Trappen van vergelijking

Geplaatst op door in de categorie Taal, Taal - A0/Basiskennis, Taal - A1 niveau, Taal - A2 niveau, Taal - B1/B2 niveau

Hoe maak je de trappen van vergelijking?

Bij bijna alle bijvoeglijke naamwoorden wordt de vergrotende trap gevormd met -er en de overtreffende trap met -st, hoewel de spelling soms verandert.

Bij woorden die eindigen op een r komt er bijvoorbeeld een extra d bij in de vergrotende trap:

  • groot – groter – grootst
  • doof – dover – doofst
  • duur – duurder – duurst

Als een bijvoeglijk naamwoord op een s eindigt, wordt de overtreffende trap gevormd door alleen een -t toe te voegen.

  • vies – viezer – viest
  • vers – verser – verst

Daarnaast zijn er onregelmatige vormen die niet de standaard regels volgen:

  • goed – beter – best
  • graag – liever – liefst
  • veel – meer – meest
  • weinig – minder – minst
  • dichtbij – dichterbij – dichtstbij (of: dichtstbijzijnde)

Let wel, ‘graag‘ is een bijwoord, terwijl ‘veel‘ en ‘weinig‘ telwoorden zijn, wat hun gebruik in trappen van vergelijking beïnvloedt.

In sommige gevallen worden bijvoeglijke naamwoorden vergeleken met behulp van meer en meest. Dit geldt vaak voor woorden die eindigen op -de, -isch, -sd, -sk, -st, of voor bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden.

  • stupide – stupider – meest stupide
  • problematisch – problematischer – meest problematisch
  • verbaasd – verbaasder – meest verbaasd
  • bruusk – bruusker – meest bruusk
  • verrast – verraster – meest verrast

Voorbeelden van het gebruik van meest als extra nadruk zijn onder andere:

  • De méést originele inzendingen worden beloond.
  • Dit zijn de meest gelezen boeken van vorig jaar.

Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben echter geen trappen van vergelijking. Dat is bijvoorbeeld het geval bij stofnamen en woorden zoals kwijt, linker, rechter, mondeling, bloedrood, hemelsblauw, hypermodern, oersterk, enzovoort.

Meer over die categorieën lees je in de Algemene Nederlandse Spraakkunt (ANS)

Terug naar het overzicht

Geef een reactie