Verkeer in Nederland-Fietsen
Theorie


Welkom in Nederland – fietsland!
Als je hier net bent komen wonen, is het belangrijk om vertrouwd te raken met de Nederlandse verkeersregels, vooral omdat Nederland zo’n fietsvriendelijk land is.
Hieronder geven we je een overzicht van de belangrijkste regels en tips om veilig de weg op te gaan.
Of je nu gaat lopen, fietsen of autorijden, er zijn een paar dingen die je moet weten om veilig en zelfverzekerd de weg op te gaan.
Mensen die voor het eerst in ons land zijn, zijn meestal niet op de hoogte van onze verkeersregels. Ook krijgt een deel van hen te maken met voor hen onbekende verkeerssituaties. Daardoor weten sommigen bijvoorbeeld niet dat zij niet mogen lopen en fietsen op een auto(snel)weg. Om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren, heeft Verkeerswijzer Groningen de brochure ‘Verkeer in Nederland. Veilig lopen en fietsen’ ontwikkeld.
Hierin staan de voornaamste verkeersregels voor voetgangers en fietsers in ons land. De regels worden voornamelijk aan de hand van illustraties uitgelegd, zodat mensen van verschillende achtergronden de uitleg kunnen ‘lezen’. Daarnaast is de begeleidende tekst in vijf talen opgenomen: Nederlands, Engels, Frans, Arabisch en Tigrinya.
Algemene gedragsregel
Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt (of kan worden) veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt (kan worden) gehinderd. Dit is een regel die ruim kan worden geïnterpreteerd, dus je gewoon netjes gedragen in het verkeer is het verstandigst.
Fietsen in Nederland
1. Fietspaden en -stroken In Nederland zijn er veel fietspaden, meestal rood gekleurd, speciaal voor fietsers. Gebruik deze altijd als ze er zijn. Als er geen apart fietspad is, fiets dan op de fietsstrook, die vaak met witte lijnen en fietssymbolen gemarkeerd is.
2. Verkeersborden en -lichten Let goed op de verkeersborden en verkeerslichten voor fietsers. Ze geven aan waar je voorrang hebt of waarschuwen voor gevaarlijke situaties. Fietsers moeten, net als auto’s, stoppen voor rode lichten en wachten op groen.
3. Voorrang Fietsers hebben vaak voorrang op kruispunten met haaientanden (die witte driehoeken op de weg). Auto’s moeten hier stoppen voor fietsers. Let altijd goed op de voorrangsborden en volg ze op.
4. Handgebaren Geef duidelijk richting aan met handgebaren voordat je afslaat. Dit helpt andere weggebruikers om je intenties te begrijpen en voorkomt ongelukken.
5. Verlichting en reflectoren Zorg ervoor dat je fiets voor- en achterlichten heeft die werken, vooral ‘s nachts en bij slecht weer. Reflectoren op je fiets en reflecterende kleding helpen om beter zichtbaar te zijn.
Artikel 185 (aansprakelijkheid)
Als je in botsing komt met een auto, dan kun je een beroep doen op artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Dit artikel bepaalt dat de bestuurder van een motorvoertuig deels aansprakelijk is voor de gevolgen van een ongeluk met een voetganger of fietser, tenzij er sprake was van overmacht. Uit de praktijk blijkt dat het voor automobilisten moeilijk is die overmacht hard te maken.
De automobilist is bijna altijd voor ten minste vijftig procent aansprakelijk voor de schade aan fietser en fiets. Als er kinderen onder de veertien jaar bij betrokken zijn zelfs voor honderd procent. Sommige mensen vinden dat fietsers en voetgangers door deze regel bewust extra risico’s nemen. Dat is natuurlijk onzin. Geen enkele fietser zit te wachten op een rolstoel, ook al wordt die vergoed door de verzekering.
Het artikel gaat ook niet over schuld zoals velen denken. Als de fietser of voetganger aansprakelijk blijkt, betaalt diens verzekering (WA) de schade van de automobilist. Het gaat er puur om dat de verzekering van de ‘sterkere’ automobilist de letselschade van fietsers en voetgangers betaalt. Dat voorkomt ook de vaak jarenlange procedures, die het leed van een verkeersslachtoffer nog verergeren.
Eisen aan je fiets
In de regeling voertuigen, een onderdeel van de Wegenverkeerswet, staan de eisen waaraan een fiets moet voldoen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen permanente eisen en gebruikseisen.
Permanente eisen
Permanente eisen hebben te maken met de aanwezigheid van voorzieningen op de fiets. De fiets moet de beschreven voorzieningen dus altijd hebben. Hoewel de overheid eisen stelt aan de fiets, worden er toch fietsen en fietsonderdelen verkocht die niet aan die eisen voldoen. Het blijft dus zaak om goed op te letten bij de aanschaf van fietsen en fietsonderdelen.
De fiets moet voorzien zijn van:
- Een goed werkende bel.
- Een goed werkende rem.
- Een rode reflector, die is voorzien van een goedkeuringsmerk. Deze reflector moet zijn aangebracht tussen de bagagedrager en het spatbord op een hoogte van 35 centimeter tot 90 centimeter boven het wegdek. Ontbreekt het spatbord dan mag de reflector ook onder het zadel gemonteerd worden.
- Witte of gele reflectoren aan de wielen. De witte of gele reflectoren moeten aan beide kanten van het wiel zo dicht mogelijk bij de velg zijn gemonteerd. De meeste fietsbanden hebben een reflectiestreep op de band, waardoor de fietser in het donker ook goed zichtbaar is. De kwaliteit hiervan is niet altijd even goed en gaat tijdens het gebruik achteruit. Let hier dus op.
- Vier ambergele of gele reflectoren aan de trappers. De in Nederland verkochte trappers zijn praktisch allemaal standaard voorzien van deze reflectoren.
- De verplichting om een helderwit of reflecterend geel achterspatbord te hebben is vervallen. Maar voor extra zichtbaarheid kan zo’n spatbord natuurlijk geen kwaad. Evenals een witte voorreflector of reflecterende elementen op de kleding.
Gebruikseisen
Het woord zegt het al, gebruikseisen zijn verplichtingen voor het gebruik van voorzieningen bij bepaalde omstandigheden. De belangrijkste eis is natuurlijk verlichting. Fietsen die gebruikt worden bij nacht (tussen zonsondergang en zonsopgang) of bij dag als het zicht slecht is, moeten voorzien zijn van:
- Een helderrood stralend duidelijk zichtbaar achterlicht. Aangebracht aan de achterkant van de fiets, tussen 25 en 120 centimeter boven het wegdek.
- Een voor het tegemoetkomende verkeer duidelijk zichtbaar helder wit of geel stralend voorlicht.
De verlichting hoeft niet meer op de fiets te zitten, maar mag ook vastzitten op de romp van de fietser.
Er zijn allerlei soorten fietsverlichting te koop. Losse lampjes zijn zeer handig voor mensen die hun fiets bijvoorbeeld in te krappe stallingen moeten zetten. Compacte lampjes met batterijen met LED-verlichting gaan lang mee. Ze moeten wel in permanent branden, knipperlichten zijn niet toegestaan.
Fietspad voor de fietsers
Automobilisten mogen niet rijden en ook niet stilstaan op een fietspad. Op een fietsstrook (onderbroken of ononderbroken streep en fietssymbool) mogen ze niet parkeren en niet stilstaan. Wel mogen auto’s over een fietspad met onderbroken streep rijden om bijvoorbeeld af te slaan of naar een parkeerplaats te rijden.
Kind achterop
Kinderen onder de acht jaar mogen alleen achterop in een zitje.
Maximale breedte
Een fiets mag maximaal 75 centimeter breed zijn. Bredere fietsen, zoals ouderwetse bakfietsen, zijn maximaal 150 centimeter breed en mogen gebruik maken van de rijbaan.
Naast elkaar rijden
Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar rijden. Net als autopassagiers, die naast elkaar zitten, vinden fietsers het gezellig om naast elkaar te rijden.
Parkeren
Fietsen worden geparkeerd op het trottoir, op het voetpad of in de berm dan wel op andere door het bevoegd gezag aangewezen plaatsen.
Plaats op de weg
Fietsers moeten net als andere bestuurders zoveel mogelijk rechts houden. (dat betekent niet dat je uiterst rechts moet gaan rijden om bijvoorbeeld een auto te laten passeren). En het betekent ook dat niet dat je straks langs geparkeerde auto’s moet fietsen.
Fietsers mogen stilstaand en rijdend snelverkeer rechts en links inhalen. Andere fietsers mag je alleen links inhalen.
Fietsers hoeven niet verplicht gebruik te maken van een fietsstrook. Wel moet je rechts houden en in de praktijk betekent dat rijden op de fietsstrook. Je mag als fietser ook een doorgetrokken passeren. En je mag naast elkaar fietsen met 1 fietser op de fietsstrook en de andere op de rijbaan. (Er zijn verrassend weinig regels verbonden aan de fietsstrook)
Rechtsaf slaan (bij rood)
Fietsers mogen rechtsaf door rood of oranje rijden als op een onderbord bij het verkeerslicht de tekst staat: ‘ Rechtsaf voor fietsers vrij’ of ‘Rechtsaf voor (brom) fietsers vrij’. Ze moeten wel voorrang verlenen aan overstekend verkeer, vaak voetgangers.
De Fietsersbond vindt dat rechtsaf door rood eigenlijk altijd zou moeten worden toegestaan. Het kan bijna altijd zonder gevaren en wie wil dat fietsers zich beter aan de verkeersregels houden, kan situaties waarin het heel aanlokkelijk is om door rood te rijden, beter legaliseren.
Richting aangeven
Fietsers moeten richting aangeven als zij van richting veranderen. Dat kan door de hand uit te steken, maar het mag ook door middel van ambergele knipperlichten.
Overstekende voetgangers
Verkeersdeelnemers, dus ook fietsers, moeten stoppen voor voetgangers die op het punt staan over te steken op het zebrapad.
Rotondes
De regels, uitzonderingen en vormgeving op rotondes kunnen per gemeente verschillen. De geldende regels worden met borden en vooral haaientanden aangegeven. Voor fietsers is het raadzaam altijd zeer goed op de haaientanden te letten. Verkeer dat op de rotonde rijdt, heeft in principe voorrang op verkeer dat de rotonde nadert of verlaat. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor. Op rotondes buiten de bebouwde kom heeft de fietser geen voorrang. Een fietser die de rotonde volgt moet daar voorrang geven aan afslaand autoverkeer.
Binnen de bebouwde kom heeft de fietser op de rotonde meestal voorrang op het afslaand autoverkeer. Sommige wegbeheerders vinden voorrang voor fietsers te gevaarlijk en wijken af van de officiële richtlijn om fietsers binnen de bebouwde kom voorrang op rotondes te verlenen. Het is daarom raadzaam om bij rotondes heel goed op te letten op de geldende voorrangsregels. Let op de haaientanden en de voorrangsborden.
Daarnaast is het zeker bij en op rotondes belangrijk om goed richting aan te geven (ook verplicht) en oogcontact te zoeken. Laat zien wat je van plan bent.
Woonerven
Op woonerven ben je net als elders verplicht om alle bestuurders van rechts voorrang te verlenen.
Fietsbehendigheid
De fietsbehendigheidsoefeningen die tot het Nationaal Basisdiploma Fietsbehendigheid (NBF) behoren, zijn niet alleen erg leuk, maar vormen ook een uitstekend middel om de balans, coördinatie en timing van de kinderen te verbeteren.
Filmpjes met oefeningen hoe je moet fietsen
Verkeersborden
Verboden in te rijden

Borden C6 tot en met C22 geven een geslotenverklaring die specifiek is tot een bepaald voertuig of verkeersgroep.

- Bord C1 geeft aan dat de geslotenverklaring geldt voor beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van trekdieren, rijdieren en vee.
- Bord C2 staat aan de andere kant van de straat en geeft aan dat inrijden niet is toegestaan.
- Borden C3 en C4 geven aan dat je geen tegemoetkomend verkeer kan verwachten, tenzij onder het bord anders staat aangegeven. Vaak worden fieters, snorfietsers en bromfietsers uitgezonderd van dergelijke éénrichtingswegen.
- Bij bord C5 is het wél toegestaan om de weg in te rijden.
Rijrichting

- Bord D1 geeft de rijrichting van de rotonde aan. Je bent verplicht de instructies op het bord op te volgen.
- Bord D2 staat vaak bij een splitsing of onduidelijke verkeerssituatie. Dit bord wijst naar de kant die je moet aanhouden om het bord te passeren. Wijst de pijl naar rechts, dan moet je dit bord aan de rechterkant passeren.
- Bord D3 geeft aan dat het is toegestaan om aan beide kanten het bord te passeren
- Bord D4 geeft aan dat je alleen rechtdoor mag. Dus niet linksaf of rechtsaf. Je mag dus alleen de rijrichtingen volgen die het bord aangeeft. Staan er pijlen naar links en rechts, dan mag je dus alleen links en rechts afslaan. Rechtdoor is dan niet toegestaan.
- Verkeersborden D4, D5, D6 en D7 geven de verplichte rijrichting aan.
Oversteken
Deze verkeersborden zijn belangrijk bij oversteken:

Pas op, er kunnen kinderen oversteken.

Kijk, hier is een oversteekplaats voor voetgangers (zebrapad).
Regels spoorwegovergang
- U mag een spooroverweg (spoorwegovergang) niet blokkeren.
- Steek het spoor pas over als u daarna door kunt rijden.
- Wacht altijd tot het rode licht gedoofd is, er kan nog een trein aankomen.
Onderstaande verkeersborden zijn belangrijk bij oversteken bij een spoorwegovergang:

Pas op, een onbewaakte spoorwegovergang.

Pas op, een bewaakte spoorwegovergang
Diversen
Veilige fiets
Weet jij wanneer een fiets een veilige fiets is? Klik op de tekening om het filmpje over ‘een veilige fiets’ te bekijken.
Bagage
Weet jij hoe je bagage op de fiets moet vervoeren? Klik op de tekening om het filmpje te bekijken.
Fiets in een groep
Weet jij hoe je veilig kunt fietsen in een groep? Klik op de tekening om het filmpje te bekijken.
Afleiding
Weet jij waardoor je afgeleid kunt worden tijdens het fietsen? Klik op de tekening om het filmpje te bekijken.
Rotondes
Rijden op een turborotonde lijkt in eerste instantie misschien een lastige taak, maar met een beetje voorbereiding en begrip van de regels kun je er gemakkelijk doorheen manoeuvreren als een pro.
Om op een turborotonde te rijden, moet je je eerst bewust zijn van de afrit van je bestemming. Voordat je de rotonde bereikt, moet je weten welke afslag je moet nemen. Dit helpt om vanaf het begin de juiste rijstrook te kiezen. De buitenste rijstroken zijn over het algemeen voor degenen die de eerste of tweede afslag nemen, terwijl de binnenste rijstroken voor degenen zijn die verder rond de cirkel willen rijden.
Vergeet vervolgens niet om altijd voorrang te verlenen aan bestuurders die zich al in de cirkel bevinden. Dit is een algemene regel voor alle rotondes en is vooral belangrijk in een turborotonde waar de verkeersstroom constant is. Wees geduldig en wacht op een veilige opening om in te voegen. Als je eenmaal in de cirkel bent, blijf dan op je rijstrook tot je de afrit bereikt. Verander niet van rijstrook binnen de rotonde omdat dit tot verwarring en ongelukken kan leiden.
Signaleren is een ander cruciaal aspect bij het rijden op een turborotonde. Gebruik altijd je richtingaanwijzers bij het verlaten van de rotonde. Dit toont niet alleen je intentie aan andere bestuurders, maar zorgt er ook voor dat het verkeer vlotter en veiliger doorstroomt.
Houd ten slotte een constante snelheid aan tijdens het rijden op de turborotonde. Als je met de verkeersstroom meegaat, is het voor andere bestuurders gemakkelijker om je beweging te voorspellen en dienovereenkomstig te reageren. Vermijd abrupt stoppen of versnellen omdat dit de doorstroming kan verstoren en het risico op botsingen kan verhogen.
Kortom, rijden op een turborotonde lijkt in het begin misschien ingewikkeld, maar met oefening en het opvolgen van deze richtlijnen ben je er binnen de kortste keren bedreven in. Vergeet niet dat het primaire doel van een turborotonde is om een soepele en veilige verkeersstroom te bevorderen. Dus blijf kalm, wees geduldig en volg de regels. Je kunt het! Na verloop van tijd zul je merken dat rijden op een turborotonde je best gemakkelijk af kan gaan.
Voorrangsregels
Voorrangsregels gelden voor alle bestuurders, dus ook voor fietsers. Voetgangers vallen niet in de categorie bestuurders, maar wel in de categorie verkeer en verkeersdeelnemers.
Voorrangswegen
De voorrangsweg wordt aangegeven door haaientanden en/of door voorrangsborden. Bestuurders uit zijwegen moeten voorrang verlenen aan alle bestuurders op de voorrangsweg. Bij een uitritconstructie, vaak in de vorm van een doorgetrokken trottoirband, moet voorrang verleend worden aan alle verkeer, dus ook aan voetgangers.
Rechts voorrang
Op gelijkwaardige kruisingen moeten alle bestuurders die van links komen voorrang verlenen aan bestuurders die van rechts komen. Een gelijkwaardige kruising is een kruising waar de voorrang niet door speciale maatregelen (verkeerslichten, borden, haaientanden) is geregeld. Bestuurders zijn automobilisten, motorrijders, brommers, fietsers, koetsiers, ruiters en begeleiders van trekdieren. Dus eigenlijk alle weggebruikers behalve voetgangers, skaters en skeelerers. Wel zo duidelijk dus, maar wel zaak om goed op te letten, goed zichtbaar te zijn en in twijfelgevallen oogcontact te zoeken. Op deze regeling gelden de volgende uitzonderingen:
- Bestuurders op een onverharde weg geven voorrang aan bestuurders op een verharde weg;
- Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram;
- Een uitrit of uitritconstructie, vaak een doorgetrokken trottoirband, betekent altijd voorrang verlenen, ook aan voetgangers.
Er zijn verschillende verkeersborden die voorrangssituaties en omstandigheden waarin je een andere bestuurder voor moet laten gaan, aangeven. Hieronder vind je een lijst met enkele van de meest voorkomende voorrangsborden.

Voorrangsweg. Dit verkeersbord betekent dat je op een voorrangsweg rijdt. Alle bestuurders op deze weg dienen voorrang te krijgen van de overige bestuurders. Staat dit bord voor een kruispunt dan ben je binnen de bebouwde kom.

Einde voorrangsweg. Dit verkeersbord geeft aan dat de voorrangsweg eindigt.
Onderstaande 3 borden (driehoek) hebben dezelfde vorm als gevarenborden, echter zorgt de plaatsing van de borden of ze ook als voorrangsborden worden herkend. Dus zelfs als de borden zijn ondergesneeuwd, kan je aan de vorm toch het bord herkennen. Staan geen van deze voorrangsborden bij een kruising, dan is het een gelijkwaardig kruispunt. Bij een gelijkwaardig kruispunt hebben bestuurders van rechts altijd voorrang. Trams zijn hierop de uitzondering, want die hebben voorrang op alle overige bestuurders. Ook bestuurders op onverharde wegen moeten ten allen tijde voorrang verlenen aan bestuurders op verharde wegen. Deze borden (driehoek) tonen een voorrangskruispunt en van welke straten voorrang gekregen hoort te worden.

Voorrangskruispunt. Dit verkeersbord geeft een voorrangskruispunt aan. Jij hebt voorrang op het kruispunt van zowel links als rechts. Ezelsbruggetje: de dikke streep heeft voorrang op de dunne streep.

Voorrangskruispunt zijweg links. Dit verkeersbord geeft een voorrangskruispunt aan. Op het kruispunt heb jij voorrang op het verkeer van links. Ezelsbruggetje: de dikke streep heeft voorrang op de dunne streep

Voorrangskruispunt zijweg rechts. Dit verkeersbord geeft een voorrangskruispunt aan. Op het kruispunt heb jij voorrang op het verkeer van rechts. Ezelsbruggetje: de dikke streep heeft voorrang op de dunne streep

Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Dit verkeersbord geeft aan dat jij alle bestuurders op de kruisende weg voorrang moet verlenen. Komt er niets aan dan hoef je niet per se te stoppen. Bij het onderstaande bord wel.

Stop: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Dit verkeersbord geeft aan dat jij moet stoppen en alle bestuurders op de kruisende weg voorrang moet verlenen. Zelfs als er geen verkeer aan komt, dan moet je alsnog tot stilstand komen.

Verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting. Dit verkeersbord geeft aan dat jij tegemoetkomend verkeer voorrang moet geven.

Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan. Dit verkeersbord geeft aan dat tegemoetkomend verkeer aan jou voorrang moet geven.
Boetes voor het niet verlenen van voorrang
Het niet verlenen van voorrang kan leiden tot aanzienlijke boetes. Als je bijvoorbeeld geen voorrang verleent aan verkeer van rechts, een tram, voetgangers met een blindengeleidestok of -hond of overstekend op een zebrapad, auto’s met zwaailichten of doorkruis je een militaire colonne, dan betaal je een boete, afhankelijk van de overtreding.
Examens oefenen
Routeplanner
Download de routeplanner voor fietsroutes en/of kijk op de site van de ANWB: