منزل | Eigen woning, niet in een zorgcentrum |
| Verpleegster | ممرضة | Vrouwelijke zorgverlener, verpleegster | Verzorger | ممرض | Algemeen zorgverlener |
| Vervelen | ملل | Zich vervelen, vervelen | Amuseren | تسلية | Plezier maken, jezelf vermaken |
| Vervelend | مزعج | Irritant, vervelend | Aangenaam | مريح | Prettig, leuk |
| Vervangen | استبدال | Vervangen, ruilen | Behouden | الحفاظ | Niet vervangen, behouden |
| Vijand | عدو | Tegenstander, vijand | Vriend | صديق | Bondgenoot, vriendelijke persoon |
| Vlees | لحم | Vlees, voedsel van dieren | Groente | خضار | Plantaardig voedsel |
| Vlek | بقعة | Vlek, vlek op kleding of andere oppervlakken | Schoon | نظيف | Zonder vlekken, schoon |
| Vliegtuig | طائرة | Luchtvoertuig, vliegtuig | Auto | سيارة | Vervoermiddel op de weg |
| Vloer | أرضية | Vloer, oppervlak om op te lopen | Plafond | سقف | Bovenste gedeelte van een ruimte |
| Vlucht | رحلة | Reis met een vervoermiddel, vlucht | Aankomst | وصول | Het bereiken van de bestemming |
| Vluchteling | لاجئ | Persoon die zijn land ontvlucht | Inwoner | مواطن | Iemand die in zijn land blijft |
| Voeding | تغذية | Voedsel, voeding | Honger | جوع | Het gebrek aan voedsel |
| Voetbal | كرة القدم | Sport, voetbal | Basketbal | كرة السلة | Andere teamsport |
| Vriend | صديق | Vriend, goede vriend | Vijand | عدو | Tegenstander, tegenpersoon |
| Vrolijk | سعيد | Blij, vrolijk | Somber | كئيب | Neerslachtig, verdrietig |
| Vrouw | امرأة | Vrouw, volwassen meisje | Man | رجل | Mannelijk, man |
| Werkgever | صاحب العمل | Persoon die werk geeft, werkgever | Werknemer | موظف | Persoon die werk ontvangt |
| Werkloos | عاطل عن العمل | Zonder werk, werkloos | Werken | عمل | Actief werken, werkzaam zijn |
| Werkstuk | عمل دراسي | Project, werkstuk | Inactiviteit | عدم النشاط | Geen project, niet actief werken |
| Ziek | مريض | Niet gezond, ziek | Gezond | صحي | Niet ziek, in goede gezondheid |
| Zilver | فضة | Edelmetaal, zilver | Goud | ذهب | Ander edelmetaal |
| Zwart | أسود | Kleur zwart, donker | Wit | أبيض | Kleur wit, licht |
Getalsvarianten
Woorden zoals “drie,” “derde,” en “drieën” behoren tot wat men noemt getalsvarianten:
| Getal | Kardinaal | Ordinaal | Multiplicatief |
|---|---|---|---|
| 1 | één | eerste | eenen |
| 5 | vijf | vijfde | vijven |
| 7 | zeven | zevende | zevenen |
| 9 | negen | negende | negenen |
| 13 | dertien | dertiende | dertienen |
| 24 | vierentwintig | vierentwintigste | vierentwintigen |
| 50 | vijftig | vijftigste | vijftigen |
| 70 | zeventig | zeventigste | zeventigen |
| 99 | negenennegentig | negenennegentigste | negenennegentigen |
| 100 | honderd | honderdste | honderen |
Toelichting
- Kardinale getallen zijn de gewone getallen die het aantal aangeven, zoals “vijf,” “dertien,” en “honderd.”
- Ordinale getallen geven de volgorde aan, zoals “vijfde” en “honderdste.”
- Multiplicatieve vormen drukken een meervoud of groep uit en eindigen vaak op “en,” zoals “vijven” (groepen van vijf) en “zeventigen” (groepen van zeventig).




























